Personen- en familierecht
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging…
Rechtbank Rotterdam, 16 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14208 · Rechtbank Rotterdam · 16 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2026-14208
Zaakgegevens
Op 16 september 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 16 september 2026
- Datum publicatie
- 17 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/10/722954 / JE RK 26-1359
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:14208
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging uithuisplaatsing
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Locatie Rotterdam
Zaaknummer: C/10/722954 / JE RK 26-1359
Datum uitspraak: 16 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats], hierna te noemen [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1],
[naam vader] ,
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2].
[naam stiefmoeder],
hierna te noemen de stiefmoeder, wonende in [woonplaats 3].
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam tante (vz)],
hierna te noemen de tante vaderszijde (vz), wonende in [woonplaats 4].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het verzoekschrift van 9 juli 2026 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum;
-
het gezinsplan van de GI van 20 juli 2026 met bijlage, ingekomen op diezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de moeder;
-
de vader en de stiefmoeder;
-
een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI];
-
de tante vz.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] verblijft de tante vz.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 maart 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 23 september 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij dezelfde beschikking - na rectificatie van 8 april 2026 - de machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de tante vz tot 23 september 2026.
3 Het verzoek van de GI
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De behandeling van [minderjarige] bij de specialistische geestelijke gezondheidszorg (S-GGZ) is gestopt. De behandelaar gaf aan dat [minderjarige] op dit moment te veel onrust ervaart om met de behandeling door te gaan. Inmiddels is hulpverlening voor de vader en de stiefmoeder gestart van Marathon. Dit lijkt een goede behandelmatch te zijn. De GI heeft er vertrouwen in dat met de hulpverlening van Marathon toegewerkt kan worden naar een terugplaatsing van [minderjarige] bij de vader en stiefmoeder. De GI verzoekt naast de verlenging van de ondertoezichtstelling ook de verlenging van de machtiging voor de duur van een jaar, omdat een kortere periode mogelijk niet toereikend is. De machtiging zal echter niet langer benut worden dan noodzakelijk. [minderjarige] gaat terug naar de vader en stiefmoeder, wanneer dat mogelijk is.
4 De standpunten
De moeder stemt ter zitting in met het verzoek en licht dit als volgt toe. De moeder staat achter de inzet van professionele hulpverlening voor [minderjarige]. Ook is van belang dat er continuïteit komt. Vanwege de wisselingen in de hulpverlening is de afgelopen periode het contact tussen [minderjarige] en de moeder opnieuw weggevallen. Ten aanzien van [minderjarige] verblijfplaats brengt de moeder naar voren dat het goed is dat [minderjarige] op termijn weer bij haar vader gaat wonen; een kind hoort uiteindelijk bij een van de ouders.
De vader stemt in met het verzoek van de GI en licht dit als volgt toe. Het contact met [minderjarige] is onveranderd en verloopt positief. De vader en [minderjarige] zien elkaar iedere dag. Het is belangrijk dat [minderjarige] eerst rust krijgt, zodat zij zich vanuit daar verder kan ontwikkelen. De vader en de stiefmoeder hebben een goede klik met de hulpverlening van Marathon. Als alles goed verloopt, kan de thuisplaatsing binnen een jaar plaatsvinden. De vader geeft aan dat hij het in belang van [minderjarige] acht dat het gezag van de moeder wordt beëindigd en legt ter zitting een schriftelijke verzoek. Desgevraagd geeft de vader aan een verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder bij de rechtbank in behandeling is of is geweest.
De stiefmoeder sluit zich ter zitting aan bij het standpunt en de toelichting van de vader. Hopelijk sluit de hulpverlening aan bij wat [minderjarige] nodig heeft.
5 Informatie van de tante vz
Door de tante vz wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. Het gaat goed met [minderjarige]. Ze zit goed op haar plek bij de tante vz. [minderjarige] mag zo lang blijven als nodig is. [minderjarige] spreekt zelf uit dat zij graag terug wil naar haar vader.
6 De beoordeling
De kinderrechter is op basis van de stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan en dat de verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hierna uit waarom.
De kinderrechter stelt vast dat het verblijf bij de tante vz op dit moment de rust en stabiliteit biedt aan [minderjarige] die zij nodig heeft. In het verleden is in de thuissituatie bij de vader en de stiefmoeder veel spanning en conflict geweest. Alle betrokkenen zijn er erover eens dat een thuisplaatsing op dit moment nog niet mogelijk is. Het is belangrijk dat de vader, de stiefmoeder en [minderjarige] eerst de hulp krijgen die zij nodig hebben, voordat [minderjarige] terug naar huis kan. De hulpverlening van Marathon is inmiddels gestart en dat is een positieve stap. De kinderrechter hoopt dat zij handvatten krijgen om spanningen en escalaties in de toekomst te voorkomen. Hoeveel tijd het traject tot thuisplaatsing precies in beslag zal nemen, is nog onduidelijk. Om voldoende ruimte te bieden voor de hulpverlening, zal de kinderrechter de maatregelen met een jaar te verlengen. Mocht [minderjarige] eerder terug kunnen naar de vader en de stiefmoeder, dan zal de machtiging niet langer benut worden dan noodzakelijk.
Ter zitting is het voor de kinderrechter niet duidelijk geworden of er reeds een verzoek tot gezagsbeëindiging van de moeder bij de rechtbank in behandeling is of dat hierop reeds een beslissing is gegeven. Het schriftelijke verzoek van de vader, dat ter zitting is overgelegd ligt niet ter beoordeling voor. Een dergelijk verzoek kan niet op deze wijze bij de rechtbank worden ingediend.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 23 september 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de tante vz, tot 23 september 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026 door mr. J.S. van den Berge, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos en mr. A. Pereira Horta als griffiers, en op schrift gesteld op 30 september 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.