Personen- en familierecht

Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging uithuisplaatsing bij de vader met gezag.

Rechtbank Rotterdam, 4 mei 2023

Zaakgegevens

Op 4 mei 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
4 mei 2023
Datum publicatie
1 juni 2023
Zaaknummer
C/10/654570 / JE RK 23-611
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:4537
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging uithuisplaatsing bij de vader met gezag.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaakgegevens : C/10/654570 / JE RK 23-611

datum uitspraak: 4 mei 2023

beschikking verlenging ondertoezichtstelling en verlenging uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats 1] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats 2] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 24 februari 2023, ingekomen bij de griffie op 17 maart 2023.

Op 4 mei 2023 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] , die voorafgaand aan de zitting ieder apart zijn gehoord,

- de vader,
- twee vertegenwoordigsters van de GI, mw. [persoon A] en mw. [persoon B] .

Opgeroepen en niet verschenen is de moeder.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven op basis van een machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader.

Bij beschikking van 18 mei 2022 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 18 mei 2023. De kinderrechter heeft bij deze beschikking ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] bij de vader met gezag verlengd tot 18 mei 2023.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Tevens wordt verzocht de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] bij de vader met gezag te verlengen voor de duur van een jaar.

De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven sinds februari 2021 middels een machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader. Zowel de kinderen als de vader hebben een roerige tijd achter de rug. Er was in de thuissituatie sprake van veel spanningen en stress. Dit leidde tot discussies en soms tot hevige escalaties. Nadat er in februari 2023 door de GI werd geconstateerd dat er te weinig verbetering werd gezien om van een veilige thuissituatie te kunnen spreken, is besloten om over te gaan tot een verzoek tot uithuisplaatsing. Nadat dit aan het gezin werd medegedeeld, kwamen de frustraties los en heeft de GI goede gesprekken kunnen voeren met ieder van de gezinsleden. Zowel de vader als [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben erkend dat er in de thuissituatie iets moest veranderen. Zij hebben zich alle drie ingezet om een plan op stellen met daarin beschreven wat ervoor nodig is om een veilige thuissituatie te creëren. Het gezin staat op de wachtlijst voor systeemtherapie. Tot deze vervolghulp kan starten, komt de jeugdbeschermer iedere drie weken langs om het veiligheidsplan te evalueren. Dit heeft de afgelopen weken tot de nodige resultaten geleid. De GI heeft daarop besloten niet meer over te gaan tot een verzoek tot uithuisplaatsing. Er lijkt meer rust te zijn in huis en er vinden geen fysieke escalaties meer plaats. Er waren zorgen rondom het schoolverzuim van [voornaam minderjarige 1] en het gebrek aan inzet voor het traject van Inzicht, maar gebleken is dat [voornaam minderjarige 1] zich de afgelopen weken hard heeft ingezet om al haar punten te halen die zij nodig heeft om te kunnen starten met haar eindexamen. Het is in de komende periode belangrijk dat iedereen zich aan het gemaakte veiligheidsplan houdt en zich, onder de regie van de jeugdbescherming, inzet voor de geboden hulpverlening. Desgevraagd geeft de GI aan dat er door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) geen onderzoek zal worden gedaan naar de noodzaak van het beëindigen van het gezag van de moeder.

Het standpunt van de vader

De vader stemt ter zitting in met het verzoek. De kinderen hebben in hun leven veel meegemaakt. Dit lijkt mede door de puberteit en door de coronacrisis omhoog te zijn gekomen. De kinderen hadden hun eigen wil in huis en dat leidde tot discussies. Er zijn nu duidelijke afspraken gemaakt waar iedereen zich aan houdt. Bovendien lijkt het erop dat de kinderen beide een doel hebben gevonden waar zij hard voor willen werken. Al met al maakt dit dat het rustiger is in huis. Desgevraagd geeft de vader aan er bewust voor te hebben gekozen geen procedure te starten tot het wijzigen van de hoofdverblijfplaats van de kinderen, omdat hij er niet nog een procedure bij wil hebben. Wel zou de vader graag zien dat de moeder meer bijdraagt aan de opvoeding, onder andere in de vorm van kinderalimentatie. Om escalaties te voorkomen, heeft de vader zich bij de situatie neergelegd. Het is belangrijk dat de kinderen de gebeurtenissen uit het verleden een plekje kunnen geven. De vader staat dan ook open voor systeemtherapie vanuit MST-CAN.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] nog ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben in de afgelopen periode veel meegemaakt. Er waren zorgen rondom de spanningen in de thuissituatie en de (fysieke) escalaties die daarvan het gevolg konden zijn. [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en hun vader hebben zich er in de afgelopen periode hard voor ingezet om een uithuisplaatsing te voorkomen. Zij hebben samen met de jeugdbeschermer een plan opgesteld met als doel ieder van de gezinsleden inzicht te geven in hun gedrag en hun aandeel in de situatie, om zo in te zien hoe er een veilige thuissituatie kan worden gecreëerd. Zowel [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] als hun vader geven afzonderlijk aan dat dit geleid heeft tot meer rust in huis en dat zij het fijn vinden als de jeugdbeschermer nog even betrokken blijft om het gezin hierin te begeleiden. De kinderrechter gaat hierin mee en acht de betrokkenheid van de jeugdbeschermer in komende periode noodzakelijk om te bezien of de stijgende lijn zich voortzet.

Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengen voor de duur van een jaar.

Ook is de verlenging van de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, BW). De kinderrechter overweegt dat een machtiging tot uithuisplaatsing niet de meest geschikte wijze is om voor langere duur het verblijf bij de andere gezaghebbende ouder met gezag vorm te geven. De vader heeft echter aangegeven geen civiele procedure te willen starten tot het wijzigen van de hoofdverblijfplaats van de kinderen om de relatieve rust niet te verstoren. Ook zal er door de Raad geen onderzoek worden gestart naar het gezag van de moeder. Nu een voortzetting van het verblijf bij de vader het meest in het belang van de kinderen wordt geacht, en dit door hen ook uitdrukkelijk wordt gewenst, zal de kinderrechter toch de machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader verlengen voor de duur van een jaar.

De beslissing


De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 18 mei 2024;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] bij de ouder met gezag tot 18 mei 2024;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2023 door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van V.L. Blijdorp als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 16 mei 2023.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.