Personen- en familierecht
Verzoek van vrouw tot wijziging omgangsregeling afgewezen. Vrouw verzoekt een regeling zoals de raad zou…
Rechtbank Rotterdam, 11 februari 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:7224 · Rechtbank Rotterdam · 11 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2026-7224
Zaakgegevens
Op 11 februari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 11 februari 2026
- Datum publicatie
- 22 juni 2026
- Zaaknummer
- C/10/697170 / FA RK 25-2565
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:7224
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek van vrouw tot wijziging omgangsregeling afgewezen. Vrouw verzoekt een regeling zoals de raad zou adviseren na onderzoek. De rechtbank ziet met de raad geen reden tot onderzoek, onder meer omdat er al geruime tijd geen omgang is tussen de minderjarigen en de man.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/697170 / FA RK 25-2565
Beschikking van 11 februari 2026 over de regeling van de uitoefening van het omgangsrecht
in de zaak van:
[de vrouw] , hierna: de vrouw,
wonende te [woonplaats 1] , gemeente [gemeente 1] ,
advocaat mr. L. van Baaren te Rotterdam,
t e g e n
[de man] , hierna: de man,
wonende te [woonplaats 2] , gemeente [gemeente 2] ,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 2 april 2025;
-
het bericht met bijlagen van de vrouw van 15 april 2025.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 14 januari 2026. Daarbij zijn verschenen:
-
de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
-
de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger] .
De man is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen.
De minderjarigen zijn, gelet op hun leeftijd, in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. De minderjarigen hebben hier gebruik van gemaakt en op 12 januari 2026 met de kinderrechter gesproken.
2 De vaststaande feiten
Partijen zijn de ouders van de minderjarigen:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats] .
De man heeft de minderjarigen erkend.
De vrouw oefent van rechtswege het ouderlijk gezag uit over de minderjarigen.
Bij beschikking van deze rechtbank van 8 april 2021 is – onder meer – de onderling getroffen regeling van partijen over de omgangsregeling opgenomen. Deze regeling houdt in dat de minderjarigen twee weekenden per maand bij de man verblijven, waarbij de man de minderjarigen op vrijdag vanuit de bso ophaalt en op zondag (na het avondeten) terugbrengt bij de vrouw. De weekenden worden in onderling overleg vastgesteld, rekening houdend met het door de vrouw tijdig vooraf aan de man verstrekte overzicht van geplande omgang van de minderjarigen met hun voormalige pleegouders. De schoolvakanties worden in onderling overleg verdeeld, waarbij de minderjarigen van 26 december 10.00 uur tot 27 december 19.00 uur bij de man verblijven.
Bij beschikking van deze rechtbank van 12 september 2022 zijn de minderjarigen onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI), voor de duur van twaalf maanden. Deze ondertoezichtstelling is verlengd tot 12 september 2024.
Bij beschikking van deze rechtbank van 23 juni 2023 is voornoemde omgangsregeling geschorst voor de duur van vier weken, tot 20 juli 2023. Bij beschikking van deze rechtbank van 27 juni 2023 is de omgangsregeling opgeschort voor de duur
van de ondertoezichtstelling, te weten tot 12 september 2023. Daarbij is regie voor het contactherstel tussen de man en de minderjarigen bij JBRR gelegd.
3 De beoordeling
Omgangsregeling
De vrouw verzoekt de regeling van de uitoefening van het omgangsrecht (hierna: omgangsregeling) te wijzigen en te bepalen dat er contact zal zijn tussen de man en de minderjarigen op een wijze zoals door de raad na onderzoek geadviseerd zal worden.
De vrouw stelt dat de geldende omgangsregeling niet in het belang van de minderjarigen is. De minderjarigen zijn in 2022 onder toezicht gesteld. De GI heeft in 2023 een verzoek bij de rechtbank ingediend om de omgangsregeling tussen de man en de minderjarigen te schorsen. De redenen daarvoor waren dat de man onbetrouwbaar was richting de GI, de vrouw en de kinderen. Verder was hij emotioneel instabiel en kampte hij mogelijk met alcoholproblematiek. De rechtbank heeft dit verzoek destijds toegewezen. Na het aflopen van de ondertoezichtstelling is de omgang tussen de man en de minderjarigen volgens de vrouw hervat. De raad heeft de beëindiging van de ondertoezichtstelling niet getoetst. De vrouw maakt zich nog altijd zorgen, omdat de minderjarigen last hebben van de situatie. De vrouw wil daarom dat de raad onderzoek doet.
Tijdens de mondelinge behandeling en uit de kindgesprekken is duidelijk geworden dat er sinds november 2025 geen contact meer is tussen de man en de minderjarigen, nadat de situatie tussen de man en de ex-partner van de vrouw is geëscaleerd. De vrouw heeft tijdens de mondelinge behandeling verteld dat het op dit moment relatief goed gaat met de minderjarigen, ondanks hun belaste verleden. Hoewel de minderjarigen tot halverwege 2025 nog aangaven contact met de man te willen, geven zij inmiddels aan dat zij daar op dit moment niet meer voor openstaan. De redenen die de minderjarigen daarvoor geven, zien vooral op het gedrag en het middelengebruik van de man, waardoor hij onvoorspelbaar is en ongepaste uitspraken en dreigementen doet richting de vrouw en de minderjarigen zelf.
De raad heeft tijdens de mondelinge behandeling haar betrokkenheid bij dit gezin in de afgelopen jaren toegelicht. Het gezin is bij de raad al jaren in beeld. De raad maakt zich zorgen om de minderjarigen en de voortdurende situatie. Echter, de raad ziet geen reden voor een onderzoek. Enerzijds zou dat een herhaling van zetten zijn in verband met de eerdere raadsonderzoeken en daarmee extra belastend voor de minderjarigen. Anderzijds speelt voor de raad mee dat er op dit moment al geruime tijd geen contact is tussen de man en de minderjarigen.
De vrouw verzoekt omgang tussen de man en de minderjarigen zoals de raad zou adviseren. Duidelijk is geworden dat de raad geen onderzoek zal verrichten. De rechtbank sluit zich aan bij het advies van de raad en ziet dan ook geen reden voor het gelasten van een raadsonderzoek. De rechtbank komt daarom niet toe aan het wijzigen van de omgangsregeling naar aanleiding van een onderzoek van de raad. Het resterende verzoek van de vrouw, te weten het wijzigen van de omgangsregeling, acht de rechtbank te onbepaald. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw dan ook afwijzen.
4 De beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek van de vrouw;
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. S.A. van Egmond, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. S.P. van Driel, griffier, op 11 februari 2026. |
||
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.