Personen- en familierecht

MUHP kort verlengt, restant aangehouden.

Rechtbank Rotterdam, 17 juni 2026

Zaakgegevens

Op 17 juni 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
17 juni 2026
Datum publicatie
7 augustus 2026
Zaaknummer
C/10/707934 / JE RK 25-2066
Procedure
Beschikking
Advocaat
mr. N. Roos
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:9716
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

MUHP kort verlengt, restant aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/707934 / JE RK 25-2066

Datum uitspraak: 17 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] & [naam vader],

hierna te noemen: de ouders,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. N. Roos, kantoorhoudende te Rotterdam,

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam

hierna te noemen: de GI.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 25 maart 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

  • de briefrapportage van de GI met bijlagen van 11 juni 2026;

  • de brief van de pleegouders, ter zitting overgelegd door mr. N. Roos.

1.2.

Op 17 juni 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- de ouders met hun advocaat en bijgestaan door een tolk;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] .

De GI is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de GI wel juist is opgeroepen.

Aangezien de ouders de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Poolse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van mw. A. Glinka, tolk in de Poolse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .

2.2.

[voornaam minderjarige] verblijft in een pleeggezin.

2.3.

Bij beschikking van 30 oktober 2025 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 30 oktober 2026. Tevens is een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening van pleegzorg verleend tot 30 april 2026. Het overige verzochte is aangehouden.

2.4.

Bij beschikking van 25 maart 2026 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 30 juli 2026. Het overige verzochte is aangehouden.

3 Het aangehouden verzoek

3.1.

De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van twaalf maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De ondertoezichtstelling is reeds in zijn geheel toegewezen en de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] voor de duur van negen maanden. Er dient dus nog beslist te worden over de overige drie maanden van de uithuisplaatsing.

4 De standpunten

4.1.

Nu de GI niet is verschenen op de zitting stemt de Raad in met een korte verlenging. Het is vervelend dat er nog altijd weinig van de grond is gekomen. Gezien de jonge leeftijd van [voornaam minderjarige] is dit een belangrijke fase. [voornaam minderjarige] moet de ouders met regelmaat zien voor een langere periode om zo aan hen gewend te blijven. Bij de moeder is geen sprake meer van alcoholmisbruik en de ouders zijn bezig met hun eigen hulpverlening. Er is een onderzoek gedaan naar een gezinsopname, maar de stand van zaken is onduidelijk. Het is niet in het belang van [voornaam minderjarige] daar nog langer op te wachten. Wellicht is het mogelijk om met ambulante hulpverlening in de thuissituatie te kijken naar een gefaseerde terugplaatsing, nu het beter gaat met de ouders.

4.2.

Door en namens de ouders is ingestemd met een korte verlenging. Het is spijtig dat de GI niet aanwezig is. Het is een signaal voor de ouders dat de GI er nu niet is. De ouders hebben zich de afgelopen maanden enorm ingezet. In de vorige beschikking was de opdracht aan de GI gegeven dat zij voor de ouders duidelijk moesten maken wat van hen verwacht wordt. Dat is niet gebeurd. De ouders verdienen het om een eerlijke kans te krijgen en op deze manier krijgen ze die kans niet. De zorgen die er waren ten tijden van de uit huis plaatsing zijn niet langer aanwezig. Het is van belang dat er nu stappen gemaakt gaan worden zodat de ouders kunnen laten zien dat zij [voornaam minderjarige] weer op kunnen voeden.

5 De beoordeling

5.1.

Het is spijtig dat de GI, ondanks de gezamenlijk afgesproken zittingsdatum op de vorige zitting, zonder bericht niet is verschenen. Het is mogelijk dat er sprake is van ziekte, maar in deze situatie was het passend geweest als er op zijn minst een vervanger was gestuurd. Op de vorige zitting was al door de kinderrechter aangegeven dat verwacht wordt dat de GI meer stappen onderneemt, omdat dit een cruciale fase is voor [voornaam minderjarige] met het oog op haar hechting. De ouders moeten een eerlijke kans krijgen om te laten zien of zij voldoende opvoedvaardigheden hebben. Ter zitting zijn alle partijen het er nog altijd mee eens dat [voornaam minderjarige] op dit moment niet naar huis kan. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing dan ook kort verlengen, en wel tot 15 september 2026. Het verzoek wordt voor het overig verzochte aangehouden tot de hierna genoemde datum. De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk één week voor genoemde datum te rapporteren (met afschrift aan de Raad, belanghebbenden en de advocaat) over het verloop van de machtiging tot uithuisplaatsing en of zij het verzoek voor het overige verzochte al dan niet handhaven. Tevens de verzoekt de kinderrechter de Raad in haar adviserende uiterlijk één week voor genoemde datum te rapporteren (met afschrift aan de GI, belanghebbenden en de advocaat).

5.2.

De kinderrechter verwacht van de GI dat er op de hierna genoemde zittingsdatum een medewerker verschijnt om toelichting te geven. Ter zitting is namelijk gebleken dat er sinds de vorige zitting weinig tot geen regie is gevoerd door de GI. Het is duidelijk dat de ouders hun best doen en [voornaam minderjarige] graag terug willen. Ook de pleegouders hebben middels hun brief laten weten dat het steeds beter gaat met [voornaam minderjarige] en de ouders. Het is dan ook aan de GI om voor de komende zitting een duidelijk plan op te stellen voor de ouders, zodat voor de ouders duidelijk is waar aan gewerkt moet worden. Daarnaast moet er duidelijkheid komen over hoe de GI zicht wil krijgen op de opvoedvaardigheden van de ouders, zodat zij de eerlijke kans krijgen die zij hierin verdienen. Hierbij kan gekeken worden naar bijvoorbeeld het KSCD, de uitbreiding van de omgang of een gezinsopname. De kinderrechter acht het relevant dat ook de pleegouders bij de volgende zitting als informanten aanwezig zijn, zodat ook zij hun visie over de situatie kunnen toelichten.

5.3.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 15 september 2026;

en alvorens verder te beslissen:

6.2.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de Raad, de GI, de vader en de moeder op te verschijnen tijdens de zitting van mr. M.A. van der Laan-Kuijt van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam, op 25 augustus 2026 te 14:00 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;

6.3.

Verzoekt de GI en de Raad uiterlijk één week voor de genoemde datum de kinderrechter de sub 5.1. verzochte rapportage te doen toekomen, met afschrift aan de Raad, de GI, belanghebbenden en de advocaat.

6.4.

vraagt de griffier de pleegouders op te roepen;

6.5.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. N.E. Moerkerken als griffier, en op schrift gesteld op 6 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.