Verbintenissenrecht

Veroordeling tot betaling huurachterstand met rente, incassokosten en proceskosten.

Rechtbank Rotterdam, 18 juli 2025

Zaakgegevens

Op 18 juli 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
18 juli 2025
Datum publicatie
23 september 2025
Zaaknummer
11611186 CV EXPL 25-7433
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:11256
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veroordeling tot betaling huurachterstand met rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11611186 CV EXPL 25-7433

datum uitspraak: 18 juli 2025 (bij vervroeging)

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Stichting Hef Wonen,

vestigingsplaats: Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: Rotterdam,

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘Hef Wonen’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 12 maart 2025, met bijlagen;

  • het antwoord, en de aanvulling daarop;

  • de repliek;

  • de dupliek.

2 De beoordeling

Waar gaat het om?

2.1.

Hef Wonen eist om [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen tot betaling van € 2.367,59, met de rente over het bedrag van € 1.955,32 aan huurachterstand, en de proceskosten.

2.2.

[gedaagde] heeft eerst aangevoerd dat de eis niet helemaal juist is, maar bij dupliek is erkend dat de huurachterstand klopt.

Wat vindt de kantonrechter

[gedaagde] moet de huurachterstand betalen, met rente

2.3.

[gedaagde] erkent dat de door Hef Wonen gespecificeerde huurachterstand tot en met de maand mei 2025 klopt. Dat bedrag stond ook open ten tijde van de dagvaarding. Daarom wordt hij veroordeeld tot betaling van € 1.955,32, met de rente daarover vanaf de dag van de dagvaarding, te weten 12 maart 2025. Ook de rente die [gedaagde] al voor die datum verschuldigd is geworden, moet hij betalen aan Hef Wonen. Het gaat om € 167,40.

[gedaagde] moet incassokosten betalen

2.4.

De incassokosten van € 244,87 worden ook toegewezen. Er is aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

2.5.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Hef Wonen moet betalen op

€ 146,14 aan dagvaardingskosten, € 385,- aan griffierecht, € 408,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 204,-) en € 102,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.041,14. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

2.6.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Hef Wonen dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Hef Wonen te betalen € 2.367,59, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 1.955,32 vanaf 12 maart 2025 tot de dag dat volledig is betaald;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Hef Wonen worden begroot op € 1.041,14;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.

465