Verbintenissenrecht

Online bestelling. Het is onvoldoende vast komen te staan dat gedaagde de bestelling heeft geplaatst en dat…

Rechtbank Rotterdam, 28 maart 2025

Zaakgegevens

Op 28 maart 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
28 maart 2025
Datum publicatie
26 maart 2025
Zaaknummer
11389770 CV EXPL 24-27790
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:3944
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Online bestelling. Het is onvoldoende vast komen te staan dat gedaagde de bestelling heeft geplaatst en dat hij deze heeft ontvangen. De vordering wordt daarom afgewezen. Gedaagde hoeft de factuur niet te betalen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11389770 CV EXPL 24-27790

datum uitspraak: 28 maart 2025

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Billink Finance B.V.,

vestigingsplaats: Gouda,

eiseres,

gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: Capelle aan den IJssel,

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘Billink’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 23 oktober 2024, met bijlagen;

  • het antwoord, met bijlagen;

  • de repliek, met bijlage;

  • de dupliek;

  • de akte van Billink van 15 januari 2025.

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

Er zijn online artikelen besteld bij Beerenondergoed.online en daarbij is gekozen voor de optie om achteraf te betalen via Billink. Volgens Billink heeft [gedaagde] de artikelen besteld en geleverd gekregen, maar heeft hij de factuur van € 100,85 nog niet betaald. Zij eist daarom in deze procedure dat hij dat alsnog doet. [gedaagde] is het daarmee niet eens. Volgens hem heeft hij niets besteld en ontvangen. De eis van Billink wordt afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.

Bestelling en aflevering?

2.2.

Als onderbouwing van haar eis heeft Billink een factuur van 1 januari 2024 overgelegd die naar het mailadres van [gedaagde] is gestuurd. Diezelfde dag heeft [gedaagde] laten weten dat hij niets heeft besteld. Deze melding is opgepakt door Billink, maar vervolgens gesloten omdat de bestelling zou zijn afgeleverd. Hierop heeft [gedaagde] gereageerd dat hij niets heeft ontvangen. Dat dat niet klopt zou volgens Billink moeten blijken uit het afleverbewijs dat zij heeft overgelegd. Daarin staat “Bezorgd op Woensdag 3 januari om 14:50 uur”, met als afzender “OndergoedXpert” en dus niet Beerenondergoed.online. Met [gedaagde] wordt geoordeeld dat een en ander onvoldoende is om vast te kunnen stellen dat hij de bestelling heeft gedaan en deze heeft ontvangen. Dat zowel het woonadres als mailadres overeenkomt met dat van [gedaagde] maakt dat niet anders. Niet kan namelijk worden uitgesloten dat, zoals [gedaagde] al in zijn eerste reactie heeft laten weten, sprake is van identiteitsfraude. Daarvoor bieden de stukken waarmee Billink haar vordering heeft onderbouwd niet voldoende steun. De conclusie is daarom dat [gedaagde] de factuur niet hoeft te betalen.

Proceskosten

2.3.

Billink wordt in het ongelijk gesteld. Zij moet daarom de kosten betalen die [gedaagde] heeft gemaakt. Deze worden begroot op nul, omdat hij in persoon procedeert en er geen zitting is geweest.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst de vordering af;

3.2.

veroordeelt Billink in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] tot nu toe worden begroot op nul.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.

53954