Verbintenissenrecht

Eis toegewezen, want gedaagde heeft niet geantwoord na uitstel.

Rechtbank Rotterdam, 12 april 2024

Zaakgegevens

Op 12 april 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
12 april 2024
Datum publicatie
10 mei 2024
Zaaknummer
10879314 CV EXPL 24-1173
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:4295
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Eis toegewezen, want gedaagde heeft niet geantwoord na uitstel.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 10879314 CV EXPL 24-1173

datum uitspraak: 12 april 2024

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Interpolis Zorgverzekeringen N.V.,

vestigingsplaats: Leiden,

eiseres,

gemachtigde: Flanderijn,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: Rotterdam,

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘Interpolis’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 5 januari 2024, met bijlagen;

  • de brief van [gedaagde] van 14 januari 2024.

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

Interpolis eist [gedaagde] te veroordelen om € 182,40 met rente en kosten aan haar te betalen. [gedaagde] heeft uitstel gekregen voor een reactie op de dagvaarding, maar daarna niet meer gereageerd.

Hoofdsom

2.2.

[gedaagde] heeft niet aangegeven dat de feiten die in de dagvaarding staan niet kloppen. Die staan daarom in deze zaak vast. Op basis daarvan wordt de geëiste hoofdsom van € 130,95 toegewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten

2.3.

De incassokosten van € 40,- worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).

Rente

2.4.

De rente wordt toegewezen, omdat Interpolis genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.

Proceskosten

2.5.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Interpolis op € 137,38 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 40,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt × € 40,-) en € 20,- aan nakosten. Dat is in totaal € 327,38. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.

Uitvoerbaarheid bij voorraad

2.6.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Interpolis te betalen € 182,40 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 130,95 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Interpolis worden begroot op € 327,38;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.

43416