Personen- en familierecht
beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot…
Rechtbank Rotterdam, 14 januari 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:5216 · Rechtbank Rotterdam · 14 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2025-5216
Zaakgegevens
Op 14 januari 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 14 januari 2025
- Datum publicatie
- 29 april 2025
- Zaaknummer
- C/10/690444 / JE RK 24-2593
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2025:5216
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/690444 / JE RK 24-2593
Datum uitspraak: 14 januari 2025
Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. R.H.P. Feiner, kantoorhoudende in Rotterdam,
[naam vader] ,
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat mr. F. Pool, kantoorhoudende in Rotterdam.
De rechtbank merkt als informant aan:
[naam oma] ,
hierna te noemen de oma vaderszijde, wonende in [woonplaats 1] .
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 3 december 2024.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 januari 2025. Daarbij waren aanwezig:
-
de moeder met haar advocaat;
-
de vader met advocaat mr. M.S. Krol (waarnemend voor mr. F. Pool),
-
twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon 1] en [persoon 2] ,
-
de oma vaderszijde.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft bij de grootouders vaderszijde.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 februari 2024 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 27 februari 2025.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 juni 2024 een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van 19 juni 2024 tot 3 juli 2024.
Bij beschikking van 28 juni 2024 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 18 september 2024. De behandeling voor het overig verzochte is aangehouden en verwezen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank.
De meervoudige kamer heeft bij beschikking van 16 september 2024 de machtiging [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 17 januari 2025.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft het verzoek en licht het als volgt toe. Vlak voor de kerstvakantie is de screening door pleegzorg bij de grootouders vaderszijde afgerond. Pleegzorg heeft een voorwaardelijk positieve screening gegeven voor de duur van negen maanden. Dit omdat pleegzorg nog onvoldoende zicht heeft gekregen op de opvoedvaardigheden en de leerbaarheid van de grootouders vaderszijde. Pleegzorg heeft naar aanleiding van de screening een aantal voorwaarden gesteld. Een van die voorwaarden is dat specialistisch ambulante hulpverlening (hierna: SPAM) vanuit Enver wordt ingezet. De grootouders vaderszijde staan bovenaan de wachtlijst voor SPAM. Gezien wordt dat de oma vaderszijde hulp nodig heeft in haar nieuwe rol als pleegmoeder. De GI kan zich voorstellen dat het voor de oma vaderszijde lastig is om zich neutraal op te stellen nu het haar eigen zoon en eigen kleindochter betreft. De GI is in gesprek gegaan met de grootouders vaderszijde over “grapjes” die zijn gemaakt over eventuele blauwe plekken bij [minderjarige] . Daarnaast ontvangt de GI weleens WhatsApp-berichten van de oma vaderszijde waarin zij aangeeft dat de jeugdbeschermers asociaal zijn of dat zij het beleid van de GI niet begrijpt. De GI heeft weinig zicht op hoe het bij de grootouders vaderszijde thuis gaat. Wel ziet de GI dat [minderjarige] goed op de oma vaderszijde reageert. Ook heeft de GI geen twijfels over de onvoorwaardelijke liefde die de grootouders vaderszijde voelen voor [minderjarige] .
Tijdens de bezoeken met de ouders, [minderjarige] en haar zusje [naam] is sprake van veel spanning door de opmerkingen die de ouders maken richting de begeleidende instanties. Ook worden de bezoeken vaak afgezegd. Met de ouders is nu afgesproken dat zij op de dag van het geplande bezoek voor 08:30 uur laten weten of zij er zullen zijn. Sindsdien gaat het iets beter. De gesprekken die de GI voert met de moeder verlopen rustig. De GI ziet dan dat de moeder zich kwetsbaar probeert op te stellen. Het lukt dan ook om goede afspraken te maken. Vervolgens lukt het de moeder helaas niet om die afspraken ook na te komen. Wanneer de GI een gesprek wil voeren met beide ouders lukt het niet om tot de kern te komen, omdat er dan veel nare uitspraken worden gedaan.
4 De standpunten van de ouders
Namens en door de moeder wordt geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. Wel wordt gevraagd om de duur van de kinderbeschermingsmaatregelen ten aanzien van [minderjarige] gelijk te trekken met de maatregelen die gelden voor [naam] . Vanuit pleegzorg zijn er geen signalen gekomen dat het niet goed gaat bij de grootouders vaderszijde thuis. Als pleegzorg onvoldoende zicht heeft op de situatie, kan de GI ook zelf bij de grootouders vaderszijde thuis langsgaan. De oma vaderszijde doet hartstikke haar best.
Door de GI wordt gezegd dat de ouders niet goed bereikbaar zijn. De ouders ervaren echter dat de GI niet altijd reageert op hun berichten.
Voor de moeder is het van belang dat zij aan de slag gaat met het behandeltraject bij Ready for Change.
Namens en door de vader wordt naar voren gebracht dat hij achter het verzoek van de GI staat. Wel wordt verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te specificeren, in die zin dat een machtiging wordt verleend voor een plaatsing bij de grootouders vaderszijde, dan wel in het netwerk. Het zal veel rust geven als duidelijk is dat [minderjarige] bij de grootouders vaderszijde zal blijven. Daarnaast brengt het specificeren van de machtiging met zich mee dat de GI – indien onverhoopt uit een latere screening zou blijken dat de plaatsing bij de oma vaderszijde niet meer goed genoeg is – eerst langs de rechtbank moet om een eventuele overplaatsing te laten toetsen.
5 De informatie van de informant
Op vragen van de rechtbank geeft de oma vaderszijde aan dat het goed gaat met [minderjarige] . Het is een lief meisje dat goed luistert en soms wat ondeugend is. De oma vaderszijde heeft geen zorgen of vragen over de opvoeding van [minderjarige] . Het lijkt alsof pleegzorg dat niet wil geloven. Er zal een hulpverlener langskomen die de grootouders vaderszijde handvatten gaat geven over hoe om te gaan met [minderjarige] . De grootouders vaderszijde hebben ook al een cursus gevolgd en zijn van plan om aan de vervolgcursus deel te nemen.
De afspraak is dat de ouders niet bij de grootouders vaderszijde thuis mogen komen. Het lukt de grootouders vaderszijde goed om zich aan die afspraak te houden. De oma vaderszijde vertelt dat zij de GI asociaal heeft genoemd omdat een bezoek tussen de moeder en [minderjarige] en [naam] niet doorging, waarbij de GI wel de pleegmoeder van [naam] , maar niet oma vaderszijde had afgezegd. De oma vaderszijde was gefrustreerd omdat zij daardoor voor niets met [minderjarige] van [woonplaats 2] naar [woonplaats 1] was gereden. De oma vaderszijde erkent dat zij het woord asociaal beter niet had kunnen gebruiken. Daarnaast brengt de oma vaderszijde naar voren dat het voorval over de zogenaamde blauwe plekken bij [minderjarige] een grapje was, dat door de jeugdbeschermer anders werd opgevat dan het was bedoeld.
6 De beoordeling
Op basis van de stukken en dat wat is besproken ter zitting is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de grond voor de ondertoezichtstelling. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.
Op 19 juni 2024 is [minderjarige] met spoed uit huis geplaatst, vanwege forse zorgen over de thuissituatie bij de moeder en de vader. In de stukken wordt gesproken over vermoedens van huiselijk geweld tussen de moeder en de vader. Daarnaast zijn er zorgen over het drugsgebruik van de moeder. [minderjarige] woont sinds een aantal maanden bij de grootouders vaderszijde. Volgens de oma vaderszijde gaat het goed met [minderjarige] en gedraagt zij zich zoals je van een meisje van tweeënhalf jaar kunt verwachten. Pleegzorg heeft de plaatsing van [minderjarige] bij de grootouders vaderszijde gescreend en een voorwaardelijk positieve screening gegeven voor de duur van negen maanden. Een van de voorwaarden die pleegzorg aan het voortduren van de plaatsing stelt, is dat SPAM gaat starten in de thuissituatie bij de grootouders vaderszijde. Volgens de GI heeft pleegzorg aangegeven dat er op dit moment onvoldoende zicht is op de opvoedvaardigheden en de leerbaarheid van de grootouders vaderszijde. Een (brief)rapportage met de bevindingen van pleegzorg is niet overgelegd, waardoor het voor alle betrokkenen gissen blijft hoe het kan dat zij geen zicht hebben gekregen op de opvoedvaardigheden en leerbaarheid van de grootouders vaderszijde. De oma vaderszijde ervaart geen problemen in de opvoeding van [minderjarige] . Zij acht zichzelf bereid en in staat om voor [minderjarige] te blijven zorgen. De ouders staan achter de plaatsing van [minderjarige] bij de grootouders vaderszijde. Zij zien in dat een thuisplaatsing van [minderjarige] op dit moment niet mogelijk is en hebben ter zitting dan ook geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI.
Ook de rechtbank is van oordeel dat [minderjarige] op dit moment niet terug kan naar de moeder. Daarvoor zijn de zorgen over de thuissituatie bij de moeder en de vader nog te groot. In de beschikking van 16 september 2024 heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank reeds overwogen dat het voor de moeder, en daarmee ook voor [minderjarige] , noodzakelijk is dat de moeder een detox programma gaat volgen om te werken aan haar verslavingsproblematiek. Ter zitting wordt duidelijk dat de moeder op 15 januari 2025 zal starten met een behandeltraject van acht weken bij Ready for Change. Het is positief dat de moeder deze stap zet om aan zichzelf te werken. Belangrijk is dat de moeder openheid van zaken geeft aan de GI over het verloop van haar behandeltraject. Daarnaast wordt van de moeder verwacht dat zij zich houdt aan de afspraken in het contact met [minderjarige] .
Hoewel het verzoek van de GI niet specifiek een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de grootouders vaderszijde omvat, zal de rechtbank een machtiging tot plaatsing in een voorziening voor pleegzorg verlenen, te weten bij de grootouders vaderszijde. De rechtbank doet dit zodat [minderjarige] niet zonder rechterlijke toetsing kan worden overgeplaatst naar een ander, neutraal, pleeggezin.
De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] tot 17 januari 2026. De rechtbank wijst het overig verzochte deel met betrekking tot de ondertoezichtstelling af, zodat de duur van deze maatregel gelijk loopt met de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing.
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7 De beslissing
De rechtbank:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 17 januari 2026;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de grootouders vaderszijde, tot 17 januari 2026;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2025 door mr. A.L Pöll, mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos en mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. M.M.C. van der Knaap als griffier, en op schrift gesteld op 22 januari 2025. |
||
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
-
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.