Personen- en familierecht

beschikking verlenging uithuisplaatsing

Rechtbank Rotterdam, 9 november 2023

Zaakgegevens

Op 9 november 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
9 november 2023
Datum publicatie
9 november 2023
Zaaknummer
C/10/659493 / JE RK 23-1379
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:10448
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

beschikking verlenging uithuisplaatsing

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/659493 / JE RK 23-1379

datum uitspraak: 29 juni 2023

beschikking verlenging uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[kind01] , geboren op [geboortedatum01] 2013 te [geboorteplaats01] , hierna te noemen: [kind01] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam01] , hierna te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats01] ,

[naam02] , hierna te noemen: de tante van moederszijde,

wonende te [woonplaats02] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek met bijlagen van de GI van 13 juni 2023, ingekomen bij de griffie op

14 juni 2023;

- het verzoek van de GI van 26 juni 2023, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum;

- het e-mailbericht van de advocaat van de vader van 27 juni 2023, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum;

- het gezinsplan van de GI van 28 juni 2023, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum.

Op 29 juni 2023 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Verschenen zijn:
- de tante moederzijde,

- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI, [naam03] en

[naam04] .

Er is bijzondere toegang verleend aan de pleegouder [naam05] .

Opgeroepen en niet verschenen zijn:

- de vader en zijn advocaat mr. C.W.F. Jansen.

Aangezien de tante van moederszijde de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Pidgin Engelse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van [naam06] , tolk in de Pidgin Engelse taal.

De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.

De feiten
Het ouderlijk gezag over [kind01] wordt uitgeoefend door de vader.

[kind01] verblijft bij de tante van moederszijde.

Bij beschikking van 20 januari 2023 is de ondertoezichtstelling van [kind01] verlengd tot

28 januari 2024. De kinderrechter heeft bij beschikking van 23 januari 2023 de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind01] verlengd in een voorziening voor pleegzorg tot 27 juli 2023.

De verzoeken

Op 13 juni 2023 heeft de GI verzocht de machtiging tot plaatsing van bovengenoemde

minderjarige gedurende dag en nacht voor verblijf in een pleeggezin voor de duur van

6 maanden te verlengen. Daarnaast heeft de GI op 26 juni 2023 verzocht om [naam07] als bijzondere curator te benoemen, voor [kind01] .

Ter zitting heeft de GI het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. De afgelopen maanden ziet de GI dat het goed gaat het [kind01] . Hij is vrolijk en heeft goed contact met zijn leeftijdsgenoten. [kind01] ontwikkelt zich leeftijdsadequaat en hij ziet er verzorgd uit.

[kind01] vraagt zo nu en dan naar zijn vader. Hoewel [kind01] niet veel over zijn vader praat, wordt er gezien dat [kind01] naar zijn vader toe wil. De vader geeft aan dat hij enkel onbegeleide omgang wil. Hiervoor geeft de tante van moederzijde geen (emotionele) toestemming. Zij geeft enkel toestemming als de omgang begeleid is.

Er wordt gezien dat [kind01] regelmatig alleen thuis wordt gelaten. Gezien de beperking van [kind01] is het nodig dat er ouderlijk toezicht is.

Momenteel wordt er gekeken naar passende hulpverlening. Er is een traject gestart bij Yulius. [kind01] kan hier woorden geven aan zijn emoties en hier kan hij alles een plek geven.

Het standpunt van belanghebbenden

Namens en door de advocaat van de vader is er schriftelijk een reactie gegeven op het verzoek van de GI. De vader verzet zich niet tegen het verzoek van de GI.

Ter zitting heeft de tante van moederszijde zich niet verzet tegen de verzoeken. De tante van moederszijde geeft aan dat zij begrijpt dat [kind01] een stabiele basis nodig heeft samen met zijn zusjes. De tante van moederszijde vindt het niet realistisch om te allen tijde voor [kind01] te zorgen. Zij geeft aan dat zij wel moet blijven werken naast het op zich nemen van de zorg voor [kind01] .

De beoordeling

Ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek). Op dit moment ontwikkelt [kind01] zich leeftijdsadequaat en groeit hij op in het bijzijn van zijn zusjes. Sinds hij bij de tante van moederszijde verblijft zijn de fysieke uitlatingen tegenover de leerkrachten afgenomen en is hij vrolijker geworden.

Een terugplaatsing bij de vader acht de kinderrechter niet in het belang van [kind01] . Tot op heden accepteert de vader geen passende hulpverlening om een eventuele terugplaatsing te kunnen onderzoeken. Ook weigert de vader de begeleide omgangsmomenten omdat hij enkel onbegeleide omgangsmomenten wil. De situatie bij de vader is nagenoeg onveranderd gebleven wat maakt dat de verlening de uithuisplaatsing noodzakelijk is.

De kinderrechter acht in het belang van [kind01] dat de screening van pleegzorg wordt voortgezet om te kijken of het pleeggezin waar hij nu verblijft passend is voor [kind01] . Uit voorgaande volgt dat de verlenging van de uithuisplaatsing van [kind01] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek).

Ten aanzien van de benoeming bijzondere curator

Ingevolge artikel 1:250 van het BW kan de kinderrechter, wanneer in aangelegenheden

betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige de belangen van de met het

gezag belaste ouders of één van hen in strijd zijn met die van de minderjarige, een bijzondere

curator benoemen om de minderjarige ter zake zowel in als buiten rechte te

vertegenwoordigen indien de rechtbank dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk

acht.

De kinderrechter ziet aanleiding om mr. [naam07] te benoemen als bijzondere

curator over [kind01] . Zij heeft zich voorafgaand de zitting bereid verklaard de taak van

bijzondere curator te voldoen. De bijzondere curator kan de belangen van [kind01] zowel in als buiten rechte behartigen en al het nodige doen wat in hun belang is. De benoeming tot bijzonder curator geldt voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 28 januari 2024.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind01] gedurende dag en nacht voor verblijf in een pleeggezin tot 27 januari 2024;

benoemt tot bijzondere curator over [kind01] :

[naam07] , kantoorhoudende aan [adres01] , [postcode01] te [plaats01] ;

bepaalt dat de benoeming tot bijzondere curator geldt met ingang van 29 juni 2023 voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 28 januari 2024;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2023 door mr. M. van Kuilenburg, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. K.F.G. van Leeuwen als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 21 juli 2023.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.