Personen- en familierecht

Geen toestemming voor opname van BEM-rekening voor inrichtingskosten van meer dan € 4.000,- voor nieuwe…

Rechtbank Rotterdam, 16 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 16 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
16 oktober 2026
Datum publicatie
22 oktober 2026
Zaaknummer
K/4602/12189816
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:14495
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Geen toestemming voor opname van BEM-rekening voor inrichtingskosten van meer dan € 4.000,- voor nieuwe kamer. Niet in belang minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 12189816 \ VZ VERZ 26-1997

registernummer: [nummer X]

datum uitspraak: 16 oktober 2026

Beschikking van de kantonrechter

Inzake de minderjarige:

[minderjarige] ,

te [plaats] ,

hierna: de minderjarige

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • het verzoekschrift van [naam vader] , de vader van betrokkene (ontvangen op 14 april 2026).

  • de aanvullingen op het verzoek (ontvangen op 9 juli 2026 en 21 augustus 2026).

1.2.

Op 2 oktober 2026 is de zaak tijdens de mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig: de minderjarige en haar vader/verzoeker.

2 De beoordeling

2.1.

Verzoeker is de vader en wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige:

- [minderjarige], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2015.

2.2.

Verzoeker vraagt een machtiging (toestemming) om het volledige saldo op te nemen van de bankrekening met nummer [rekeningnummer] op naam van de minderjarige (artikelen 1:345 en 1:253k BW). Deze opname is bedoeld voor de aankoop van een fiets, de aankoop van een laptop, de inrichting van de slaapkamer van de minderjarige en de kosten van de orthodontist. Dit gaat om een bedrag van € 10.644,91.

2.3.

De kantonrechter verleent de gevraagde machtiging voor het volgende, omdat dit in het belang van de minderjarige is (artikel 1:356 BW):

 € 1.200,- € 1.200,- voor een fiets, en

 € 1.200,- € 269,- voor een laptop.

2.4.

De kosten voor het (opnieuw) inrichten van de slaapkamer van de minderjarige wijst de kantonrechter omdat dit niet in het belang van de minderjarige is, zoals ook tijdens de mondelinge behandeling is uitgelegd. Het gaat hier om spullen die bedoeld zijn om de slaapkamer van de minderjarige te vernieuwen, niet om de inrichting van een ‘kale’ slaapkamer. De minderjarige heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij deze nieuwe spullen niet zelf heeft uitgekozen. Het gaat om een aanzienlijk bedrag (meer dan € 4.000,-). De kantonrechter vindt dat het in het belang van de minderjarige is om deze uitgave nu niet te doen, zodat er nog voldoende spaargeld overblijft om in de toekomst een andere mogelijk meer gewenste uitgave te kunnen doen. Daarnaast is ook denkbaar dat de smaak van de minderjarige – die nu in groep 7 zit – op termijn zal veranderen en zij daarom haar kamer op een andere manier zal willen inrichten (nog los van de mogelijkheid om de kamer met goedkopere spullen in te richten, bijvoorbeeld door een bureau etc via Marktplaats aan te schaffen).

Dit is belangrijk omdat er ook forse uitgaven voor de kosten van een orthodontist aankomen, die ook uit het vermogen van de minderjarige zullen moeten worden bekostigd voor zover de kosten niet door de verzekering worden gedekt, omdat de financiële situatie van vader niet toelaat dat deze kosten uit zijn inkomen/vermogen worden betaald. Als de kantonrechter ook de inrichtingskosten van nieuwe kamer zou toewijzen, is het hele vermogen van de minderjarige in één keer op.

Voor wat betreft de kosten van de orthodontist is gebleken dat er nog geen offerte is opgesteld, omdat de eerste afspraak nog moet plaatsvinden. Verzoeker kan na deze afspraak de offerte alsnog een nieuw machtigingsverzoek indienen, waarna de kantonrechter hierover een beslissing zal nemen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst het verzoek toe en verleent machtiging voor een opname van € 1.469,- van de genoemde rekening met BEM-clausule ten name van de minderjarige;

3.2.

wijst al het andere af.

Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.

18753

Tegen deze beschikking kan in hoger beroep worden gegaan bij het gerechtshof Den Haag. Dit kan alleen worden ingesteld door een advocaat. Verzoeker en degenen aan wie een kopie van de beschikking is verstrekt moeten hoger beroep instellen binnen drie maanden na de datum van de beschikking. Voor andere belanghebbenden moet dit binnen drie maanden nadat zij van de beschikking op de hoogte zijn geraakt.