Verbintenissenrecht
Rolbeslissing, nadere info nodig (machtiging en informatie mogelijke rechtsopvolging)
Rechtbank Rotterdam, 21 mei 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:6405 · Rechtbank Rotterdam · 21 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2026-6405
Zaakgegevens
Op 21 mei 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 21 mei 2026
- Datum publicatie
- 2 juni 2026
- Zaaknummer
- 11781804 CV EXPL 25-2670
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:6405
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Rolbeslissing, nadere info nodig (machtiging en informatie mogelijke rechtsopvolging)
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Dordrecht
zaaknummer: 11781804 CV EXPL 25-2670
datum uitspraak: 21 mei 2026
Rolbeslissing van de kantonrechter
in de zaak van
1. [naam 1] ,
2. [naam 2] ,
die handelen onder de naam [naam] V.O.F.,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
eisers in conventie,
verweerders in reconventie,
gemachtigde: [naam 1] ,
tegen
[naam 3] ,
die handelde onder de naam [naam bedrijf] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
gemachtigde: mr. I.C.M.C. Henriquez-van de Wetering.
De partijen worden hierna ‘ [naam 1] ’, ‘ [naam 2] ’ en ‘ [naam 3] ’ genoemd. [naam] V.O.F. wordt hierna ‘ [de V.O.F.] ’ genoemd.
Machtiging
[naam 1] is geen professionele gemachtigde en heeft geen machtiging overgelegd waaruit blijkt dat hij bevoegd is om [naam 2] te vertegenwoordigen en namens hem het woord te voeren in deze procedure. Uit het door [naam 1] overgelegde uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel volgt ook niet dat hij zelfstandig bevoegd is om [de V.O.F.] te vertegenwoordigen. [naam 1] en [naam 2] worden daarom in de gelegenheid gesteld om een machtiging in het geding te brengen waaruit blijkt dat [naam 2] ermee akkoord is dat [naam 1] in deze procedure voor hem optreedt en het woord voert.
Is sprake van rechtsopvolging?
Tijdens de zitting is gebleken dat [de V.O.F.] per 27 maart 2026 is uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Op het uittreksel handelsregister staat vermeld dat de onderneming met ingang van deze datum is voortgezet door [naam] B.V. (met als bestuurders [naam bestuurder 1] B.V. en [naam bestuurder 2] B.V.). Dat betekent echter niet automatisch dat alle activa en passiva van [de V.O.F.] en daarmee ook de gestelde vordering op [naam 3] , zijn ingebracht in de besloten vennootschap.
Gelet op het voorgaande worden [naam 1] en [naam 2] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de volgende punten en dit met stukken te onderbouwen:
-
is de gestelde vordering op [naam 3] , die is ontstaan in de uitoefening van [de V.O.F.] , overgedragen aan [naam] B.V. (of eventueel aan een andere partij)?
-
zo ja, waaruit (stukken) blijkt dit?
-
zo ja, welke gevolgen heeft dit volgens [naam 1] en [naam 2] voor de voortzetting van deze procedure?
De kantonrechter verwijst de zaak naar de rolzitting van donderdag 2 juli 2026 om 10:00 uur voor het indienen van een machtiging van de heer [naam 2] en een reactie van [de V.O.F.] over de 1.3. genoemde punten.
Als [naam 1] en [naam 2] schriftelijk reageren, dan moet die reactie uiterlijk de dag voor de genoemde rolzitting in tweevoud zijn ontvangen op de rechtbank. In dat geval is het niet nodig dat zij naar de rolzitting komen.
Deze beslissing is gegeven door kantonrechter mr. W.P.M. Jurgens en in het openbaar uitgesproken.
43416