Personen- en familierecht
Verlenging ondertoezichtstelling wegens ernstige gedrags- en opvoedproblemen. Hulpverlening loopt, maar…
Rechtbank Rotterdam, 8 juni 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:7567 · Rechtbank Rotterdam · 8 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2026-7567
Zaakgegevens
Op 8 juni 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 8 juni 2026
- Datum publicatie
- 29 juni 2026
- Zaaknummer
- C/10/718148 / JE RK 26-709
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:7567
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verlenging ondertoezichtstelling wegens ernstige gedrags- en opvoedproblemen. Hulpverlening loopt, maar verdere begeleiding noodzakelijk in aanloop naar meerderjarigheid. Betrokkenheid GI blijft vereist.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/718148 / JE RK 26-709
Datum uitspraak: 8 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
wonende in [woonplaats] , hierna te noemen: de moeder,
[naam oma] ,
wonende in [woonplaats] , hierna te noemen: de oma.
1 Het (verdere) verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 12 mei 2026. Daarbij is op een deel van het verzoek beslist. De beslissing op resterende deel is uitgesteld.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de moeder;
-
de oma;
- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [persoon A] .
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
De moeder en de oma zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
[voornaam minderjarige] woont bij de oma.
Op 27 mei 2025 is [voornaam minderjarige] door de kinderrechter in deze rechtbank onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling is daarna verlengd en loopt nu tot 27 juni 2026.
3 Het (aangehouden) verzoek
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen tot zijn meerderjarigheid, dus tot 14 december 2026, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Op een deel van het verzoek is al beslist. De periode waarover nog moet worden beslist is 27 juni 2026 tot 14 december 2026.
De GI licht het verzoek ter zitting – samengevat – toe als volgt. In het afgelopen jaar heeft [voornaam minderjarige] bij Groot Emaus verbleven en daarna, toen hij daar niet langer kon blijven en hij daarmee een schorsingsvoorwaarde had overtreden, in de jeugdgevangenis. Net voor afgelopen kerst is hij weer bij de oma gaan wonen. Bekeken wordt nu of [voornaam minderjarige] naar een kamertrainingscentrum kan, of naar beschermd wonen. Betrokkenheid van de jeugdbeschermer blijft nodig, zodat dit geregeld kan worden en [voornaam minderjarige] verder kan worden begeleid richting volwassenheid. Ook de overdracht naar het wijkteam zal in de komende periode worden geregeld.
4 Het standpunt van de moeder en de oma
De moeder en de oma staan achter verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij brengen – samengevat – het volgende naar voren. Het gaat nu beter met [voornaam minderjarige] . Er zijn minder conflicten. Dat [voornaam minderjarige] wat meer vrijheid krijgt, in die zin dat hij wat later thuis mag komen, helpt daarbij. Ook is [voornaam minderjarige] niet meer in aanraking gekomen met de politie. Het zou goed zijn als [voornaam minderjarige] leert om zelfstandiger te worden. De moeder en de oma staan daarom achter het plan van de GI om [voornaam minderjarige] naar een kamertrainingscentrum te laten gaan of beschermd te laten wonen. [voornaam minderjarige] blijft evenwel altijd welkom bij de oma en de moeder.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hierna uit waarom.
De nu 17-jarige [voornaam minderjarige] is een jaar geleden onder toezicht gesteld van de GI, omdat de oma (bij wie [voornaam minderjarige] sinds zijn vierde woont) en de moeder (die om de hoek bij de oma woont en nauw betrokken is bij de verzorging en opvoeding van [voornaam minderjarige] ) – de grip op hem waren verloren. [voornaam minderjarige] vertoonde thuis zelfbepalend en verbaal agressief gedrag, liep weg van huis, en was meerdere keren in aanraking gekomen met politie en justitie. Vermoed werd dat hij makkelijk te beïnvloeden is door leeftijdsgenoten die vervolgens misbruik van hem maken. Omdat het niet langer zo door kon gaan, is [voornaam minderjarige] toen bij Groot Emaus geplaatst. Daar is hij een aantal keren weggelopen. Omdat [voornaam minderjarige] als ‘niet behandelbereid’ werd beschouwd, heeft Groot Emaus de plaatsing beëindigd. Sinds een klein half jaar woont [voornaam minderjarige] weer bij de oma. Dat gaat nu beter. Er is een coach van E25 bij [voornaam minderjarige] betrokken en bekeken wordt welke dagbesteding bij [voornaam minderjarige] past. Verder zal [voornaam minderjarige] behandeling krijgen bij Fivoor. Ingezet wordt op traumatherapie en psychomotorische therapie. Omdat [voornaam minderjarige] over een half jaar achttien wordt en er nog veel moet gebeuren en worden geregeld om hem een goede start als volwassene te kunnen geven, zoals een dagbesteding, behandeling en een plek in een kamertrainingscentrum of beschermd wonen, blijft betrokkenheid van de jeugdbeschermer nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] daarom tot 14 december 2026.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot zijn meerderjarigheid, te weten tot 14 december 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026 door mr. drs. H. Biemond, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 18 juni 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.