Personen- en familierecht
afwijzing verlenging ondertoezichtstelling.
Rechtbank Rotterdam, 27 mei 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:5169 · Rechtbank Rotterdam · 27 mei 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2021-5169
Zaakgegevens
Op 27 mei 2021 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 27 mei 2021
- Datum publicatie
- 10 juni 2021
- Zaaknummer
- C/10/616375 / JE RK 21-877
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2021:5169
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
afwijzing verlenging ondertoezichtstelling.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/616375 / JE RK 21-877
datum uitspraak: 27 mei 2021
beschikking
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam,
betreffende
[naam kind 1],
geboren op [geboortedatum kind 1] 2006 te [geboorteplaats kind 1], hierna te noemen [naam kind 1],
[naam kind 2],
geboren op [geboortedatum kind 2] 2014 te [geboorteplaats kind 2], hierna te noemen [naam kind 2],
[naam kind 3],
geboren op [geboortedatum kind 3] 2015 te [geboorteplaats kind 3], hierna te noemen [naam kind 3],
[naam kind 4],
geboren op [geboortedatum kind 4] 2017 te [geboorteplaats kind 4], hierna te noemen [naam kind 4].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder].
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 7 april 2021, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum.
Op 18 mei 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. A.P. van Elswijk,
- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2].
De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind 1], [naam kind 2], [naam kind 3] en [naam kind 4] wordt uitgeoefend door de moeder.
[naam kind 1], [naam kind 2], [naam kind 3] en [naam kind 4] wonen bij de moeder.
Bij beschikking van 27 mei 2020 zijn [naam kind 1], [naam kind 2], [naam kind 3] en [naam kind 4] onder toezicht gesteld tot 27 mei 2021.
Het verzoek
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind 1], [naam kind 2], [naam kind 3] en [naam kind 4] te verlengen voor de duur van één jaar.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De moeder staat alleen voor de opvoeding van vijf kinderen. Ondanks dat de moeder haar best doet, lijkt de draaglast te groot voor haar. Het lukt de moeder niet om aan te sluiten bij de ontwikkelingsbehoeften van de kinderen. De moeder lijkt overbelast te zijn. De moeder krijgt vanuit het ASVZ opvoedondersteuning. De GI acht de betrokkenheid van het ASVZ nog nodig de komende periode. Ook gaat de GI verder op zoek naar een maatje voor de moeder en een weekendpleeggezin voor de kinderen. Hulpverlening in het vrijwillige kader wordt op dit moment ontoereikend geacht.
Het standpunt van de moeder
De moeder is het niet eens met het verzoek. De moeder heeft al veel hulpverleners voorbij zien komen. De moeder heeft niet veel aan de hulp vanuit het ASVZ en ervaart het meer als een last. Daarnaast worden er veel afspraken niet nagekomen door de GI. Nu de oudste zoon van de moeder weer thuis is, is de thuissituatie verbeterd. [naam 3] helpt de moeder in het huis en helpt met een aantal opvoedtaken. De moeder heeft niets meer aan een verlenging van de ondertoezichtstelling.
De beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat lange tijd sprake was van overbelasting bij moeder. Die overbelasting was de hoofdoorzaak van de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [naam kind 1], [naam kind 2], [naam kind 3] en [naam kind 4]. Met de komst van [naam 3], de oudste zoon van de moeder, is de balans in de thuissituatie verbeterd. [naam 3] staat de moeder bij en zijn aanwezigheid heeft ook een positieve invloed op [naam kind 1]. Daarmee lijkt de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen sterk te zijn afgenomen en is er een positieve ontwikkeling zichtbaar. De inzet van ASVZ, die bij de moeder veel weerstand opwekt, dient in de komende periode met name om deze ontwikkeling te monitoren. De andere doelen, het vinden van een maatje en een weekendpleeggezin, lopen al enige tijd, maar hebben tot nu toe geen resultaat opgeleverd.
Daaruit volgt dat er op dit moment nauwelijks sprake is van concrete doelen en in te zetten hulpverlening om een ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. De kinderrechter houdt er ook rekening mee dat de moeder al geruime tijd veel hulpverlening heeft ontvangen, en zij daaraan ook steeds haar medewerking heeft verleend. Zij heeft ter zitting duidelijk verwoord alle hulpverlening moe te zijn. Deze omstandigheden tezamen, waarbij monitoren het belangrijkste doel lijkt te zijn, en het risico dat voortzetting van de gedwongen hulpverlening een averechts effect heeft, namelijk verdere overbelasting, acht de kinderrechter de verlenging van de ondertoezichtstelling niet aangewezen. De kinderrechter zal het verzoek om de ondertoezichtstelling van [naam kind 1], [naam kind 2], [naam kind 3] en [naam kind 4] te verlengen daarom afwijzen.
De beslissing
De kinderrechter:
wijst het verzoek van de GI af.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.E. Teunissen als griffier en in het openbaar uitgesproken door mr. M. van Kuilenburg op 27 mei 2021. |
||
|
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof |
||