Personen- en familierecht
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging van de ondertoezichtstelling
Rechtbank Rotterdam, 3 juni 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:6931 · Rechtbank Rotterdam · 3 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2026-6931
Zaakgegevens
Op 3 juni 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 3 juni 2026
- Datum publicatie
- 16 juni 2026
- Zaaknummer
- C/10/718928 / JE RK 26-806
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:6931
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging van de ondertoezichtstelling
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/718928 / JE RK 26-806
Datum uitspraak: 3 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] .
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 28 april 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juni 2026. Daarbij was aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger] .
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. De moeder heeft de kinderrechter laten weten niet ter zitting aanwezig te zullen zijn.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] woont bij de moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 26 mei 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 18 juni 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. In het verleden waren er forse zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] , maar inmiddels gaat het beter. School2Care is betrokken en [minderjarige] heeft een goede band met haar coach. De komende periode zal worden gekeken of er een andere passende school voor [minderjarige] kan worden gevonden. Momenteel wil [minderjarige] zich focussen op school en op de thuisplaatsing, waardoor er nog geen ruimte is voor een psychodiagnostisch onderzoek.
4 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De afgelopen periode heeft [minderjarige] zich goed ontwikkeld, waarvoor [minderjarige] complimenten verdient. Ondanks dat het nu goed gaat met [minderjarige] en zij weer bij de moeder woont, zijn de positieve ontwikkelingen nog pril. Vorig jaar is het ook een periode goed gegaan met [minderjarige] , waarna de situatie verslechterde en [minderjarige] uit huis en zelfs gesloten werd geplaatst. Die gesloten plaatsing heeft tot 6 maart 2026 geduurd, waarna [minderjarige] weer bij de moeder is komen wonen. De zorgen zijn groot geweest en [minderjarige] heeft van ver moeten komen. De kinderrechter heeft er vertrouwen in dat het [minderjarige] en de moeder nu lukt om de stijgende lijn voort te zetten, vooral nu [minderjarige] traumabehandeling heeft gevolgd en die behandeling positief heeft afgerond. De kinderrechter acht de betrokkenheid van de jeugdbeschermer nog noodzakelijk om de stijgende lijn voort te laten zetten en om mogelijk nog onderzoek te laten doen naar de vraag of, en zo ja wat, [minderjarige] eventueel nog nodig heeft aan behandeling en/of begeleiding. Daarbij benadrukt de kinderrechter dat de jeugdbeschermer meer op de achtergrond kan gaan functioneren wanneer het met [minderjarige] thuis en op school goed blijft gaan. De kinderrechter stelt vast dat er gelet op deze omstandigheden nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging, waarbij het te vroeg is om te concluderen dat die in het vrijwillig kader kan worden weggenomen. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 18 juni 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 10 juni 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.