Personen- en familierecht
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling.
Rechtbank Rotterdam, 31 maart 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:4332 · Rechtbank Rotterdam · 31 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2026-4332
Zaakgegevens
Op 31 maart 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 31 maart 2026
- Datum publicatie
- 13 april 2026
- Zaaknummer
- C/10/716265 / JE RK 26-474
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. E.A. Hoogendijk
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:4332
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/716265 / JE RK 26-474
Datum uitspraak: 31 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. E.A. Hoogendijk, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 10 maart 2026, door de rechtbank ontvangen op 11 maart 2026;
-
het gezinsplan van de GI van 11 maart 2026, door de rechtbank ontvangen op 13 maart 2026;
-
het verweerschrift met bijlagen van mr. E.A. Hoogendijk van 27 maart 2026, door de rechtbank ontvangen op diezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de moeder met haar advocaat;
-
een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
[voornaam minderjarige] woont bij zijn moeder.
2.3. Bij beschikking van 3 oktober 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 18 april 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
De GI handhaaft op de zitting het verzoek. Het is belangrijk dat de omgang tussen [voornaam minderjarige] en de vader voorlopig onder toezicht van de GI blijft. Tijdens eerdere omgangsmomenten waren er spanningen tussen de vader en de begeleider van Coach-Point. Dit kan invloed hebben op [voornaam minderjarige] . De GI wil dat de situatie eerst stabieler wordt, voordat de begeleiding wordt overgedragen naar het vrijwillig kader.
Door en namens de moeder wordt op de zitting - nader - verweer gevoerd tegen het verzoek. Er zijn geen ernstige zorgen meer over [voornaam minderjarige] . Het gaat goed met hem en hij heeft plezier in de omgang met de vader. De moeder stimuleert dit contact ook. De enkele mogelijkheid dat er in de toekomst spanningen ontstaan, vormt geen voldoende grond voor verlenging van de ondertoezichtstelling. Er is inmiddels een nieuwe begeleider van Coach-Point en het wijkteam is betrokken. Daarom is de GI niet meer nodig. De betrokkenheid van de GI werkt juist onpraktisch, nu het wijkteam al betrokken is. De moeder is dankbaar voor alle hulp die de GI aan haar en [voornaam minderjarige] heeft gegeven.
5 De beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de zitting blijkt dat de ondertoezichtstelling nu alleen nog gaat over de begeleide omgang tussen [voornaam minderjarige] en de vader. Deze omgang loopt via Coach-Point. Er zijn eerder spanningen geweest tussen de vader en de begeleider, maar inmiddels is een nieuwe begeleider betrokken. Ook is het wijkteam ingeschakeld. Daarnaast werkt de moeder goed mee aan en stimuleert zij het contact tussen [voornaam minderjarige] en de vader. Dit is positief. De kinderrechter acht de door de GI genoemde spanningen rondom de omgang niet ernstig genoeg om te concluderen dat er bij [voornaam minderjarige] nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Er wordt niet langer voldaan aan het wettelijk criterium en er is dan ook geen reden om de ondertoezichtstelling te verlengen. Daarbij weegt mee dat de overdracht naar het vrijwillig kader al is gestart en dat de ondertoezichtstelling nog loopt tot 18 april 2026. Tot die datum is er genoeg tijd om de hulp over te dragen naar het vrijwillig kader.
Het verzoek zal worden afgewezen.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
wijst het verzoek af.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van A.L.I. Janssens als griffier, en op schrift gesteld op 14 april 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.