Personen- en familierecht

Beschikking van de kinderrechter over ambtshalve benoeming bijzondere curator.

Rechtbank Rotterdam, 8 juli 2026

Zaakgegevens

Op 8 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
8 juli 2026
Datum publicatie
15 juli 2026
Zaaknummer
C/10/720696 / JE RK 26-1063
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:8642
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over ambtshalve benoeming bijzondere curator.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/720696 / JE RK 26-1063

Datum uitspraak: 8 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over ambtshalve benoeming bijzondere curator

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] en [naam vader],

hierna te noemen: de ouders, wonende in [woonplaats] .

mr. L.A. Middelkoop,

hierna te noemen: de beoogd bijzondere curator, kantoorhoudende te Rotterdam.

De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,

hierna te noemen: de GI, gevestigd te Amsterdam.,

[informant] ,

hierna te noemen: de informant.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de brief met bijlage van de ouders van 1 mei 2026, ontvangen op 3 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • de ouders;

  • de beoogd bijzondere curator;

  • de informant;

  • een vertegenwoordiger van de GI, [naam 1] .

1.3.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

2.2.

[minderjarige] verblijft op een groep van ASVZ.

2.3.

Bij beschikking van 27 augustus 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 31 augustus 2026.

2.4.

Bij beschikking van 28 januari 2026 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 31 augustus 2026.

3 Ambtshalve benoeming bijzondere curator

3.1.

Artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt het volgende. Wanneer in aangelegenheden betreffende diens verzorging en opvoeding dan wel het vermogen van de minderjarige, de belangen van de met het gezag belaste ouders of een van hen in strijd zijn met die van de minderjarige, benoemt de rechtbank, indien hij dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, daarbij in het bijzonder de aard van deze belangenstrijd in aanmerking genomen, op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve een bijzondere curator om de minderjarige ter zake, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen.

4 De standpunten

4.1.

De GI brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. [minderjarige] is begin juni overgeplaatst naar een groep van ASVZ. Hij gaat hier naar een kinderdagcentrum en heeft vijf dagen per week onderwijs. Op dit moment is dit de meest geschikte plek voor [minderjarige] , maar zijn perspectief moet nog worden bepaald. De (nieuwe) vaste jeugdbeschermer gaat zo snel mogelijk een afspraak plannen met de ouders om te bespreken hoe de samenwerking verder zal verlopen. Ook zal de jeugdbeschermer [minderjarige] volgende week bezoeken. De omgangsregeling ligt volledig stil. Hier dienen zo snel mogelijk afspraken over te worden gemaakt. De GI staat positief tegenover het benoemen van een bijzondere curator. Het is prettig als [minderjarige] wordt vertegenwoordigd door een neutraal persoon.

4.2.

De ouders brengen tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. Zij zijn onlangs op de groep van ASVZ geweest. De eerste indruk was goed en het is fijn dat [minderjarige] daar dagbesteding heeft. De ouders zien dat [minderjarige] zijn best doet. De ouders staan achter de benoeming van een bijzondere curator.

4.3.

De beoogde bijzondere curator heeft zich bereid verklaard als bijzondere curator op te treden. Zij heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij zich in de eerste plaats zal richten op het belang van [minderjarige] . Zij zal met [minderjarige] spreken, zijn juridische positie uitleggen en vervolgens met de ouders onderzoeken welke omgangsregeling het beste aansluit bij het belang van [minderjarige] en het belang van ouders. Daarbij zal zij proberen het perspectiefonderzoek van de grond te krijgen. De beoogde bijzondere curator acht het in het belang van [minderjarige] om een tweede bijzondere curator te benoemen vanwege de expertise en kennis die nodig is, gezien [minderjarige] zijn achtergrond. Zij geeft aan dat zij eerder met [naam 2] heeft samengewerkt en dat haar expertise en kennis aansluit bij de persoon en de omstandigheden van [minderjarige] .

5 De informatie

5.1.

De informant brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. Sinds [minderjarige] uit huis is geplaatst, is er veel misgegaan en niet gecommuniceerd met de ouders. [minderjarige] is veel overgeplaatst en heeft meerdere wisselingen gehad in de betrokken jeugdbeschermers. Hierdoor heeft [minderjarige] geen vast contactpersoon gehad bij de GI en voelt hij zich, samen met de ouders, niet gehoord. Er is meermaals de opdracht gegeven om een perspectiefonderzoek te laten plaatsvinden, maar dit is tot op heden niet gebeurd. Ook is de omgangsregeling niet duidelijk en krijgen ouders verschillende instructies van zowel de GI als de groepen waar [minderjarige] heeft verbleven. Als er dossiers worden opgevraagd of vragen worden gesteld, krijgen de ouders daar laat of geen antwoord op. Het vertrouwen in de GI is weg. Er dient meer behandeling, zoals traumatherapie en diagnostiek, te worden ingezet voor [minderjarige] . Het benoemen van een bijzondere curator kan hiervoor helpend zijn.

6 De beoordeling

6.1.

De kinderrechter is van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] duidelijk moet worden waar zijn perspectief ligt, er een passende omgangsregeling moet worden gerealiseerd en wordt onderzocht welke hulp, begeleiding en dagbesteding het beste aansluit in het belang van [minderjarige] . Uit de stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de samenwerking tussen de ouders en de GI stroef verloopt en dat er geen dan wel te weinig vooruitgang wordt geboekt in de ontwikkeling van [minderjarige] . Er zijn veel wisselingen geweest in de betrokken jeugdbeschermers, [minderjarige] heeft veel wisselingen in verblijfsplekken ondergaan, er heeft nog steeds geen perspectiefonderzoek plaatsgevonden, onduidelijk is welke hulp en begeleiding [minderjarige] precies nodig heeft en de omgangsregelingen met de ouders (en andere familieleden) lijken veelvuldig te wijzigen, zonder dat duidelijk is waarom. Ook is gebleken dat [minderjarige] moeilijk in contact komt met de GI en is het hem - om onduidelijke redenen - niet gelukt om een kindgesprek te voeren met de kinderrechter, terwijl hij dit volgens de ouders wel zou willen. De kinderrechter acht het daarom in het belang van [minderjarige] dat er een bijzondere curator wordt benoemd die [minderjarige] kan vertegenwoordigen in de procedures en vooral in zijn belang kan kijken wat hij nodig heeft. De kinderrechter ziet ook de noodzaak voor een duo-benoeming gezien de achtergrond van de beide beoogde bijzondere curatoren en de duur en aard van de problematiek van en rond [minderjarige] .

6.2.

De bijzondere curatoren krijgen de opdracht om - schriftelijk dan wel mondeling -voor de eerstvolgende zitting te rapporteren aan de kinderrechter over hun bevindingen. De bijzondere curatoren zullen hiertoe met [minderjarige] , de ouders en indien nodig andere betrokkenen in gesprek gaan en onderzoeken waar het perspectief van [minderjarige] ligt, welke omgangsregeling het beste aansluit bij de belangen van [minderjarige] en wat verder in zijn belang is. Ook zullen de bijzondere curatoren [minderjarige] in en buiten rechte vertegenwoordigen.

6.3.

De kinderrechter benoemt de bijzondere curatoren voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 31 augustus 2026.

6.4.

De beoogde bijzondere curatoren, mr. L.A. Middelkoop en [naam 2] , hebben zich bereid verklaard de benoeming tot bijzondere curator te aanvaarden en zullen hiertoe door de kinderrechter worden benoemd.

6.5.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7 De beslissing

De kinderrechter:

7.1.

benoemt tot bijzondere curatoren teneinde [minderjarige] te vertegenwoordigen:

mr. L.A. Middelkoop en [naam 2]

7.2.

verzoekt de bijzondere curatoren al datgene te doen wat in het belang van [minderjarige] is, zoals opgenomen onder rechtsoverweging 6.2, en hem daarbij in en buiten rechte te vertegenwoordigen;

7.3.

draagt de bijzondere curatoren op om aan de kinderrechter – schriftelijk dan wel mondeling - te rapporteren over de uitkomsten van hun werkzaamheden tegen de eerstvolgende zitting in het kader van de ondertoezichtstelling, bij een schriftelijke rapportage met afschrift aan de GI en de ouders;

7.4.

bepaalt dat deze benoemingen gelden tot en met 31 augustus 2026;

7.5.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van E.G.H. Kerr als griffier, en op schrift gesteld op 15 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.