Verbintenissenrecht
Geldvordering toegewezen.
Rechtbank Rotterdam, 2 januari 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:739 · Rechtbank Rotterdam · 2 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2026-739
Zaakgegevens
Op 2 januari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 2 januari 2026
- Datum publicatie
- 29 januari 2026
- Zaaknummer
- 11945750 CV EXPL 25-23379
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:739
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geldvordering toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11945750 CV EXPL 25-23379
datum uitspraak: 2 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Evides N.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. F.J. van Velsen,
tegen
1. [gedaagde 1] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
2. [gedaagde 2] ,
woonplaats: [woonplaats 1] ,
3. [gedaagde 3] ,
Woonplaats: [woonplaats 2] ,
gedaagden,
die zelf procederen.
De partijen worden hierna ‘Evides’ en ‘ [gedaagde 1] c.s.’ genoemd.
1 De procedure
Evides eist dat de kantonrechter [gedaagde 1] c.s. veroordeelt om aan haar € 11.350,12 te betalen, met rente en proceskosten, zoals in de dagvaarding van 21 oktober 2025 staat. Ook eist Evides dat de kantonrechter het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaart.
[gedaagde 1] c.s. hebben uitstel gekregen voor een reactie op de dagvaarding, maar daarna niet meer gereageerd.
2 De beoordeling
[gedaagde 1] c.s. moeten een hoofdsom van € 10.164,41 betalen
[gedaagde 1] c.s. hebben niet aangegeven dat de feiten die in de dagvaarding staan niet kloppen. Die staan daarom in deze zaak vast. Op basis daarvan wordt de geëiste hoofdsom toegewezen.
[gedaagde 1] c.s. moeten rente betalen
De rente wordt toegewezen, omdat Evides genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde 1] c.s. dat niet hebben betwist.
[gedaagde 1] c.s. moeten de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde 1] c.s., omdat zij ongelijk krijgen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde 1] c.s. aan Evides moeten betalen op € 122,35 aan dagvaardingskosten, € 543,- aan griffierecht, € 406,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.206,35. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Evides dat eist en [gedaagde 1] c.s. daar geen bezwaar tegen hebben gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde 1] c.s. om aan Evides te betalen € 11.350,12, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 10.964,41 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt [gedaagde 1] c.s. in de proceskosten, die aan de kant van Evides worden begroot op € 1.206,35;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken.
43416