Verbintenissenrecht

Verbetering van € 0,01 aan dagvaardingskosten afgewezen wegens ontbreken voldoende belang bij herstelverzoek.

Rechtbank Rotterdam, 30 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 30 oktober 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
30 oktober 2024
Datum publicatie
26 november 2024
Zaaknummer
11154328 \ CV EXPL 24-14850
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:11765
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verbetering van € 0,01 aan dagvaardingskosten afgewezen wegens ontbreken voldoende belang bij herstelverzoek.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11154328 \ CV EXPL 24-14850

datum uitspraak: 30 oktober 2024

vonnis van de kantonrechter inzake het verzoek om een herstelvonnis ex artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)

in de zaak van

[eiseres] ,

te Schiedam,

eiseres,

gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders B.V.,

tegen

[gedaagde] ,

te Maassluis ,

gedaagde,

die niet in de procedure is verschenen.

1 Het verzoek

1.1.

Eiseres heeft in een brief van 17 oktober 2024 verzocht het vonnis van 3 juli 2024 aan te passen. Zij voert aan dat de dagvaardingskosten niet kloppen. De dagvaardingskosten bedragen volgens haar € 137,39 terwijl de kantonrechter € 137,38 heeft toegekend.

2 De beoordeling

2.1.

Op grond van artikel 31 lid 1 Rv verbetert de rechter, op verzoek van een partij of ambtshalve, een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout in een vonnis, die zich voor eenvoudig herstel leent.

In artikel 3:303 BW is bepaald dat zonder voldoende belang niemand een rechtsvordering toekomt. In beginsel wordt een ieder die een rechtsvordering aanhangig maakt verondersteld een voldoende belang te hebben bij het instellen van de vordering.

2.2.

Aangenomen moet worden dat het algemene vereiste van 'voldoende belang' bij een rechtsvordering ex artikel 3:303 BW steeds ook als ondergrens voor een herstelverzoek
ex artikel 31 Rv geldt. Zo wordt het rechterlijk apparaat niet belast met de verbetering van onbeduidende fouten.

Het verzoek heeft tot strekking om het vonnis in die zin aan te passen, dat de veroordeling in de proceskosten wordt verhoogd met 1 cent. Het betreft hier aldus een verschil van 1 cent. Dit maakt dat voldoende belang bij het herstelverzoek ontbreekt.

2.3.

De conclusie is dat het verzoek van eiseres om aanpassing van voormeld vonnis wordt afgewezen bij gebrek aan voldoende belang.

3 De beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek tot aanpassing van het tussen partijen gewezen vonnis van 3 juli 2024 af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.

26350