Personen- en familierecht
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot…
Rechtbank Rotterdam, 18 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14283 · Rechtbank Rotterdam · 18 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2026-14283
Zaakgegevens
Op 18 september 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 18 september 2026
- Datum publicatie
- 19 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/10/721920 / JE RK 26-1239
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:14283
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/721920 / JE RK 26-1239
Datum uitspraak: 18 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. M.P. Kloppenburg, kantoorhoudende te Rotterdam,
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 22 juni 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
- de toetsing van de Raad van 18 augustus 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 20 augustus 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van de moeder;
- de vader (telefonisch);
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI].
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
2 De feiten
De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] woont bij de vader.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 juni 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 30 september 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 9 juni 2026 een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de ouder met gezag, te weten de vader, verleend tot 30 september 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de ouder met gezag, te weten de vader, te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. Afgelopen zomer is [minderjarige] bij de vader gaan wonen. Hier gaat het verbazingwekkend goed. Deze week is [minderjarige] begonnen bij het [zorg instelling], daar was zij enorm aan toe. [minderjarige] ontwikkelt zich heel goed. Ze doet al veel dingen zelfstandig en kwebbelt de oren van je hoofd. De bezoekmomenten met de moeder verlopen nog wel met enige spanning. De GI hoopt de komende periode deze spanningen te laten verminderen/verdwijnen. Het doel is dat de vader en de moeder de omgang in de toekomst onderling kunnen regelen, zonder inzet van de GI.
4 De standpunten
Door de vader wordt ter zitting ingestemd met het verzoek van de GI. De vader is heel trots op [minderjarige]. [minderjarige] kan tegenwoordig voor zichzelf opkomen als ze iets niet leuk vindt en ze ontwikkelt zich op school heel goed. [minderjarige] leert elke dag om meer dingen zelfstandig te doen. De vader heeft regelmatig contact met de moeder via WhatsApp om te vertellen hoe het gaat. De vader is heel blij dat de ontwikkeling van [minderjarige] nu goed loopt.
Namens de moeder wordt ter zitting geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De moeder ziet dat het goed gaat met [minderjarige] en staat daarom achter het verzoek. De omgang tussen de moeder en [minderjarige] gaat vooruit en komt op gang. De moeder vindt het fijn dat de GI voorlopig betrokken blijft zodat een onafhankelijk persoon tips kan geven en bemiddelen waar nodig.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van haar verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
[minderjarige] wordt nog steeds ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. Zij heeft in haar jonge leven ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt, op verschillende plekken gewoond en daardoor weinig rust en stabiliteit gehad. De ondertoezichtstelling blijft de komende periode nog nodig om de hulpverlening in te zetten die in het belang van een goede ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is. Ook vindt de kinderrechter het belangrijk dat de GI de omgang tussen [minderjarige] en de moeder zorgvuldig oppakt. De GI moet onderzoeken of de omgang kan worden uitgebreid en wat daarvoor nodig is. Zowel de moeder als de vader zijn het eens met de verlenging van de ondertoezichtstelling, zij zien de noodzaak daartoe in. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling daarom verlengen voor de duur van een jaar.
Ook de machtiging tot uithuisplaatsing bij de ouder met gezag, te weten de vader, is nodig. [minderjarige] ontwikkelt zich goed bij de vader. Zij krijgt daar de rust en stabiliteit die zij nodig heeft om zich veilig te ontwikkelen. [minderjarige] wordt, zoals ter zitting onweersproken duidelijk is geworden, elke dag een stukje zelfstandiger en het is belangrijk dat deze positieve lijn zich verder voortzet. De kinderrechter zal daarom, met complimenten aan de grote mensen om [minderjarige] heen, de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de ouder met gezag, te weten de vader, verlengen. De kinderrechter realiseert zich dat de huidige situatie voor de moeder niet gemakkelijk is. Juist daarom is het waardevol dat de moeder kan instemmen met de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader. De kinderrechter geeft de moeder een compliment voor haar veerkracht en haar inzet om het belang van [minderjarige] boven haar eigen belang te prevaleren. Ook uit de kinderrechter haar complimenten naar de vader en zijn gezin. Het is fijn dat [minderjarige] een plek heeft waar zij de mogelijkheid heeft om zich verder te ontwikkelen tot een zelfstandige en evenwichtige jongedame. Het is mooi om te zien hoe trots alle betrokkenen zijn op [minderjarige].
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 30 september 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de ouder met gezag, te weten de vader, tot 30 september 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2026 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.N. Laurensse als griffier, en op schrift gesteld op 28 september 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.