Personen- en familierecht
Geen ernstig nadeel omdat betrokkene niet terugkeert naar huis.
Rechtbank Rotterdam, 19 juli 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:8276 · Rechtbank Rotterdam · 19 juli 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2021-8276
Zaakgegevens
Op 19 juli 2021 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 19 juli 2021
- Datum publicatie
- 23 augustus 2021
- Zaaknummer
- C/10/622199 / FA RK 21-5448
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2021:8276
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geen ernstig nadeel omdat betrokkene niet terugkeert naar huis.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/622199 / FA RK 21-5448
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 19 juli 2021 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , [geboorteland betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Antes, locatie [locatie] te Poortugaal,
advocaat mr. Ch.J. Nicolaï te Schiedam.
1. Procesverloop
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 16 juli 2021, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 15 juli 2021 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
-
een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van
15 juli 2021; -
de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van
15 juli 2021; -
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
-
de relevante politiegegevens van betrokkene; en
-
het bericht dat er geen relevante strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 juli 2021.
Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
-
betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
-
[naam arts] , arts, verbonden aan Antes.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2. Beoordeling
Betrokkene is opgenomen met een psychotisch toestandsbeeld, waarbij hij in de thuissituatie agressief gedrag heeft getoond richting zijn echtgenote en zijn minderjarige kinderen. De arts verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat betrokkene de afgelopen periode een aantal keren is opgenomen met een psychotisch toestandsbeeld na het gebruik van cannabis. Hij knapte daarvan snel op, waarna hij met ontslag ging, maar hij werd soms binnen een dag weer opgenomen met hetzelfde toestandsbeeld. De psychose is op dit moment deels verbleekt na het stoppen van cannabis maar nog wel aanwezig. Zij acht langdurige zorg nodig om ernstig nadeel te voorkomen.
Namens betrokkene wordt gesteld dat het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel op andere wijze kan worden afgewend en dat om die reden het verzoek dient te worden afgewezen. Betrokkene zal, indien hij met ontslag gaat, niet terugkeren naar huis omdat hij van zijn echtgenote wil scheiden en hij bij zijn zus tijdelijk kan intrekken.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Betrokkene is niet van plan terug te keren naar huis en gaat tijdelijk bij zijn zus inwonen. Daarmee wordt het ernstig nadeel – voor zover het al zou bestaan – weggenomen. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
3. Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
|
Deze beschikking is op 19 juli 2021 mondeling gegeven door mr. H.I. Kernkamp-Maathuis, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Smolders, griffier en op 26 juli 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend. |
||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.