Personen- en familierecht
maatregelen voor verstek verlengd ondanks dat de minderjarige het korter wilde.
Rechtbank Rotterdam, 31 augustus 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:10330 · Rechtbank Rotterdam · 31 augustus 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2023-10330
Zaakgegevens
Op 31 augustus 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 31 augustus 2023
- Datum publicatie
- 6 november 2023
- Zaaknummer
- C/10/662339 / JE RK 23-1698
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2023:10330
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
maatregelen voor verstek verlengd ondanks dat de minderjarige het korter wilde.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/662339 / JE RK 23-1698
Datum uitspraak: 31 augustus 2023
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond , gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[kind01] , geboren op [geboortedatum01] 2006 in [geboorteplaats01] , hierna te noemen [kind01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam01] ,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats01] .
1 Het verloop van de procedure
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 juli 2023.
- het e-mailbericht van de jeugdbeschermer van 7 augustus 2023.
De belanghebbende heeft niet aangegeven prijs te stellen op een mondelinge behandeling.
[kind01] is in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken. Zij heeft hiervan gebruik gemaakt.
2 De feiten
Het ouderlijk gezag over [kind01] wordt uitgeoefend door de moeder.
[kind01] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.
Bij beschikking van 23 februari 2023 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [kind01] verlengd tot 3 september 2023.
Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 3 september 2023.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [kind01] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De beoordeling
Op basis van de stukken is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter heeft uitgebreid gesproken met [kind01] . Dit was een leuk gesprek. [kind01] geeft aan dat het contact met haar moeder veel beter is. Dit was vorig jaar een groot punt van zorg. Dat komt zelf, zegt ze, omdat zij volwassen is geworden. Zij hangt niet meer zoveel op straat. Ze wil haar startkwalificatie halen. Zij heeft verschillende bijbaantjes en een vriendje. Ook is er uitgebreid gesproken over de noodzaak van een persoonlijkheidsonderzoek om te kijken of zij nog hulp nodig heeft. [kind01] is daar duidelijk in, zij zegt dat dit niet hoeft. De kinderrechter heeft haar op het hart gedrukt dat je altijd iets kan leren van zulke onderzoeken en dat het niet gezegd is dat zij daarna veel moeilijke hulpverlening moet krijgen. De kinderrechter hoopt dan ook dat zij zo’n onderzoek wil gaan doen en dat de jeugdbeschermer dit met haar bespreekt. De jeugdbeschermer en de moeder stemmen in met het verzoek en de kinderrechter vindt deze ontwikkeling vrij pril, [kind01] heeft namelijk vorig jaar nog gezegd dat de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing zo lang mogelijk verlengd moeten worden en dat zij alleen nog maar zakelijk contact had met de moeder. Dit is nu totaal anders. De kinderrechter vindt het daarom belangrijk dat dit vastgehouden wordt en er iemand is die meekijkt en meedenkt.
De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [kind01] verlengen voor de duur van een jaar (artikel 1:260, eerste lid, BW).
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind01] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, BW).
5 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [kind01] tot 3 september 2024;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 3 september 2024;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beschikking is gegeven door mr T. van den Akker, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2023, in aanwezigheid van mr. V. Versteeg als griffier. |
||
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.