Verbintenissenrecht

Annulering reis. Vordering geld terug te betalen.

Rechtbank Rotterdam, 29 april 2022

Zaakgegevens

Op 29 april 2022 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
29 april 2022
Datum publicatie
8 mei 2024
Zaaknummer
9599094
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2022:12295
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Annulering reis. Vordering geld terug te betalen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9599094 CV EXPL 21-42430

uitspraak: 29 april 2022

vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[naam eiseres] ,

handelend onder de naam [handelsnaam 1],

die woont in [woonplaats 1] (gemeente [gemeente] ),

eiseres,

gemachtigde: [naam gemachtigde] ,

tegen

[naam gedaagde] ,

handelend onder de naam [handelsnaam 2],

die woont in [woonplaats 2] ,

gedaagde,

die procedeert zonder juridische bijstand.

Partijen worden hierna ‘ [naam eiseres] ’ en ‘ [naam gedaagde] ’ genoemd.

1 De procedure

In het dossier zitten deze stukken:

  • de dagvaarding met bijlagen van 20 december 2021;

  • de reactie daarop van [naam gedaagde] van 27 december 2021;

  • de conclusie van repliek van 1 maart 2022;

  • de reactie daarop van [naam gedaagde] van 27 maart 2022.

2 Het geschil en de beoordeling daarvan

2.1

[naam eiseres] heeft een pelgrimstocht bij [naam gedaagde] geboekt. Zij heeft hier € 5.450,- voor betaald. [naam eiseres] heeft de reis moeten annuleren. Deze annulering is door [naam gedaagde] geaccepteerd. Hij zou de aanbetaling terugbetalen, maar dat is niet gebeurd. [naam eiseres] vordert daarom veroordeling van [naam gedaagde] tot terugbetaling van het door haar betaalde bedrag, met rente, met € 647,50 aan buitengerechtelijke incassokosten en met veroordeling van [naam gedaagde] in de kosten van de procedure.

2.2

[naam gedaagde] erkent de vordering. De vordering wordt daarom toegewezen. Het feit dat [naam gedaagde] de vordering zoals hij stelt op dit moment niet kan betalen is geen reden om de vordering af te wijzen. Als [naam gedaagde] een betalingsregeling met [naam eiseres] wil treffen moet hij daarvoor contact opnemen met de gemachtigde van [naam eiseres] .

2.3

[naam gedaagde] erkent de vordering en moet daarom in deze zaak gezien worden als de partij die geen gelijk gekregen heeft. [naam gedaagde] wordt daarom veroordeeld in de kosten van de procedure.

2.4

Dit vonnis wordt zoals [naam eiseres] vordert ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat als deze zaak aan een hogere rechter wordt voorgelegd, [naam eiseres] in afwachting van de uitspraak van die hogere rechter, wel alvast kan afdwingen dat [naam gedaagde] voldoet aan waartoe hij wordt veroordeeld in dit vonnis.

3 De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [naam gedaagde] om € 5.450,- aan [naam eiseres] te betalen, met rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek vanaf 1 oktober 2021 tot aan de dag waarop het bedrag volledig is betaald;

- veroordeelt [naam gedaagde] om € 647,50 aan buitengerechtelijke incassokosten aan [naam eiseres] te betalen;

- veroordeelt [naam gedaagde] in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de kant van [naam eiseres] vastgesteld op € 106,96 aan kosten voor de dagvaarding,

€ 240,- aan griffierecht en € 622,- aan salaris voor haar gemachtigde en voor het geval [naam gedaagde] niet binnen veertien dagen na hierover van [naam eiseres] een brief gekregen te hebben vrijwillig aan dit vonnis voldoet, begroot op € 124,- aan nasalaris, te vermeerderen met betekeningskosten als betekening van dit vonnis plaatsvindt;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

686