Verbintenissenrecht

Verzoek voorlopig getuigenverhoor. Arbeidsongeval.

Rechtbank Rotterdam, 7 maart 2025

Zaakgegevens

Op 7 maart 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
7 maart 2025
Datum publicatie
17 april 2025
Zaaknummer
11518783 VZ VERZ 25-547
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:4670
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek voorlopig getuigenverhoor. Arbeidsongeval.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11518783 VZ VERZ 25-547

datum uitspraak: 7 maart 2025

Beschikking van de kantonrechter

in de zaak van

[verzoeker] ,

woonplaats: Rotterdam,

verzoeker,

gemachtigde: mr. A.P. Hovinga,

tegen

1 Boal B.V.,

vestigingsplaats: De Lier,

2. AIG Europa S.A.,

vestigingsplaats: Luxemburg-stad (Luxemburg),

verweersters,

gemachtigde: mr. R. Rutten.

De partijen worden hierna ‘[verzoeker]’, ‘Boal’ en ‘AIG’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • het verzoekschrift (ontvangen op 30 januari 2025), met bijlagen;

  • de e-mail van de gemachtigde van 12 februari 2025.

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

[verzoeker] stelt dat hij op 10 mei 2022 tijdens zijn werk bij Boal letsel heeft opgelopen. [verzoeker] was op dat moment bezig pakketten met aluminiumprofielen met een takel op vrachtwagens te laden. Omdat de pakketten (te) hoog waren opgesteld, moest [verzoeker] een ladder gebruiken om de lijn om de pakketten te krijgen. Daarbij moest [verzoeker] tegelijkertijd met de ene hand de afstandsbediening van de takel bedienen en de ladder vasthouden, en met de andere hand de lus over het pakket gooien. Door gebrek aan ruimte stond de ladder nagenoeg verticaal. Als gevolg van deze gang van zaken is [verzoeker] van de ladder gevallen. [verzoeker] heeft Boal als werkgever aansprakelijk gesteld voor de geleden en nog te lijden schade. De verzekeraar van Boal, AIG, heeft de aansprakelijkheid afgewezen.

De kantonrechter beveelt een voorlopig getuigenverhoor

2.2.

De kantonrechter beveelt een voorlopig getuigenverhoor (artikel 196 Rv). [verzoeker] heeft hier om gevraagd en dit verzoek voldoende onderbouwd. Boal en AIG hebben laten weten hiertegen geen bezwaar te hebben.

2.3.

De kantonrechter bepaalt dat het voorlopig getuigenverhoor zal plaatsvinden op dinsdag 20 mei 2025 om 13:30 uur. De kantonrechter wijst erop dat [verzoeker] zelf de getuigen moet oproepen voor deze zitting.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad

2.4.

Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv).

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

beveelt een voorlopig getuigenverhoor;

3.2.

bepaalt dat het voorlopig getuigenverhoor zal plaatsvinden op dinsdag 20 mei 2025 om 13:30 uur ten overstaan van de hierna te noemen kantonrechter;

3.3.

wijst [verzoeker] erop dat hij zelf de getuigen moet oproepen voor het voorlopig getuigenverhoor;

3.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.

62828