Personen- en familierecht
Afwijzing verzoek machtiging gesloten jeugdhulp van een in voorlopige hechtenis verblijvende minderjarige.
Rechtbank Rotterdam, 17 augustus 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:7404 · Rechtbank Rotterdam · 17 augustus 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2022-7404
Zaakgegevens
Op 17 augustus 2022 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 17 augustus 2022
- Datum publicatie
- 5 september 2022
- Zaaknummer
- C/10/642861 / JE RK 22-1883
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. W.H.J.W. de Brouwer
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2022:7404
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing verzoek machtiging gesloten jeugdhulp van een in voorlopige hechtenis verblijvende minderjarige.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/642861 / JE RK 22-1883
Datum uitspraak: 17 augustus 2022
Afwijzing machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
betreffende
[naam kind], geboren op [geboortedatum kind] 2008 te [geboorteplaats kind],
hierna te noemen: [naam kind],
advocaat: mr. W.H.J.W. de Brouwer, te Rotterdam.
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats moeder].
Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek met bijlagen van de GI van 10 augustus 2022, ingekomen bij de griffie op 10 augustus 2022;
- de verklaring van 10 augustus 2022 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder;
- de instemmende verklaring van 17 augustus 2022 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.
Op 17 augustus 2022 heeft de rechtbank het verzoek met gesloten deuren behandeld, gelijktijdig met de vordering tot gevangenhouding (artikel 65 van het Wetboek van Strafvordering) van de officier van justitie in de strafzaak met parketnummer 10-195137-22.
Verschenen zijn:
- [naam kind], die voorafgaand aan de zitting in aanwezigheid van zijn advocaat ook apart
is gehoord;
- de moeder;
- [naam 1] namens de GI;
- mr. A.P.G. de Beer, de officier van justitie;
- [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te
noemen: de Raad.
De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.
[naam kind] woont normaal gesproken bij de moeder, maar verblijft op dit moment in het kader van zijn voorlopige hechtenis in JJI Teylingereind te [plaatsnaam].
Bij beschikking van 28 november 2018 is [naam kind] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 28 november 2022.
Het verzoek
De GI verzoekt een machtiging om [naam kind] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van de ondertoezichtstelling.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de GI haar verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht.
[naam kind] zou met ingang van morgen op een groep van Schakenbosch kunnen worden geplaatst. De GI heeft er lang over nagedacht of het een gesloten plaatsing moest worden. [naam kind] is pas 13 jaar en hij onttrekt zich overal aan. De moeder heeft geen zicht op hem waardoor er een grotere kans is op recidive. Multisysteem therapie (hierna: MST) is wel positief afgesloten, alleen [naam kind] houdt zich niet aan de regels. Er is een persoonlijkheidsonderzoek aangevraagd om te kijken wat nu het beste is voor [naam kind]. De ondertoezichtstelling loopt nog tot 28 november 2022. Onduidelijk is of een verblijf van drie maanden in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp afdoende zal zijn, mogelijk is dit langer nodig. Een open groep is op dit moment geen optie vanwege het risico dat [naam kind] zich aan alles zal onttrekken. Het is nog niet gelukt om een school voor [naam kind] te vinden. Er liggen inmiddels zeven afwijzingen.
De standpunten
De moeder
De moeder wil [naam kind] het liefst weer thuis hebben. Zij maakt zich zorgen dat er nog steeds geen school voor [naam kind] is gevonden.
[naam kind]
Door en namens [naam kind] is verzocht het verzoek van de GI af te wijzen. Er wordt niet voldaan aan de criteria voor een gesloten plaatsing. [naam kind] onttrekt zich niet aan de hulp die wordt geboden. MST is positief afgesloten en thuis gaat het ook beter.
De Raad
De Raad vindt dat de focus op het strafrechtelijk kader ligt. De Raad geeft de voorkeur aan het schorsen van de voorlopige hechtenis onder strenge voorwaarden.
De officier van justitie
De officier van justitie vertelt dat ten aanzien van [naam kind] opnieuw sprake is van twee ernstige verdenkingen. Een persoonlijkheidsonderzoek is aangevraagd omdat onduidelijk is waarom het zo vaak misgaat met [naam kind]. Als [naam kind] geplaatst kan worden in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp, dan heeft de officier van justitie geen bezwaar tegen schorsing van de voorlopige hechtenis van [naam kind]. De officier van justitie geeft de voorkeur aan een gesloten plaatsing, omdat [naam kind] zijn eerdere voorwaarden niet is nagekomen. Hij hield zich bijvoorbeeld niet aan de avondklok. Hij heeft kans op kans gekregen van de jeugdbeschermer, maar gaat telkens zijn eigen gang.
De beoordeling
Gelet op het dossier en de mondelinge behandeling is de rechtbank van oordeel dat niet is voldaan aan de eisen die de wet stelt aan plaatsing in de gesloten jeugdhulp (artikel 6.1.2, tweede lid, van de Jeugdwet). De rechtbank onderkent dat de opgroeiproblemen van [naam kind] ernstig zijn. Deze problemen bestaan uit zijn zelfbepalende gedrag, het gebrek aan schoolgang en zijn contacten met politie en justitie. Er is alleen geen sprake van een duidelijk gevaar dat [naam kind] zich aan hulp en behandeling onttrekt. Zo is MST, een intensieve gezinsbehandeling, onlangs positief afgerond. Thuis gaat het volgens de moeder hierdoor beter met [naam kind].
Bovendien zijn minder ingrijpende alternatieven nog niet benut, zoals plaatsing op een open groep. Ook is het gegeven dat de 13-jarige [naam kind] al langere tijd geen school heeft mogelijk een belangrijke oorzaak van zijn gedrag. De gedragswetenschapper stelt namelijk dat “[naam kind] structuur en begeleiding en kaders nodig heeft. [naam kind] is van goede wil en wil zich aan de regels houden maar zonder kaders en begrenzing lukt hem dat niet”. De rechtbank begrijpt niet hoe het kan dat [naam kind] al zo lange tijd niet naar school gaat. Het is juist school die hem een belangrijke mate van structuur kan bieden. [naam kind] moet gewoon onmiddellijk naar school.
Hoewel de rechtbank de zorgen over de bedreigde ontwikkeling van [naam kind] met de jeugdbeschermer deelt, acht de rechtbank een dusdanig verstrekkende maatregel als een gesloten plaatsing op dit moment niet aangewezen.
In de strafzaak wijst de rechtbank de vordering tot gevangenhouding van de officier van justitie toe onder gelijktijdige schorsing van de voorlopige hechtenis onder voorwaarden. Dit bevel is apart opgemaakt.
De beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek van de GI.
|
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2022 door mr. M.P. van der Stroom, voorzitter tevens kinderrechter, mrs. T. van den Akker en A.M.J. Adriaansen, kinderrechters in tegenwoordigheid van J. Roos, als griffier. Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 1 september 2022. |
||
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.