Personen- en familierecht
verlenging machtiging tot uithuisplaatsing accommodatie jeugdhulpaanbieder
Rechtbank Rotterdam, 8 november 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:10082 · Rechtbank Rotterdam · 8 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2022-10082
Zaakgegevens
Op 8 november 2022 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 8 november 2022
- Datum publicatie
- 22 november 2022
- Zaaknummer
- 646542
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2022:10082
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
verlenging machtiging tot uithuisplaatsing accommodatie jeugdhulpaanbieder
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/646542 / JE RK 22-2433
Datum uitspraak: 8 november 2022
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
locatie Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
betreffende
[naam kind01] ,
geboren op [geboortedatum01] 2007 te [geboorteplaats01] , hierna te noemen: [naam kind01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam01] ,
hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats01] .
Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 20 oktober 2022, ingekomen bij de griffie op 21 oktober 2022.
Op 8 november 2022 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:
- [naam kind01] , die voorafgaand aan de zitting is gehoord door de kinderrechter;
- een vertegenwoordiger van de GI, dhr. [naam02] .
De vader is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen ter zitting.
De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind01] wordt uitgeoefend door de vader.
[naam kind01] verblijft bij [naam instelling01] .
Bij beschikking van 17 mei 2022 is [naam kind01] onder toezicht gesteld tot 17 mei 2023. De kinderrechter heeft bij deze beschikking tevens een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 17 november 2022.
Het verzoek
De GI heeft verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 17 mei 2023.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. [naam kind01] doet het momenteel erg goed op [naam instelling01] . Een puntje van zorg is nog wel dat [naam kind01] af en toe blowt. Sinds een paar dagen krijgt [naam kind01] medicatie voor zijn ADHD. Door deze medicatie neemt de behoefte aan blowen af, dus dit is positief. Het is belangrijk dat [naam kind01] zijn positieve ontwikkeling voortzet. Het is daarom van belang dat [naam kind01] voorlopig bij [naam instelling01] blijft.
De beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er een positieve ontwikkeling te zien is bij [naam kind01] sinds hij bij [naam instelling01] verblijft. [naam kind01] wil graag dat zijn ouders trots op hem zijn. Dit is voor hem een grote motivatie om deze positieve ontwikkeling voort te zetten. Duidelijk is geworden dat [naam kind01] nog afhankelijk is van structuur, regelmaat en een consequente aanpak. Die wordt hem bij [naam instelling01] geboden, terwijl [naam kind01] zich door zijn vader (nog) niet laat aansturen. De kinderrechter acht het daarom van belang dat [naam kind01] voorlopig nog bij [naam instelling01] verblijft. Gezien het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de uithuisplaatsing van [naam kind01] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek). De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing dan ook verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 17 mei 2022;
verklaart de beslissing tot uithuisplaatsing uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2022 door mr. K.J. van den Herik, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M. Hermans, als griffier. |
||
Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 15 november 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.