Verbintenissenrecht
Eindvonnis. Vaststelling betalingsverplichting servicekosten.
Rechtbank Rotterdam, 23 juni 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:5750 · Rechtbank Rotterdam · 23 juni 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2023-5750
Zaakgegevens
Op 23 juni 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 23 juni 2023
- Datum publicatie
- 3 juli 2023
- Zaaknummer
- 9893017
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2023:5750
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Eindvonnis. Vaststelling betalingsverplichting servicekosten.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 9893017 CV EXPL 22-15769
datum uitspraak: 23 juni 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[naam01] ,
woonplaats: [woonplaats01] ,
eiser in conventie, verweerder in reconventie,
gemachtigde: mr. M. Shaaban,
tegen
Dudok Lloyd Rotterdam B.V. ,
vestigingsplaats: Dordrecht,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
gemachtigde: mr. R. Benneker.
De partijen worden hierna ‘ [naam01] ’ en ‘Dudok’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
-
het tussenvonnis van 24 maart 2023 en de daarin genoemde stukken;
-
de akte van Dudok van 20 april 2023, met bijlagen;
-
de akte van [naam01] van 24 mei 2023.
2 De verdere beoordeling
In conventie
In lijn met het tussenvonnis wordt de eis in conventie afgewezen en wordt [naam01] veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten worden tot vandaag vastgesteld op € 264,-. Voor kosten die Dudok maakt na deze uitspraak moet [naam01] een bedrag betalen van € 66,- (1/2 punt x € 132,-). Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853).
In reconventie
In reconventie vordert Dudok dat de kantonrechter de hoogte van de servicekosten
van 2017 tot en met 2020 vaststelt en [naam01] veroordeelt tot het betaling van het openstaande saldo. In het tussenvonnis heeft de kantonrechter al inhoudelijk geoordeeld over de berekeningswijze van de servicekosten. Zij heeft Dudok in de gelegenheid gesteld om naar aanleiding hiervan een aangepaste afrekening in het geding te brengen. Dudok heeft dit gedaan. Volgens haar bedraagt de betalingsverplichting van [naam01] over de jaren 2017 tot 2020 op basis van de door de kantonrechter vastgestelde berekening, respectievelijk € 440,95, € 227,95, € 405,14 en € 547,38. Na aftrek van de betalingen staat er volgens haar nog € 14,50 open. [naam01] heeft in zijn akte aangegeven dat deze berekening juist is. De kantonrechter zal daarom in lijn hiermee oordelen. De door Dudok geëiste wettelijke rente over het openstaande saldo wordt toegewezen vanaf veertien dagen na dit vonnis.
Dudok krijgt voor het grootste deel ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [naam01] tot vandaag vast op € 580,- aan salaris voor de gemachtigde (2,5 punten x € 232,-). Voor kosten die [naam01] maakt na deze uitspraak moet Dudok een bedrag betalen van € 116,- (1/2 punt x € 232,-). Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853).
In zowel conventie als reconventie
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zoals geëist door partijen (artikel 233 Rv).
3 De beslissing
De kantonrechter:
in conventie
wijst de eis af;
veroordeelt [naam01] in de proceskosten, die aan de kant van Dudok tot vandaag worden vastgesteld op € 264,-;
in reconventie
verklaart voor recht dat de betalingsverplichting van [naam01] ten opzichte van Dudok met betrekking tot de servicekosten bedroeg:
-
€ 440,95 over het jaar 2017;
-
€ 227,95 over het jaar 2018;
-
€ 405,14 over het jaar 2019;
-
€ 547,38 over het jaar 2020.
veroordeelt [naam01] om aan Dudok te betalen € 14,50, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf 7 juli 2023, tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt Dudok in de proceskosten, die aan de kant van [naam01] tot vandaag worden vastgesteld op € 580,-;
in zowel conventie als reconventie
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
33394