Personen- en familierecht

De gecertificeerde instelling heeft de begeleiding van het gezin ondergebracht bij 'MV MINIMUM VARIANT'…

Rechtbank Rotterdam, 15 juli 2026

Zaakgegevens

Op 15 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
15 juli 2026
Datum publicatie
15 augustus 2026
Zaaknummer
C/10/719217 / JE RK 26-860
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:10146
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De gecertificeerde instelling heeft de begeleiding van het gezin ondergebracht bij 'MV MINIMUM VARIANT', ondanks de al langdurig complexe situatie. De kinderrechter uit haar zorgen over de aanhoudende grote capaciteitstekorten in de jeugdketen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/719217 / JE RK 26-860

Datum uitspraak: 15 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter

in de zaak van

[moeder 2] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats 1] ,

advocaat mr. W.J.J. Trooster, uit Vlaardingen,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2017 in [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2020 in [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[pleegouders] , verblijvende op een bij de rechtbank bekend adres,

hierna te noemen: de pleegouders,

de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de beschikking van 17 juni 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- het bericht van mr. Trooster met bijlagen van 14 juli 2026;

  • de brief van de GI met bijlagen van 14 juli 2026;

  • de voorwaarden voor de start van een Integratieve Gehechtheidsbevorderende Traumabehandeling voor Kinderen (IGT-K), ter zitting overhandigd door de pleegouders.

1.2.

Op 15 juli 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI] ;

- de pleegouders.

1.3.

De kinderrechter heeft bijzondere toegang tot de zitting verleend aan [hulpverlener] , begeleidster van de moeder.

2. De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .

2.2.

[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven bij de pleegouders.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 december 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] en de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 6 december 2026.

2.4.

De GI heeft op 21 april 2026 in een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Hierin is het volgende opgenomen:

“De bestaande omgangsregeling blijft in de basis ongewijzigd. Dit betekent dat de reguliere omgangsmomenten en de duur daarvan worden voortgezet zoals eerder vastgesteld. Het extra omgangsmoment Koningsdag komt te vervallen, met uitzondering van Moederdag en de verjaardag van [voornaam moeder] op 1 juni. De regeling geldt voor de duur van de bestaande omgangsregeling die loopt tot 22 juli. Na afloop van deze duur zal het verloop van deze regeling worden geëvalueerd. U ontvangt hiervoor een uitnodiging”.

2.5.

De GI heeft op 14 juli 2026 een brief gestuurd met daarin een nieuw voorstel voor de omgang tussen de moeder, [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Dat voorstel houdt – kort gezegd – de volgende tijdelijke omgangsregeling in totdat de nieuwe vaste jeugdbeschermer in het gezin start:

Datum

Tijd

Woensdag 22 juli 2026

10:00-17:00 uur

Woensdag 12 augustus 2026

10:00-17:00 uur

Vrijdag 21 augustus 2026 (verjaardag [voornaam minderjarige 1] )

10:00-17:00 uur

Woensdag 2 september 2026

13:00-17:00 uur

Zaterdag 19 september 2026

10:00-17:00 uur

Woensdag 7 oktober 2026

13:00-17:00 uur

3 Het aangehouden verzoek

3.1.

De moeder verzoekt de schriftelijke aanwijzing van de GI geheel vervallen te verklaren. De moeder verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

Door en namens de moeder wordt ter zitting naar voren gebracht dat de regeling die de GI nu voorstelt niet de huidige regeling is, en ook niet de door de moeder voorgestelde regeling is. Niet duidelijk is hoe dit voorstel tot stand is gekomen zonder dat daar het voorstel van de moeder in is meegenomen. Hoe de omgang tussen de moeder en de kinderen eruit moet zien totdat er een vaste jeugdbeschermer betrokken raakt, is volgens de moeder met een schema lijkend op het schema van de GI. Zij heeft wel de voorkeur voor omgangsmomenten op een zaterdag en vindt dat het schema met zes weken moet worden verlengd. Hopelijk zijn de nieuwe jeugdbeschermers betrokken als het schema is afgelopen en kan er dan een nieuw plan voor de omgang worden vormgegeven in harmonie met elkaar, zoals de pleegvader tijdens de zitting heeft aangegeven.

4 De standpunten

4.1.

De GI heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht. Gisteren is er overleg geweest met de afdeling Brabant. De verwachting is dat er binnen twee weken twee nieuwe vaste jeugdbeschermers betrokken raken. Vorige week zijn alle visies over hoe de omgang tussen de moeder, [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] eruit moet zien, besproken. Op basis daarvan is het huidige voorstel gedaan. Als de nieuwe jeugdbeschermers, [naam 1 toekomstige jeugdbeschermer] en
[naam 2 toekomstige jeugdbeschermer] , zijn gestart, kan er met alle betrokkenen aan het einde van het schema in november 2026 een nieuwe omgangsregeling worden vormgegeven.

4.2.

De pleegouders brengen ter zitting naar voren dat het schema van de GI neerkomt op een frequentie van ongeveer eenmaal per 2,5 week. Het is daarmee geen koerswijziging, maar een voortzetting van de situatie die er al was. De pleegouders hebben ook hun visie over de omgangsregeling tussen de moeder, [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] gedeeld en zijn niet op de hoogte van de visie van de moeder. De pleegouders willen graag dat de onderlinge strijd over de omgang stopt en zij willen toewerken naar een situatie waarin zij samen met de moeder om de tafel kunnen zitten en afspraken kunnen maken over de omgang onder leiding van een vaste jeugdbeschermer. In een gesprek met Family Supporters over de IGT-K, dat na de zomer start, is aangegeven dat er rust voor [voornaam minderjarige 1] nodig is om zo’n intensief therapietraject aan te kunnen gaan. Daarvoor is nodig: een vaste jeugdbeschermer, geen (lopende) procedures rondom gezag en omgang en een rustige omgangsregeling met een frequentie van eens per vier of zes weken. De pleegouders vinden het geen probleem als de bezoeken in plaats van woensdag voortaan op zaterdag plaatsvinden; zij plannen het weekendpleeggezin daar omheen.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter overweegt het volgende. Uit de stukken blijkt dat de begeleiding van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] door de GI is ondergebracht bij ‘MV MINIMUM VARIANT’. Dit betekent dat er geen vaste jeugdbeschermer aan het gezin is gekoppeld. Al geruime tijd is de situatie van met name [voornaam minderjarige 1] complex. Dit vraagt veel van [voornaam minderjarige 1] , haar pleegouders en de moeder. Juist in die situatie dient een vaste jeugdbeschermer goed op de hoogte te zijn van de situatie en strak de regie te houden. Dat ontbreekt in dit geval. De kinderrechter ziet daarin de zorgen van de rechtspraak bevestigd over de aanhoudende grote capaciteitstekorten in de jeugdketen, zoals inmiddels in meerdere jaarverslagen van de rechtspraak vermeld (o.a. in jaarverslag 2025, pagina 12).

5.2.

De moeder en de pleegouders willen allen het beste voor de kinderen. De GI heeft in haar brief van 14 juli 2026 laten weten dat, in plaats van een vaste jeugdbeschermer, het team van de GI Dordrecht bij alle belanghebbenden hun visie heeft opgevraagd over de omgang. De moeder en de pleegouders hebben hun visie over de omgang gedeeld met de GI. Tijdens de zitting is gebleken dat zij elkaars visie niet kennen. Wel blijkt uit voornoemde brief van de GI van 14 juli 2026 dat de visies van de moeder en de pleegouders op belangrijke onderdelen aanzienlijk van elkaar verschillen.

5.3.

De komende periode gaat er veel gebeuren, zoals de therapie (IGT-K) voor [voornaam minderjarige 1] die gaat starten. Dit zal een intensieve periode voor [voornaam minderjarige 1] zijn. De pleegouders brengen ter zitting naar voren dat er voorwaarden gelden voordat [voornaam minderjarige 1] met IGT-K kan starten en hebben ter zitting een brief met die voorwaarden overgelegd. Partijen hebben, na een korte leespauze, in goed onderling overleg afspraken gemaakt over hoe de omgang er voor de duur van de lopende ondertoezichtstelling zou moeten uitzien. Woensdag 2 september 2026 wordt vervangen door zaterdag 29 augustus 2026. Vanaf dat moment zal de omgang voorlopig elke drie weken op zaterdag plaats vinden. Drie weken na 29 augustus 2026 is het 19 september 2026; die datum staat al in het hiervoor vermelde voorgestelde schema. Verder doortellend met telkens drie weken komen daar tot het einde van de ondertoezichtstelling uit: 10 oktober 2026, 31 oktober 2026, 21 november 2026, enzovoort. Het hiervoor vermelde voorgestelde schema wordt dan:

Datum

Tijd

Woensdag 22 juli 2026

10:00-17:00 uur

Woensdag 12 augustus 2026

10:00-17:00 uur

Vrijdag 21 augustus 2026 (verjaardag [voornaam minderjarige 1] )

10:00-17:00 uur

Zaterdag 29 augustus 2026

10:00-17:00 uur

Zaterdag 19 september 2026

10:00-17:00 uur

Zaterdag 10 oktober 2026

10:00-17:00 uur enzovoort

5.4.

Meermalen is al het belang van een vaste jeugdbeschermer voor [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] benoemd. Ook tijdens de zitting van vandaag blijkt, gezien de besproken onderwerpen, dat die betrokkenheid essentieel is. De moeder en de pleegouders hebben de begeleiding van een jeugdbeschermer nodig om onder meer rust in de situatie te brengen, de omgang met [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te organiseren en hopelijk de moeder en de pleegouders weer nader tot elkaar te brengen. In afwachting van de (spoedige) betrokkenheid van de twee nieuwe vaste jeugdbeschermers, de resultaten van de therapie van [voornaam minderjarige 1] en het verloop van de tijdelijk afgesproken omgangsregeling zal de kinderrechter iedere verdere beslissing op het verzoek van de moeder aanhouden. De kinderrechter verzoekt de GI uiterlijk een week voor de hierna vermelde zitting te rapporteren over de stand van zaken op dat moment.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

houdt de verdere behandeling van het verzoek aan tot 26 november 2026 om 14:00 uur in het gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein 100/125 in Rotterdam;

6.2.

de zaak zal op laatstgenoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden worden behandeld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter;

6.3.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep van de GI, de moeder, mr. Trooster en de pleegouders voor de zitting;

6.4.

verzoekt de GI een week voorafgaand aan de genoemde zittingsdatum de kinderrechter schriftelijk te informeren (en de moeder, haar raadsman of de pleegouders indien gewenst), over de stand van zaken met afschrift aan de belanghebbenden.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.A. Batenburg als griffier en op schrift gesteld op 5 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.