Personen- en familierecht
Doorhaling van een geboorteakte met onjuiste gegevens.
Rechtbank Rotterdam, 11 maart 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:5010 · Rechtbank Rotterdam · 11 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2025-5010
Zaakgegevens
Op 11 maart 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 11 maart 2025
- Datum publicatie
- 25 april 2025
- Zaaknummer
- C/10/682019 / FA RK 24-5038 / AD 2023 / 261
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2025:5010
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Doorhaling van een geboorteakte met onjuiste gegevens.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/682019 / FA RK 24-5038
Ovj kenmerk: AD 2023 / 261
Beschikking van 11 maart 2025 over akte van de burgerlijke stand
in de zaak van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,
in welke zaak belanghebbenden zijn:
[persoon A] ,
hierna: [voornaam persoon A] ,
briefadres te Rotterdam,
en
[persoon B] ,
hierna: [voornaam persoon B] ,
voorheen wonende te Rotterdam,
nu zonder bekende woon- en/of verblijfplaats binnen en buiten Nederland.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het verzoekschrift met bijlagen van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, ingekomen op 4 juli 2024;
-
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 oktober 2024.
De voortgezette mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op
25 januari 2025. Daarbij is [voornaam persoon A] verschenen. De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam, het Openbaar Ministerie en [voornaam persoon B] zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
2 De vaststaande feiten
Op [geboortedatum] 2023 is [naam kind] (hierna te noemen het kind) in [geboorteplaats] geboren.
Op 5 januari 2024 is door de ambtenaar onder akte nummer [aktenummer 1] een akte van geboorte van het kind opgemaakt met vermelding van de gegevens van [voornaam persoon A] als ouder van het kind en als aangever van de geboorte van het kind.
Op 1 juli 2024 is door de ambtenaar onder akte nummer [aktenummer 2] een akte van geboorte van het kind opgemaakt met vermelding van de gegevens van [voornaam persoon B] als ouder van het kind en als aangever van de geboorte van het kind.
3 De beoordeling
Het verzoek strekt tot doorhaling van akte nummer [aktenummer 1] van het register van geboorten van het jaar 2024 van – naar de rechtbank begrijpt – de gemeente Rotterdam, omdat deze akte ten onrechte is opgemaakt.
[voornaam persoon A] heeft tijdens de mondelinge behandeling laten weten dat zij instemt met het verzoek tot doorhaling van deze geboorteakte.
[voornaam persoon B] is niet verschenen in de procedure.
Op basis van de informatie uit het dossier en de mondelinge behandeling is vast komen te staan dat de geboorteakte [aktenummer 1] onjuiste gegevens bevat. Daarom wordt het verzoek toegewezen.
4 De beslissing
De rechtbank:
gelast de doorhaling van de akte nummer [aktenummer 1] van het register van geboorten van het jaar 2024 van de gemeente Rotterdam;
draagt de griffier op om niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking – en als daartegen geen hoger beroep is ingesteld – een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam zoals bepaald in artikel 1:24 lid 2 BW.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. H.C.A. de Groot, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. J. Veldthuis, griffier, op 11 maart 2025. |
||
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.