Personen- en familierecht

Zorgregeling. Afwijzen verzoek tot nakoming van gedeeltelijke betaling van de in het ouderschapsplan…

Rechtbank Rotterdam, 18 september 2026

Zaakgegevens

Op 18 september 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
18 september 2026
Datum publicatie
19 oktober 2026
Zaaknummer
C/10/694848 / FA RK 25-1401
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:14273
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Zorgregeling. Afwijzen verzoek tot nakoming van gedeeltelijke betaling van de in het ouderschapsplan afgesproken bijzondere kosten van de minderjarigen, en dat ouderschapsplan is opgenomen in een beschikking.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/694848 / FA RK 25-1401

Beschikking van 18 september 2026 over de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en bijzondere kosten

in de zaak van:

[naam vrouw] , hierna: de vrouw,

wonende te [woonplaats 1], gemeente Nissewaard,

advocaat mr. M. Verschoor te Rozenburg,

t e g e n

[naam man] , hierna: de man,

wonende te [woonplaats 2], gemeente Nissewaard,

ouders van de minderjarigen:

[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1];

[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats 2].

1 De verdere procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de beschikking van 17 april 2026;

  • het bericht van de vrouw van 2 juni 2026.

1.2

In overweging 3.1.5. van genoemde beschikking van 17 april 2026 is opgenomen dat bij geen of een gedeeltelijke overeenstemming in het mediationtraject, zonder nadere mondelinge behandeling zal worden beslist op de verzoeken die (nog) tussen partijen in geschil zijn.

2 De verdere beoordeling

2.1

De beschikking van 17 april 2026

2.1.1

Bij beschikking van 17 april 2026 heeft de rechtbank de behandeling van de zaak aangehouden ten aanzien van de zorgregeling en de hoge kosten van de minderjarigen volgens het ouderschapsplan, in afwachting van de resultaten van de mediation. De rechtbank verwijst naar wat over die onderwerpen is opgenomen in die beschikking.

2.1.2

Uit het bericht van de vrouw blijkt dat het mediationtraject niet is geslaagd.

2.1.3

Tussen partijen is nog in geschil de verdeling van de voorjaarsvakantie en de herfstvakantie. Ook in geschil is de verdeling van de hoge kosten van de minderjarigen volgens het ouderschapsplan. Over de verdeling van de kerstdagen en oud en nieuw hebben partijen tijdens de mondelinge behandeling van 20 maart 2026 overeenstemming bereikt. De rechtbank zal deze overeenstemming in de beschikking opnemen.

2.2

De verdeling van de voorjaars- en de herfstvakantie

2.2.1

De vrouw verzoekt te bepalen dat de minderjarigen in de oneven jaren tijdens de voorjaarsvakantie bij haar zijn en tijdens de herfstvakantie bij de man, en in de even jaren andersom. Deze vakanties beginnen op vrijdag om 19.00 uur (ongeacht wiens weekend het volgens de reguliere zorgregeling zou zijn) tot het einde van de vakantie de zondag daarop om 17.00 uur. De man haalt de minderjarigen bij haar op en zij haalt de minderjarigen weer op bij de man.

2.2.2

De man heeft aangegeven dat hij het eens is met de voorgestelde verdeling van genoemde twee vakanties, maar hij wenst dat die vakanties beginnen op zondagavond tot de zondagavond daarop. Dit zodat de man en zijn huidige partner iets meer tijd samen kunnen hebben. Zijn huidige partner zorgt namelijk voor haar kinderen in de weekenden dat de minderjarigen niet bij de man zijn.

2.2.3

De rechtbank vindt het in het belang van de minderjarigen dat zij tijd met de man doorbrengen, mede gelet op de stellingen van de vrouw dat de in het ouderschapsplan tussen partijen afgesproken uitgebreide reguliere zorgregeling in de praktijk is teruggebracht naar een weekend per veertien dagen en ook dat de minderjarigen behoefte hebben aan meer contact met de man. De man heeft deze stellingen niet weersproken. De rechtbank begrijpt echter ook dat de man tijd met zijn partner wil doorbrengen. Dit maakt dat de rechtbank bepaalt dat de voorjaarsvakantie en de herfstvakantie beginnen op zaterdag om 12:00 uur, ongeacht wiens weekend het volgens de reguliere zorgregeling zou zijn. Het eindtijdstip is de zondag aan het eind van de vakantie om 17:00 uur, omdat partijen hier overeenstemming over hebben.

2.3

Verdeling hoge kosten minderjarigen volgens het ouderschapsplan.

2.3.1

De vrouw verzoekt te bepalen dat de man, naast de door hem te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen, primair de helft, subsidiair naar rato van inkomen moet bijdragen in de kosten van een laptop, schoolkampen, buitenlandse reisjes voor school, brillen, beugels, braces en het eigen risico van de zorgverzekering.

2.3.2

De rechtbank zal zowel het primaire als subsidiaire verzoek afwijzen. Zoals ook al tijdens de mondelinge behandeling is besproken, verzoekt de vrouw feitelijk om nakoming van de in artikel 26 van het ouderschapsplan opgenomen afspraak over de verdeling van de omschreven kosten van de minderjarigen. Deze afspraak is al bekrachtigd bij beschikking van de rechtbank Limburg van 22 december 2022, zodat de vrouw rechtens geen belang heeft bij haar verzoek.

2.4

Proceskosten

2.4.1

Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1

wijzigt de beschikking van de rechtbank Limburg van 22 december 2022 en het daarin opgenomen ouderschapsplan van 17 november 2022 in die zin, dat de tussen partijen overeengekomen regeling over de verdeling van de voorjaarsvakanties (in het ouderschapsplan genaamd: [naam]) en de herfstvakanties wordt vastgesteld als volgt:

- de minderjarigen zijn in de oneven jaren tijdens de voorjaarsvakantie bij de vrouw en tijdens de herfstvakantie bij de man, en in de even jaren andersom. Deze vakanties beginnen op zaterdag om 12.00 uur (ongeacht wiens weekend het volgens de reguliere zorgregeling zou zijn) tot de zondag aan het eind van de vakantie om 17.00 uur. De man haalt de minderjarigen bij de vrouw op en de vrouw haalt de minderjarigen op bij de man;

- de verdeling van de feestdagen wordt geconcretiseerd als volgt: in 2026 verblijven de minderjarigen op kerstavond en eerste kerstdag bij de man, waarna de man de minderjarigen op tweede kerstdag 10.30 uur bij de vrouw brengt. De minderjarigen verblijven vanaf tweede kerstdag 10.30 uur tot nieuwjaarsdag 10.30 uur bij de vrouw. Vanaf nieuwjaarsdag 10.30 uur tot en met 5 januari 17.00 uur verblijven de minderjarigen bij de man. Deze regeling wordt jaarlijks gewisseld;

3.2

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.3

wijst af het verzoek van de vrouw inzake de verdeling van de kosten van een laptop, schoolkampen, buitenlandse reisjes voor school, brillen, beugels, braces en het eigen

risico van de zorgverzekering;

3.4

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.A. Wesdorp, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. E.M. Brito, griffier, op 18 september 2026.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.