Personen- en familierecht
Korte verlenging van de ondertoezichtstelling voor één maand, omdat de rechtbank ter zitting heeft gehoord…
Rechtbank Rotterdam, 7 april 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:11517 · Rechtbank Rotterdam · 7 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2025-11517
Zaakgegevens
Op 7 april 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 7 april 2025
- Datum publicatie
- 1 oktober 2025
- Zaaknummer
- C/10/694142 / JE RK 25-279
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J. Brouwer
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2025:11517
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Korte verlenging van de ondertoezichtstelling voor één maand, omdat de rechtbank ter zitting heeft gehoord dat een verzoek tot machtiging uithuisplaatsing is ingediend en het van belang is dat beide verzoeken samen zorgvuldig worden behandeld.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/694142 / JE RK 25-279
Datum uitspraak: 7 april 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J. Brouwer, kantoorhoudende in Rotterdam,
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .
1 Het verloop van de procedure
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 11 februari 2025, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 april 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
[voornaam minderjarige] woont bij de moeder.
Bij beschikking van 9 oktober 2024 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 9 april 2025.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en geeft aan dat tevens een verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing is ingediend.
4 Het standpunt van de moeder
Door en namens de moeder wordt verweer gevoerd. Vorig jaar is door de vaste jeugdbeschermer medegedeeld dat het dossier gesloten zou worden. Op het laatste moment werd alsnog een verzoek tot verlenging ingediend. Naar aanleiding daarvan heeft de moeder niet meer gereageerd op de jeugdbeschermer, waarna een schriftelijke aanwijzing is gegeven.
5 De beoordeling
Ter zitting is aangevoerd dat, naast het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling, ook een verzoek machtiging tot uithuisplaatsing bij de rechtbank is ingediend. Voor een zorgvuldige beoordeling van ook dit verzoek is het noodzakelijk dat de kinderrechter vanwege de samenhang op een nader te bepalen zitting hiervan kennisneemt. De kinderrechter ziet daarom aanleiding om het voorliggende verzoek aan te houden.
De kinderrechter ziet geen ruimte om dit verzoek tijdig, dat wil zeggen vóór het einde van de ondertoezichtstelling, te weten 9 april 2025, ter zitting te behandelen. Aangezien naar het oordeel van de kinderrechter vooralsnog is voldaan aan de wettelijke criteria voor een ondertoezichtstelling, zal de kinderrechter – gelet op het bovenstaande – de ondertoezichtstelling verlengen voor de duur van één maand en het overige verzochte aanhouden.
Ter zitting is een nieuwe zittingsdatum overeengekomen, te weten 6 mei 2025 om 14:15. Na afloop bleek echter dat de vaste jeugdbeschermer op die datum met verlof is. Er wordt in overeenstemming met alle partijen gezocht naar een nieuwe zittingsdatum.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 9 mei 2025;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zittingsdatum.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2025 door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 16 april 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
-
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.