Personen- en familierecht

Verzoek vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing. Behandeling aangehouden in verband met nieuw vast te…

Rechtbank Rotterdam, 17 juni 2026

Zaakgegevens

Op 17 juni 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
17 juni 2026
Datum publicatie
1 augustus 2026
Zaaknummer
C/10/719217 / JE RK 26-860
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:9429
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing. Behandeling aangehouden in verband met nieuw vast te stellen omgangsregeling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/719217 / JE RK 26-860

Datum uitspraak: 17 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over de vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing

in de zaak van

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. W.J.J. Trooster, kantoorhoudende te Vlaardingen,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam pleegouder 1] en [naam pleegouder 2] , verblijvende op een bij de rechtbank bekend adres,

hierna te noemen: de pleegouders,

de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 1 mei 2026;

  • een brief van de GI, ontvangen op16 juni 2026;

  • de gezinsplannen van de GI, ontvangen op 16 juni 2026;

  • het bericht van de advocaat van de moeder, ontvangen op 16 juni 2026;

  • de brief voorgelezen door de pleegmoeder ter zitting, ontvangen op 17 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] ;

- de pleegouders.

1.3.

De kinderrechter heeft ter zitting bijzondere toegang verleend aan [persoon B] , de begeleider van de moeder.

1.4.

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] heeft geen mening gegeven.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .

2.2.

[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven bij de pleegouders.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 december 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 6 december 2026 en de machtiging verlengd om hen gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg, eveneens tot 6 december 2026.

2.4.

De GI heeft op 21 april 2026 een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Hierin is het volgende opgenomen:

“De bestaande omgangsregeling blijft in de basis ongewijzigd. Dit betekent dat de reguliere omgangsmomenten en de duur daarvan worden voortgezet zoals eerder vastgesteld. Het extra omgangsmoment Koningsdag, komt te vervallen, met uitzondering van Moederdag en de verjaardag van [naam moeder] op 1 juni. De regeling geldt voor de duur van de bestaande omgangsregeling die loopt tot 22 juli. Na afloop van deze duur zal het verloop van deze regeling worden geëvalueerd. U ontvangt hiervoor een uitnodiging.”

3 Het verzoek

3.1.

De moeder verzoekt de schriftelijke aanwijzing van de GI geheel vervallen te verklaren en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

Namens en door de moeder wordt ter zitting naar voren gebracht dat het verzoek in feite mosterd na de maaltijd is. De moeder is het niet eens met de schriftelijke aanwijzing. Dat zit hem in de continuïteit in het contact met de kinderen. De kinderen gaan graag naar de moeder, dat moet niet elke keer worden onderbroken. Het is betreurenswaardig dat ook het bezoek op Moederdag geen doorgang kon vinden vanwege een fout van de GI. De moeder wil dat het in de toekomst anders gaat. Er is nog geen nieuwe omgangsregeling vastgesteld terwijl de vorige al bijna is afgerond. De moeder is al jaren bezig met zaken voor elkaar te krijgen maar het lukt telkens niet. Het is van belang dat een jeugdbeschermer betrokken raakt die op tijd de regie pakt. De moeder vindt het fijn als de rechter een bezoekregeling bepaalt.

4 De standpunten

4.1.

De GI heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht. Er is op dit moment geen vaste jeugdbeschermer betrokken. Dit is niet bevorderlijk voor de situatie en er zal snel een vaste jeugdbeschermer worden gezocht. Tijdens de begeleide omgang op Moederdag bleek er sprake van een fout, waardoor de omgang niet kon doorgaan. Dit is pijnlijk, maar dit bezoek is wel ingehaald. In de stukken is te lezen waarom de GI ervoor heeft gekozen om de omgang op 27 april 2026 niet door te laten gaan. De GI heeft hier bewust voor gekozen omdat er sprake van onrust was met het nieuwe pleeggezin en omdat [voornaam minderjarige 1] na de omgang moeilijk gedrag laat zien. Natuurlijk had de GI het liever anders gezien. Door de wisseling naar het nieuwe pleeggezin had de GI onvoldoende tijd om op tijd de schriftelijke aanwijzing af te geven. Er zal binnenkort veel worden ingezet, zoals een gezinscoach. De kinderen zijn gehecht aan het pleeggezin maar hebben ook fijne omgang met de moeder. Er zal een evaluatie met de betrokkenen worden gepland. Het gebeurt vaker dat de belanghebbenden (op korte termijn) bij elkaar komen en een nieuwe planning maken. Als de kinderrechter de zaak wil aanhouden is er een extra controle-moment ter zitting.

4.2.

De pleegouders brengen ter zitting naar voren dat zij het jammer vinden dat zij weer in de rechtbank zitten. Wat hen betreft zouden de zaken die in deze zitting

aan de orde komen veel beter besproken kunnen worden in een goed onderling gesprek. Het verzoekschrift van moeder gaat over het vervallen van een bezoek op Koningsdag. Dit heeft alles te maken met een time-outperiode die op het verzoek van pleegouders is geweest, vanaf begin april tot eind mei 2026. [voornaam minderjarige 1] heeft in die periode (8 weken) doordeweeks bij de familie [naam] gewoond. Inmiddels woont [voornaam minderjarige 1] weer bij de pleegouders. De time out heeft [voornaam minderjarige 1] meer rust gegeven, en het heeft de pleegouders goed gedaan. Eén van de zaken die de achterliggende anderhalf jaar sterk speelde, is dat er rondom de bezoekmomenten bij moeder een piek te zien was in de gedragsproblematiek van [voornaam minderjarige 1] . Tegelijk zagen de pleegouders dat juist midden in de time-out (rondom de meivakantie) een aantal bezoekmomenten kort op elkaar waren gepland. Om die reden hebben zij bij de GI de vraag neergelegd of het wel verstandig was om dat te doen. Dat heeft ertoe geleid dat de GI één bezoekmoment heeft geschrapt, namelijk Koningsdag. De pleegouders begrijpen dat dit voor moeder teleurstellend is geweest. Voor de komende periode moet een nieuwe omgangsregeling nog worden vastgesteld. Dit is misschien laat, maar het gaat altijd op deze manier. De GI wijkt wat dat betreft niet af van het patroon.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter overweegt het volgende. De schriftelijke aanwijzing van 21 april 2026 bevat een besluit van de GI over reguliere en extra omgangsmomenten, waaronder de beslissing dat het extra omgangsmoment op 27 april 2026 zal vervallen. De moeder kan zich niet verenigen met het vervallen van dit omgangsmoment. De bestaande omgangsregeling loopt tot 22 juli 2026, waarna een nieuwe regeling dient te zijn vastgesteld. Voor die tijd dienen er nog een evaluatie en een overleg plaats te vinden met de betrokkenen om het een en ander vast te kunnen stellen. Daarnaast behoort er een vooraankondiging schriftelijke aanwijzing te worden verzonden. De kinderrechter stelt vast dat de periode tot 22 juli 2026 kort is om dit alles zorgvuldig te regelen. Ook omdat de nieuwe omgangsregeling tijdig in een schriftelijke aanwijzing aan de moeder kenbaar dient te worden gemaakt om de moeder daadwerkelijke rechtsbescherming te bieden.

5.2.

Bij beschikking van 12 januari 2026 zijn twee schriftelijke aanwijzingen van de GI betreffende omgang vervallen verklaard, omdat deze niet zorgvuldig tot stand waren gekomen. In beide gevallen had de GI de schriftelijke aanwijzingen te laat verstuurd om de moeder nog voldoende rechtsbescherming te kunnen bieden tegen de in die aanwijzingen vastgestelde omgangsregelingen. Deze situatie dreigt zich nu te herhalen. Weliswaar gaat de onderhavige zaak over een dag omgang; ter zitting wordt de zorgelijke situatie gesignaleerd dat de nieuwe omgangsregeling mogelijk niet op tijd vastgesteld zal zijn overeenkomstig de daarvoor geldende regels.

5.3.

Ter zitting is verder gebleken dat er al enige tijd sprake is van een verslechterde samenwerking tussen de GI en de moeder. Vanwege deze verslechtering en gezien de afspraken die op korte termijn gemaakt moeten worden, acht de kinderrechter het in het belang van de kinderen dat de partijen tegen eind juli 2026 opnieuw ter zitting verschijnen, opdat de nieuwe omgangsregeling besproken kan worden. Het is voor alle betrokkenen en met name de kinderen van belang dat er rust en duidelijkheid ontstaan.

5.4.

Mochten partijen voor eind juli overeenstemming hebben bereikt over de nieuwe omgangsregeling, dan kunnen zij dit aan de kinderrechter laten weten. Een nieuwe zitting is dan wellicht niet meer nodig is.

5.5.

De kinderrechter merkt op dat het wenselijk is dat een vaste jeugdbeschermer voor het gezin wordt aangesteld die de regie kan pakken en de termijnen in de gaten kan houden.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

houdt de behandeling van het verzoek aan tot woensdag 15 juli 2026 om 10.00 uur in het gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein 100/125 te Rotterdam;

6.2.

de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter;

6.3.

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de belanghebbenden en de advocaat van de moeder;

6.4.

verzoekt de GI de kinderrechter schriftelijk te informeren, met afschrift aan de belanghebbenden, over de stand van zaken rond de omgangsregeling.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. V. Versteeg als griffier, en op schrift gesteld op 9 juli 2026.