Verbintenissenrecht

Leaseovereenkomst. Vorderingen tot betaling na beëindiging overeenkomst. Gedaagde is de overeenkomst niet…

Rechtbank Rotterdam, 2 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 2 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
2 oktober 2026
Datum publicatie
16 oktober 2026
Zaaknummer
11707987 CV EXPL 25-12084
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:14145
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Leaseovereenkomst. Vorderingen tot betaling na beëindiging overeenkomst. Gedaagde is de overeenkomst niet aangegaan als consument en heeft ook niet de overeenkomst voortgezet als consument. In rekening gebrachte kosten (waaronder meerkilometerprijs) na eisvermindering worden toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11707987 CV EXPL 25-12084

datum uitspraak: 2 oktober 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Arval B.V.,

vestigingsplaats: Houten,

eiseres,

gemachtigde: [naam 1] en [naam 2],

tegen

[gedaagde] , die voorheen handelde onder de naam [naam bedrijf],

woonplaats: [woonplaats],

gedaagde,

gemachtigde: mr. S. Koomen.

De partijen worden hierna ‘Arval’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 12 mei 2025, met bijlagen;

  • het antwoord, met bijlagen;

  • de brief van Arval, met bijlagen;

  • de verklaring van Arval bij factuur 23883109.

1.2.

Op 18 augustus 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was [naam 3] aanwezig namens Arval, bijgestaan door [naam 4] namens de gemachtigde. De gemachtigde van [gedaagde] was ook aanwezig. [gedaagde] was vanwege medische redenen zelf niet aanwezig.

2 De beoordeling

Wat is er gebeurd?

2.1.

[gedaagde] heeft op 11 november 2020 op naam van haar bedrijf [naam bedrijf] een Audi A1 geleased van Arval. [gedaagde] moest elke maand een leasebedrag betalen aan Arval. [gedaagde] heeft enkele leasetermijnen niet (op tijd) betaald. Arval heeft de overeenkomst daarom ontbonden. Zij eist in deze procedure (na vermindering van eis) dat [gedaagde] wordt veroordeeld om € 10.005,13 te betalen. Dat bedrag ziet op de facturen die [gedaagde] nog niet heeft betaald en de eindafrekening. Daarnaast maakt Arval aanspraak op rente en (buitengerechtelijke) kosten.

2.2.

[gedaagde] is het niet eens met de vorderingen. Zij voert aan dat Arval leasetermijnen in rekening brengt die zij door de ontbinding van de leaseovereenkomst niet meer verschuldigd is. Verder klopt volgens [gedaagde] de eindafrekening niet. [gedaagde] vindt ook dat (ambtshalve) getoetst moet worden of de consumentenregels zijn nageleefd. Ook als dat niet hoeft, mag Arval de meer gereden kilometers niet in rekening brengen volgens [gedaagde] omdat dit is gebaseerd op een onredelijk bezwarend beding. Tot slot vraagt [gedaagde] aan de kantonrechter om de incassokosten te matigen.

2.3.

De kantonrechter wijst de vorderingen (grotendeels) toe. Hieronder wordt uitgelegd waarom.

[gedaagde] is de overeenkomst niet aangegaan als consument en heeft de overeenkomst ook niet als consument voortgezet

2.4.

De kantonrechter stelt voorop dat [gedaagde] bij het sluiten van de leaseovereenkomst op 11 november 2020 geen consument was. Zij heeft de overeenkomst gesloten op naam van haar bedrijf. Zij gebruikte de auto ook om als gastouder de kinderen te vervoeren en de leasekosten werden ten laste van haar onderneming gebracht. [gedaagde] is in december 2023 gestopt met haar bedrijf. Volgens [gedaagde] heeft zij de leaseovereenkomst vervolgens als consument voortgezet. Dit is echter door Arval betwist en door [gedaagde] niet (voldoende) onderbouwd. De enkele omstandigheid dat Arval informatie heeft opgevraagd bij [gedaagde] om de leaseovereenkomst in privé over te nemen (nadat Arval was gebleken dat [gedaagde] niet langer haar bedrijf uitoefende) is onvoldoende, alleen al nu uit niets is gebleken dat die informatie door [gedaagde] is verstrekt. Tegen deze achtergrond oordeelt de kantonrechter dat geen sprake van een consumentenovereenkomst. Er is dus ook geen reden om ambtshalve te toetsen of er oneerlijke bedingen in de overeenkomst of de algemene voorwaarden staan.

[gedaagde] moet € 10.005,13 aan Arval betalen

2.5.

De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] € 10.005,13 aan hoofdsom aan Arval moet betalen. Dit bedrag bestaat uit de eindafrekening en de openstaande facturen die [gedaagde] niet heeft betaald. De posten die [gedaagde] heeft betwist, worden hieronder behandeld.

Maandtermijnen

2.6.

Ter zitting is vastgesteld dat de in rekening gebrachte termijnen zien op de periode tot 16 januari 2025 en dat [gedaagde] de auto tot die datum in haar bezit had. Er is daarom, mede gelet op artikel 18.2 van de algemene bepalingen, geen sprake van onterecht in rekening gebrachte termijnen.

De schade aan de auto

2.7.

[gedaagde] moet de doorbelaste schadekosten voor het herstel van de auto betalen. Arval heeft met het inspectierapport voldoende onderbouwd dat sprake was van schade bij inname van de auto. Dat Rimor recherchedienst (hierna: Rimor), die de auto heeft opgehaald, op het innamerapport onder het kopje schadeomschrijving ‘geen’ heeft geschreven, doet daar niet aan af. Arval heeft ter zitting toegelicht dat Rimor hiermee heeft bedoeld dat er door haar bij het ophalen geen schadeomschrijving is gegeven en dat op het innamerapport ook staat dat de definitieve schade wordt vastgesteld bij de lease-/ financieringsmaatschappij. [gedaagde] mocht er op basis van dit innamerapport dan ook niet van uit gaan dat geen sprake was van schade aan de auto. Zij moet deze schadekosten (waarvan zij de hoogte niet heeft betwist) dan ook betalen.

De meerkilometerprijs

2.8.

Vast staat dat [gedaagde] in ruim vier jaar tijd 57.471 kilometer meer heeft gereden met de auto dan de afgesproken 10.000 kilometer per jaar. Arval heeft deze meerkilometers in rekening gebracht tegen € 0,0498 per kilometer. [gedaagde] vindt dat het beding op grond waarvan Arval de meerkilometerprijs in rekening mag brengen vernietigd moet worden, omdat het beding onredelijk bezwarend is voor [gedaagde]. De kantonrechter gaat hier niet in mee. Anders dan [gedaagde] aanvoert staat in artikel 5.2 of 5.4 van de geldende algemene voorwaarden niet dat meerkilometers jaarlijks moeten worden afgerekend. Bovendien kan worden aangenomen dat [gedaagde] aan de hand van de kilometerstand wist of had kunnen weten dat zij (veel) meer kilometers met de auto reed dan zij had afgesproken. De meerkilometerprijs die Arval per kilometer in rekening heeft gebracht staat in de door [gedaagde] ondertekende leaseovereenkomst. Van een verrassing kan geen sprake zijn. Onder deze omstandigheden vindt de kantonrechter het beding niet onredelijk bezwarend.

2.9.

[gedaagde] heeft verder nog aangevoerd dat artikel 5.3 vernietigd moet worden. [gedaagde] heeft hier in deze procedure geen belang bij, omdat Arval dit beding niet heeft gebruikt.

De schade door het vroegtijdig beëindigen van de overeenkomst

2.10.

Arval heeft ter zitting voldoende toegelicht hoe zij tot het volgens haar door [gedaagde] verschuldigde bedrag voor het vroegtijdig beëindigen van de overeenkomst is gekomen. Daarbij is vastgesteld dat uitgegaan moet worden van een maandelijkse leasetermijn van € 382,65 (in plaats van € 389,72), het bedrag dat laatstelijk bij [gedaagde] als maandtermijn in rekening is gebracht. Pas tijdens de zitting heeft [gedaagde] aangevoerd dat dit bedrag niet klopt, maar dit is naar het oordeel van de kantonrechter te laat. De juistheid van de berekening is voor het overige door [gedaagde] onvoldoende betwist, zodat de kantonrechter deze volgt.

De overige posten op de facturen moet [gedaagde] ook betalen

2.11.

Arval heeft verder voldoende onderbouwd dat ook de kosten voor het inschakelen van de recherchedienst, de bekeuringen en de overige posten door [gedaagde] verschuldigd zijn. Dit is niet (meer) tegengesproken door [gedaagde].

[gedaagde] moet incassokosten van € 875,05 betalen

2.12.

Als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt € 875,05 toegewezen. De kantonrechter ziet aanleiding om de afgesproken vergoeding te matigen tot het bedrag waarop Arval recht heeft volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (artikel 242 Rv). Arval heeft niet gesteld dat de werkelijke kosten hoger waren en dat het redelijk was om deze kosten te maken.

[gedaagde] moet rente betalen

2.13.

De rente wordt toegewezen, omdat Arval genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Omdat Arval haar vordering heeft verminderd (en daarom niet meer kan worden uitgegaan van de rente die Arval in de dagvaarding tot 9 mei 2025 heeft berekend) wordt de rente toegewezen als in het dictum bepaald.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

2.14.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat zij (grotendeels) ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Arval moet betalen op € 122,35 aan dagvaardingskosten, € 543,00 aan griffierecht, € 864,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 432,00) en € 144,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.673,35. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

2.15.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Arval dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Arval te betalen € 10.880,18 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over:

  • een bedrag van € 774,94 vanaf 30 december 2024

  • een bedrag van € 543,60 vanaf 30 januari 2025

  • een bedrag van € 8.686,59 vanaf 2 maart 2025

tot de dag dat volledig is betaald;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Arval worden begroot op € 1.673,35;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.

64363

Artikel 5.2 en 5.4 van de algemene voorwaarden. Artikel 17.2 van de algemene voorwaarden.