Personen- en familierecht

Machtiging gesloten jeugdhulp. Al maandenlang geen passende vervolgplek beschikbaar. Opnieuw een korte…

Rechtbank Rotterdam, 1 juli 2026

Zaakgegevens

Op 1 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
1 juli 2026
Datum publicatie
8 augustus 2026
Zaaknummer
C/10/714937 / JE RK 26-294
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:9730
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Machtiging gesloten jeugdhulp. Al maandenlang geen passende vervolgplek beschikbaar. Opnieuw een korte verlening met aanhouding van het restant in afwachting van een passende vervolgplek.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/714937 / JE RK 26-294

Datum uitspraak: 1 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] ,

advocaat mr. G.H. Kroon, kantoorhoudende in Gorinchem.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] ,

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • de beschikking van 3 maart 2026, en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

  • de briefrapportage van de GI van 19 juni 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.

1.2.

Op 1 juli 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

  • [voornaam minderjarige] samen met haar advocaat;

  • de moeder;

- een vertegenwoordiger van de Raad, te weten [persoon A] ;

- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [persoon B] .

1.3.

De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.

1.4.

De kinderrechter heeft, met instemming van procespartijen, bijzondere toegang

verleend aan [persoon C] , de partner van de moeder.

1.5.

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover, voorafgaand aan de mondelinge behandeling, een apart gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .

2.2.

[voornaam minderjarige] verblijft bij Schakenbosch.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 maart 2026 [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 3 maart 2027. Daarnaast is een machtiging verleend om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 17 juli 2026. De beslissing is voor het overig verzochte aangehouden.

3 Het (aangehouden) verzoek

3.1.

De Raad verzoekt een machtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden. Nu dient een beslissing te worden genomen over het resterende deel van het verzoek, te weten de periode tot 17 september 2026.

3.2.

Ter zitting heeft de Raad het volgende meegedeeld. De Raad vindt het zeer ernstig dat er al zo’n lange tijd geen passende plek kan worden gevonden voor [voornaam minderjarige] . Er dient binnen zeer korte termijn duidelijkheid te komen over een vervolgplek voor [voornaam minderjarige] .

4 De standpunten

4.1.

De GI heeft ter zitting het volgende aangegeven. De GI ondersteunt het aangehouden deel van het verzoek van de Raad, omdat er nog altijd sprake is van ernstige zorgen over [voornaam minderjarige] . De GI heeft een traject doorlopen, opdat zij elders kon worden geplaatst. Helaas is de GI niet gelukt om [voornaam minderjarige] ergens anders te plaatsen. De GI en de gemeente Rotterdam zijn er samen niet uitgekomen, waardoor [voornaam minderjarige] nog steeds bij Schakenbosch verblijft. Zij komt hier niet toe aan behandeling en het is geen passende plek voor haar. De situatie van [voornaam minderjarige] is besproken met verschillende hoofdaanbieders. Er heeft zich geen nieuwe hoofdaanbieder gemeld. Binnenkort is er een klein Multi Disciplinair Overleg, waarbij opnieuw wordt gekeken naar een passende vervolgplek voor [voornaam minderjarige] . Ruchama Zorg heeft laten weten dat er opnieuw een plekje beschikbaar is voor [voornaam minderjarige] , maar dan dient de gemeente Rotterdam wel mee te werken aan deze plaatsing.

4.2.

Het is niet in het belang van [voornaam minderjarige] om haar nu op een open groep van Schakenbosch te plaatsen, omdat zij dan weer op een andere groep wordt geplaatst en de problematiek daarvoor te ernstig is.

4.3.

De moeder heeft ter zitting het volgende meegedeeld. De moeder vindt het zeer spijtig dat [voornaam minderjarige] nog steeds bij Schakenbosch verblijft. Er is haar beloofd dat zij elders zou worden geplaatst, maar deze belofte is niet nagekomen. Nu komt [voornaam minderjarige] niet toe aan behandeling en verdere ontwikkeling.

4.4.

Door en namens [voornaam minderjarige] is het volgende meegedeeld. [voornaam minderjarige] vindt het jammer dat zij niet is geplaatst bij Ruchama. Dit is haar beloofd, maar de gemeente Rotterdam werkt niet mee. [voornaam minderjarige] verblijft hierdoor nog steeds bij Schakenbosch, terwijl dit geen geschikte plek is voor haar. [voornaam minderjarige] begrijpt dat zij nu nog niet terug kan naar huis.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat, alles afwegende, jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken onder de huidige omstandigheden dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [voornaam minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er op dit moment minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de GI de afgelopen periode intensief heeft geprobeerd om [voornaam minderjarige] te plaatsen bij Ruchama Zorg. Dit lijkt een passende plek voor haar, omdat zij hier kan toekomen aan haar behandeling en er weer naar school kan gaan. Er hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden tussen de betrokken partijen, waaronder met de gemeente Rotterdam. Het is echter helaas niet gelukt om overeenstemming te bereiken met het hoofd- en onderaannemerschap, waardoor de financiering niet rond is gekomen. Vervolgens heeft de GI onderzocht of een andere hoofdaanbieder bereid en in staat is om [voornaam minderjarige] te plaatsen op een passende vervolgplek, maar er heeft zich geen instelling hiertoe bereid verklaard. De kinderrechter constateert een zeer zorgelijke situatie waarbij al maandenlang voor [voornaam minderjarige] geen passende plek beschikbaar is, waardoor zij niet aan haar behandeling en verdere ontwikkeling toekomt. Op grond van de Jeugdwet dient de gemeente passende jeugdhulp te organiseren, doch de gemeente slaagt hier niet in. De kinderrechter ziet hierin de zorgen van de rechtspraak over de aanhoudende grote capaciteitstekorten in de jeugdketen bevestigd, zoals inmiddels in meerdere jaarverslagen van de rechtspraak vermeld (o.a. in jaarverslag 2025, pagina 12).

5.3.

De kinderrechter benadrukt opnieuw dat er binnen korte termijn een passende plek voor [voornaam minderjarige] moet worden gevonden. [voornaam minderjarige] kan op dit moment niet thuis wonen, maar Schakenbosch is evenmin een passende plek. Op zo kort mogelijke termijn moet [voornaam minderjarige] elders geplaatst worden. Omdat er op dit moment geen enkel passend alternatief voor Schakenbosch beschikbaar is, verleent de kinderrechter de machtiging tot gesloten plaatsing, opnieuw voor een kortere duur dan is verzocht, te weten tot 1 september 2026. De beslissing wordt aangehouden voor het overig verzochte in afwachting van een passende plek voor [voornaam minderjarige] .

5.4.

De GI wordt verzocht om uiterlijk een week vóór de hierna te noemen zittingsdatum de kinderrechter een briefrapportage (met afschrift aan de Raad, de vader, de moeder, [voornaam minderjarige] en haar advocaat) te overleggen over de stand van zaken op dat moment. Voor de volgende zitting zal de kinderrechter als informant laten oproepen: de gemeente Rotterdam als eindverantwoordelijke en een vertegenwoordiger van Schakenbosch.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verleent een machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 17 juli 2026 tot 1 september 2026;

en alvorens verder te beslissen:

6.2.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de Raad, de GI, de vader, de moeder, [voornaam minderjarige] en haar advocaat op te verschijnen tijdens de zitting van mr. A.A.J. de Nijs van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam, op 26 augustus 2026 te 16:30 uur, om nader op het resterende deel van het verzoek te worden gehoord;

6.3.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor die zitting;

6.4.

vraagt de griffier om de gemeente Rotterdam en Schakenbosch op te roepen voor de zitting;

6.5.

verzoekt de GI uiterlijk een week voor de genoemde datum de rechtbank (en de belanghebbenden) de verzochte rapportage te doen toekomen.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026 door

mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. K.F.G. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 21 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).