Personen- en familierecht

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), zorgmachtiging, 6:4 Wvggz, afgewezen, vrijwilligheid

Rechtbank Rotterdam, 11 januari 2021

Zaakgegevens

Op 11 januari 2021 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
11 januari 2021
Datum publicatie
5 februari 2021
Zaaknummer
C/10/610491 / FA RK 20-10146
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2021:810
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), zorgmachtiging, 6:4 Wvggz, afgewezen, vrijwilligheid

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/610491 / FA RK 20-10146

Referentienummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 11 januari 2021 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende en verblijvende te [woonplaats betrokkene]

advocaat mr. J.J. van Santbrink te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 24 december 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 5 december 2020;

  • de zorgkaart van 21 augustus 2020;

  • het zorgplan van 21 augustus 2020;

  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz; en

  • het bericht dat er geen relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 11 januari 2021. Bij die gelegenheid is de advocaat verschenen. Daarnaast zijn telefonisch gehoord:

  • betrokkene; en

  • [naam 2] , behandelaar van het FACT verbonden aan Parnassia Groep Bureau BOPZ Rijmond.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

De vorige zorgmachtiging van betrokkene liep op 17 oktober 2020 af. Betrokkene werkt mee aan de behandeling en neemt zijn medicatie in. Ook nu hij geen machtiging heeft. Er is sprake van vrijwilligheid en daarmee niet voldaan aan de voorwaarden voor verplichte zorg. Afgelopen maanden hebben zich geen crisissituaties voorgedaan bij betrokkene. Gelet hierop wordt het verzoek afgewezen.

Betrokkene benadrukt dat hij graag wil dat er wekelijks een therapeut langskomt voor een gesprek.

3. Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze beschikking is op 11 januari 2021 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van M. Streefland, griffier en op 11 januari 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.