Personen- en familierecht
De kinderrechter verleent een machtiging voor gesloten jeugdhulp van drie maanden. De minderjarige vertoonde…
Rechtbank Rotterdam, 5 februari 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:5900 · Rechtbank Rotterdam · 5 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2025-5900
Zaakgegevens
Op 5 februari 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 5 februari 2025
- Datum publicatie
- 15 mei 2025
- Zaaknummer
- C/10/693065 / JE RK 25-151
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.G Hoogerwerf, mr. N Aydogan-Kütük
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2025:5900
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De kinderrechter verleent een machtiging voor gesloten jeugdhulp van drie maanden. De minderjarige vertoonde risicovol gedrag, maar maakt vooruitgang. Systemische hulpverlening wordt ingezet om terugkeer naar huis en uitbreiding van verloven mogelijk te maken.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/693065 / JE RK 25-151
Datum uitspraak: 5 februari 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Leger Des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] ,
advocaat: mr. M.G. Hoogerwerf, kantoorhoudende in Dordrecht.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. N. Aydogan-Kütük, kantoorhoudende in Rotterdam.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 24 januari 2025, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum;
-
de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 30 januari 2025;
-
de brief van [voornaam minderjarige] , overhandigd ter zitting.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 februari 2025. Daarbij waren aanwezig:
- [voornaam minderjarige] bijgestaan door haar advocaat;
- de moeder bijgestaan door haar advocaat (telefonisch);
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend om de zitting bij te wonen aan de begeleider van [voornaam minderjarige] , [persoon B] .
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
[voornaam minderjarige] verblijft op een gesloten groep.
Bij beschikking van 5 juli 2024 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 5 juli 2025.
Bij beschikking van 18 november 2024 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp verleend tot 20 februari 2025.
3 Het verzoek
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. Na de laatste zitting is het misgegaan tussen [voornaam minderjarige] en haar moeder, waardoor het contact langere tijd verbroken is geweest. Hierdoor moest opnieuw gewerkt worden aan kleine stappen en moest zij haar verlof opnieuw verdienen. Dit heeft het traject vertraagd. Twee weken geleden heeft [voornaam minderjarige] een PowerPointpresentatie gemaakt waarin zij uitlegde wat zij heeft geleerd, wat zij nog moet leren en waarin zij zichzelf kan verbeteren. Het is bijzonder knap dat [voornaam minderjarige] zelf inziet dat er nog doelen te behalen zijn en dat een verlenging daarom nodig is. Het contact met haar moeder is inmiddels opgebouwd van één uur naar vier uur per week. Er wordt geprobeerd om hulpverlening in de thuissituatie bij de moeder in te zetten, via E25, maar hier is nog geen terugkoppeling van ontvangen. Omdat er angst is voor een terugval bij te snelle stappen, is het belangrijk om het proces geleidelijk te laten verlopen. De belangrijkste doelen voor [voornaam minderjarige] zijn: zich aan afspraken houden, betrouwbaar zijn, niet weglopen en omgaan met verleidingen rondom middelengebruik. [voornaam minderjarige] geeft zelf aan dat zij het risico loopt om toch iets te gebruiken als zij in de verleiding komt.
4 Het standpunt van de moeder
Door en namens de moeder wordt ingestemd met het verzoek. De afgelopen jaren is er veel gebeurd. [voornaam minderjarige] is herhaaldelijk weggelopen en zoals de GI aangaf, is het na de vorige zitting misgegaan, waar de moeder erg onder leed. Het lukt de moeder niet om [voornaam minderjarige] te begrenzen en ervoor te zorgen dat zij zich aan de regels houdt. De moeder houdt veel van [voornaam minderjarige] en wil zij dat [voornaam minderjarige] op het rechte pad komt, zich aan de regels houdt en therapie volgt. Wel wil de moeder dat de verloven worden uitgebreid, maar daarvoor is hulpverlening in de thuissituatie bij de moeder nodig.
5 Het standpunt van [voornaam minderjarige]
Door en namens [voornaam minderjarige] wordt verweer gevoerd tegen het verzoek. [voornaam minderjarige] erkent dat de gesloten plaatsing nog nodig is, maar niet voor de verzochte duur. [voornaam minderjarige] is sinds de gesloten plaatsing gaan beseffen wat er allemaal gebeurd is en er zit een stijgende lijn in op de groep, op school gaat het goed en het contact met de moeder is hersteld. Dit moet beloond worden met het verlenen van de machtiging voor een kortere periode, bijvoorbeeld voor de duur van twee maanden. Bovendien wordt er verwezen naar dat wat de gedragswetenschapper zegt over de nodige stip aan de horizon. Het uitbreiden van de verloven wordt gekoppeld aan de inzet van hulpverlening, maar het wordt losgekoppeld van het gedrag van [voornaam minderjarige] . Het liefst gaat zij vandaag naar huis maar weet dat het te vroeg is en dat er nog aan doelen gewerkt moeten worden.
6 De verklaring van de gedragswetenschapper
De gedragswetenschapper stemt in met het verzoek en geeft aan dat [voornaam minderjarige] een “stip op de horizon” en overzichtelijke stappen en doelen nodig lijkt te hebben als het gaat om haar verblijf op deze groep. [voornaam minderjarige] is volgens de gedragswetenschapper een meisje dat veel behoefte heeft aan duidelijkheid en structuur. [voornaam minderjarige] heeft nu, wellicht bij gebrek aan een ander plan, voor zichzelf een plan bedacht, met hele grote stappen (een maand verlengen en dan naar huis), waardoor teleurstelling en mogelijk een terugval in “oud gedrag” op de loer liggen.
7 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [voornaam minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
[voornaam minderjarige] is gesloten geplaatst omdat zij zichzelf en anderen in onveilige situaties bracht door weg te lopen tijdens verlofmomenten en door zelfbepalend gedrag te vertonen. Er waren ernstige zorgen over haar veiligheid en zij accepteerde het gezag van haar moeder niet. De afgelopen periode is er echter sprake van een positieve ontwikkeling. [voornaam minderjarige] toont vooruitgang op de groep, op school en in het contact met haar moeder. Zij laat ook zelfreflectie zien en erkent dat zij nog een lange weg te gaan heeft, maar gemotiveerd is om hieraan te werken. De kinderrechter hoopt dat [voornaam minderjarige] deze positieve lijn en haar therapieën voortzet. Voordat [voornaam minderjarige] terug kan naar de moeder is het van belang dat er systemische hulpverlening komt in de thuissituatie bij de moeder zodat de kans op een terugval wordt verkleind. Het is van belang dat er zo snel als mogelijk systemische hulpverlening in de thuissituatie wordt ingezet zodat toegewerkt kan worden naar het uitbreiden van de verloven.
Ook uit de verklaring van de gedragswetenschapper blijkt dat [voornaam minderjarige] nog gebaat is bij de gestructureerde omgeving van de gesloten jeugdhulp. Dit maakt dat de voortzetting van haar verblijf op de gesloten groep nog noodzakelijk is. De gedragswetenschapper geeft wel aan dat [voornaam minderjarige] een stip op de horizon nodig heeft, om te voorkomen dat zij juist terug valt in oud gedrag.
Gelet op al het voorgaande kan de veiligheid van [voornaam minderjarige] nog niet geworden gewaarborgd bij de moeder of op een open groep. Daarom is een gesloten plaatsing nog steeds noodzakelijk en zal de kinderrechter de machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlenen. De kinderrechter ziet – gelet op wat de gedragswetenschapper heeft aangegeven over de stip op de horizon en gelet op de positieve vooruitgang van [voornaam minderjarige] – aanleiding om de duur van deze machtiging voor een kortere duur te verlenen dan verzocht. De kinderrechter zal de machtiging voor de duur van drie maanden verlenen en de behandeling en beslissing het overige verzochte aan te houden tot de hierna vermelde zittingsdatum.
De GI wordt verzocht uiterlijk een week vóór de hierna vermelde zittingsdatum een briefrapportage (met afschrift daarvan aan [voornaam minderjarige] en haar advocaat, de moeder en haar advocaat) te overleggen over de op dat moment aanwezige stand van zaken en aan te geven of het verzoek voor het overige verzochte wordt gehandhaafd. Indien de GI het resterende deel van het verzoek handhaaft, wordt de GI verzocht tevens een nieuwe verklaring van een gedragswetenschapper te overleggen.
8 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 20 februari 2025 tot 20 mei 2025;
en alvorens verder te beslissen:
houdt de beslissing in het verzoek van de GI voor het overig verzochte aan en bepaalt dat het verhoor van [voornaam minderjarige] en haar advocaat, de GI, de moeder en haar advocaat in deze zaak zal plaatsvinden op 15 mei 2025 om 14:00 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125;
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A. Verweij, kinderrechter;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de moeder, mr. M.G. Hoogerwerf en mr. N. Aydogan-Kütük;
gelast de oproeping van [voornaam minderjarige] tegen voormelde zittingsdatum en tijdstip;
verzoekt de GI uiterlijk 8 mei 2025 de door de kinderrechter verzochte briefrapportage toe te sturen - en bij handhaving van het verzoek een recente verklaring van de gedragswetenschapper - met afschrift aan de belanghebbenden;
verzoekt de GI zorg te dragen voor oproeping van een tolk Turks voor bovengenoemde zittingsdatum en -tijdstip.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2025 door mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 19 februari 2025. |
||
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
-
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.