Personen- en familierecht
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
Rechtbank Rotterdam, 16 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14203 · Rechtbank Rotterdam · 16 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2026-14203
Zaakgegevens
Op 16 september 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 16 september 2026
- Datum publicatie
- 17 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/10/724321 / JE RK 26-1543
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:14203
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/724321 / JE RK 26-1543
Datum uitspraak: 16 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2026 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 30 juli 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 3 augustus 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI].
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] verblijft bij de tante van moederszijde (mz).
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 juni 2026 [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 18 juni 2027. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg verleend tot 18 september 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting. De GI is (anders dan de moeder) van oordeel dat de moeder, gelet op de huidige situatie en de langdurige problematiek, niet binnen de voor [minderjarige] aanvaardbare termijn de dagelijkse verzorging en opvoeding op zich kan nemen. Daarom is onlangs besloten dat het opvoedperspectief van [minderjarige] niet langer bij moeder ligt. Dit besluit is ook al met de moeder en de tante (mz) besproken. Dit was voor de moeder erg zwaar om te horen en zij is het er ook niet mee eens.
4 Het standpunt van de moeder
Ter zitting heeft de moeder aangegeven dat zij die ochtend heeft geprobeerd om met haar advocaat in contact te komen, maar dat dit niet is gelukt. De advocaat van de moeder wist niet van de zitting af. De moeder wenst, gelet op de ingrijpendheid van het verzoek en net als bij de eerdere zittingen, te worden bijgestaan door haar advocaat.
5 De beoordeling
De kinderrechter ziet in het bovenstaande aanleiding om de beslissing op het verzoek (grotendeels) aan te houden. De kinderrechter constateert echter ook dat er geen ruimte is gevonden om het verzoek van de GI tijdig, dat wil zeggen vóór het einde van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige], te weten 18 september 2026, ter zitting te behandelen. De moeder heeft hierop kenbaar gemaakt in te kunnen stemmen met een korte verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige], in afwachting van de inhoudelijke behandeling van het resterende deel van het verzoek op een later tijdstip.
Aangezien naar het oordeel van de kinderrechter vooralsnog is voldaan aan de wettelijke criteria zoals genoemd in de artikelen 1:265b en 1:265c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek en gelet op het bovenstaande, zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg nu verlengen voor een kortere periode dan is verzocht, te weten voor de duur van twee maanden. Het resterende deel van het verzoek zal worden behandeld op de hierna vermelde zittingsdatum.
De GI wordt verzocht uiterlijk een week voor de hierna genoemde zittingsdatum de kinderrechter (met afschrift aan de moeder en de advocaat die zich dan voor haar heeft gesteld) middels een briefrapportage te informeren over de stand van zaken op dat moment.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg (te weten bij tante mz) tot 18 november 2026;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt dat het verhoor van de GI, de moeder en haar advocaat zal plaatsvinden op 21 oktober 2026 om 12:00 uur, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam;
de zaak zal op genoemde zittingsdatum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproeping voor de zitting;
verzoekt de GI uiterlijk een week voor de genoemde zittingsdatum de onder 5.3. verzochte rapportage (met afschrift aan de moeder en de advocaat die zich voor haar heeft gesteld) te doen toekomen.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026 door mr. D.G.J. Roset, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen en mr. F.W. Marijnen als griffiers, en op schrift gesteld op 30 september 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.