Verbintenissenrecht

Onbetaalde zorgpremies. Vorderingen toegewezen. Verstek.

Rechtbank Rotterdam, 31 mei 2024

Zaakgegevens

Op 31 mei 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
31 mei 2024
Datum publicatie
14 mei 2024
Zaaknummer
10850434 \ CV EXPL 23-33414
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:4332
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Onbetaalde zorgpremies. Vorderingen toegewezen. Verstek.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 10850434 CV EXPL 23-33414

datum uitspraak: 31 mei 2024

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

VGZ Zorgverzekeraar N.V.,

vestigingsplaats: Arnhem,

eiseres,

gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats],

gedaagde,

die niet is verschenen.

De partijen worden hierna ‘VGZ’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 7 november 2023, met bijlagen;

  • de aantekeningen van het mondelinge antwoord van [naam 1], broer van [gedaagde];

  • de aantekeningen van het aanvullende mondelinge antwoord van [naam 1], broer van [gedaagde];

  • de akte van VGZ van 19 april 2024, met bijlagen.

1.2.

Op 1 mei 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was [naam 2] namens de gemachtigde van VGZ aanwezig. [gedaagde] is, hoewel hij daarvoor op de juiste wijze is opgeroepen, niet verschenen.

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

[gedaagde] heeft bij VGZ een zorgverzekering afgesloten. Op grond van deze overeenkomst moet [gedaagde] elke maand premie aan VGZ betalen. VGZ wil dat [gedaagde] € 1.318,57 aan zorgpremie over de maanden november 2022, januari 2023, maart 2023, april 2023, juni 2023 en juli 2023 betaalt. Omdat [gedaagde] niet op tijd heeft betaald vordert VGZ ook buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. Verder wil VGZ dat [gedaagde] in de proceskosten wordt veroordeeld en dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.

[gedaagde] is niet in de procedure verschenen

2.2.

Op de rolzitting van 27 december 2023 was [naam 1], de broer van [gedaagde], aanwezig. [naam 1] gaf aan dat [gedaagde] wegens persoonlijke problemen niet in staat is om zelf te verschijnen in deze procedure. Omdat [naam 1] geen machtiging had om namens [gedaagde] te verschijnen heeft de kantonrechter hem in de gelegenheid gesteld om alsnog een machtiging over te leggen. Op 21 februari 2024 en op 1 mei 2024 is [naam 1] weer op de zitting verschenen maar nog steeds zonder een machtiging van [gedaagde]. Dit betekent dat [gedaagde] niet rechtsgeldig in de procedure is verschenen. Daarom zal tegen hem verstek worden verleend.

[gedaagde] moet € 1.318,57 met wettelijke rente aan VGZ betalen

2.3.

De vordering van VGZ komt de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en wordt daarom toegewezen. Dit betekent dat [gedaagde] € 1.318,57 aan VGZ moet betalen met de wettelijke rente hierover.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

2.4.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van VGZ op € 130,48 aan dagvaardingskosten, € 322,- aan griffierecht, € 408,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 204,-) en € 102,- aan nakosten. Dat is in totaal € 962,48. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan VGZ te betalen € 1.318,57 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom die na iedere wijziging vanaf 7 november 2023 heeft opengestaan tot de dag dat volledig is betaald;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van VGZ worden begroot op € 962,48;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans en in het openbaar uitgesproken.

53954