Personen- en familierecht
Voortzetting inbewaringstelling afgewezen. Nog niet alles (qua zorg) is geprobeerd in de thuissituatie.
Rechtbank Rotterdam, 30 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:10828 · Rechtbank Rotterdam · 30 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbrot-2026-10828
Zaakgegevens
Op 30 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 30 juli 2026
- Datum publicatie
- 30 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/10/723950 / FA RK 26-6105
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:10828
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voortzetting inbewaringstelling afgewezen. Nog niet alles (qua zorg) is geprobeerd in de thuissituatie.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
30 juli 2026C/10/723950 / FA RK 26-6105Zaak-/rekestnummer: C/10/723950 / FA RK 26-6105
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 30 juli 2026 betreffende een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het CIZ,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1938,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
op dit moment verblijvende in [verpleeghuis] , te [woonplaats] ,
advocaat mr. H.J. Naber te Dordrecht.
1 Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 27 juli 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
-
de beschikking van de burgemeester van 24 juli 2026;
-
de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [persoon A] , specialist ouderengeneeskunde, van 24 juli 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 juli 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
-
betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
-
[behandelaar 1] , specialist ouderengeneeskunde, en [behandelaar 2] , zorgregisseur, beiden verbonden aan [verpleeghuis] (hierna: de behandelaars).
2 Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is de rechtbank onvoldoende gebleken dat sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De rechtbank volgt het gemotiveerde verweer van de advocaat dat het verlenen van de maatregel op dit moment onvoldoende noodzakelijk is. Desondanks bestaan er reële zorgen omtrent de thuissituatie en de echtgenoot van betrokkene. Er is namelijk sprake van vluchtgedrag en dwalen waarbij betrokkene de nacht heeft doorgebracht in de tuin van de buren en politie een zoekactie heeft verricht met de inzet van een politiehelikopter. Daarnaast is mogelijk sprake van het capgrasfenomeen (zeldzame waanstoornis) waardoor betrokkene op momenten de overtuiging heeft dat haar echtgenoot is vervangen door een dubbelganger. Vanuit deze waan en wantrouwen naar haar echtgenoot toe weigert betrokkene soms hulp en toedienen van medicatie (van haar echtgenoot). Op dit moment is er geen thuiszorg meer (voor de inzet van medicatie) en zegt de echtgenoot dat hij voor betrokkene wil zorgen. De echtgenoot verklaart desgevraagd dat het hem nog lukt om betrokkene alle nodige zorg te bieden. Daarnaast krijgen betrokkene en haar echtgenoot geregeld ondersteuning (waaronder bij het huishouden) van hun dochter. De rechtbank stelt dan ook vast dat nog niet alles is geprobeerd qua zorg in de thuissituatie, zodat daarmee niet vaststaat dat geen minder bezwarende optie resteert dan een verlengde opname en verblijf in het verpleeghuis.
Hoewel de rechtbank het met de specialist eens is dat de situatie van betrokkene zorgelijk is, en er sprake is van een wankel evenwicht, is de rechtbank gelet op het voorgaande van oordeel dat niet is voldaan aan de criteria voor de voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in de Wzd. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
3 Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
|
Deze beschikking is op 30 juli 2026 mondeling gegeven door mr. V. van Dorst, rechter, in tegenwoordigheid van H. Hasancevic, griffier, en op 7 augustus 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend. |
||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.