RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/720698 / FA RK 26-4405
Referentienummer: ZM/IND/201683
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 19 juni 2026 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1998, [geboorteplaats],
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats],
advocaat mr. M.H. de Lange te Rotterdam.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 01 juni 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door [naam 1], psychiater, van 19 mei 2026;
de zorgkaart van 20 mei 2026;
het zorgplan van 6 mei 2026;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wvggz;
de relevante politie-, strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden bij betrokkene thuis op 19 juni 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
[naam 2], psychiater, verbonden aan Fivoor.
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
Overwegingen
2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 30 december 2025 is op grond van artikel 6:4 Wvggz een zorgmachtiging verleend tot en met 30 juni 2026. De officier heeft op 1 juni 2026 een verzoek ingediend voor een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een bipolaire 1 stoornis en middelenmisbruik, welke in remissie is.
2.3.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige financiële schade, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproep en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene is bekend met een bipolaire 1 stoornis waarbij sprake is van manisch psychotische ontregelingen en therapieontrouw. In de afgelopen jaren raakte betrokkene herhaaldelijk manisch psychotisch waardoor hij langdurig opgenomen moest worden en moeilijk te stabiliseren was. Betrokkene zou bij voorkeur geen medicatie gebruiken en slaat regelmatig giften over, mist of weigert deze. Zelfs met de zorgmachtiging vraagt het grote inspanning om betrokkene te motiveren om de medicatie te nemen. In de afgelopen maanden komt betrokkene beter zijn afspraken na, maar is er twee keer sprake geweest van een beginnende manische decompensatie, waardoor de dosering is opgehoogd. Betrokkene ontkent deze decompensaties, echter er komen dan wel meldingen vanuit de BW van (geluids)overlast. Er is sprake van beperkt ziektebesef en -inzicht.
2.4.
Om een crisissituatie af te wenden, ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
2.5.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de psychiater dat de situatie van betrokkene niet is veranderd na de laatste zitting. Betrokkene is vorig jaar instabieler geworden doordat hij te laat zijn depotmedicatie kwam halen, soms wel een week te laat, terwijl hij daar steeds aan herinnerd wordt. Vandaag is betrokkene ook niet geweest. Het lukt betrokkene niet om werk stabiel te houden of afspraken met een jobcoach na te komen. De medicatie heeft begrijpelijk zijn weerslag op betrokkene en daarnaast slaapt hij minder door de zon. Eerder ging het beter met betrokkene dankzij de medicatie. Als betrokkene stabiel is, kan hij zijn stoornis benoemen, maar zodra hij gaat wiebelen komen ook de meldingen van de BW weer binnen en moet hij mogelijk hier weg.
2.6.
De advocaat verzoekt namens betrokkene, primair, afwijzing van het verzoek. Betrokkene heeft veel stappen gezet en hij verdient af en toe een kans als het een tijd goed gaat. De zorgmachtiging is om die reden te verstrekkend. Subsidiair verzoekt de advocaat namens betrokkene om bij toewijzing de duur van de zorgmachtiging te bekorten. De verzochte duur van twaalf maanden is niet heel bemoedigend voor betrokkene en om hem een vooruitzicht te bieden is een duur van zes maanden voldoende.
2.7.
De rechtbank ziet, anders dan de advocaat betoogt, geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de medische verklaring en de toelichting van de psychiater tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren.
Hoewel betrokkene geen middelen meer gebruikt en goede stappen heeft gezet, en dit blijft proberen, is het stabiele evenwicht nog heel broos. Betrokkene heeft moeite met de medicatie, maar juist met die medicatie en de begeleiding van de BW kan betrokkene verder komen en nieuwe decompensaties afwenden. De zorgmachtiging is dan ook geen straf, maar een middel om een stabieler leven te kunnen leiden. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.8.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het toedienen van medicatie;
het verrichten van medische controles;
het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken.
2.9.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en het toedienen van voeding worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.10.
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.11.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal aansluitend op een zorgmachtiging worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden met ingang van vandaag.
Beslissing
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.8. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 juni 2027;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 19 juni 2026 mondeling gegeven door mr. G.C. Bos, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier, en op 6 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.