Verbintenissenrecht
Verzet niet-ontvankelijk. Eiser in verzet kan geen verzet instellen tegen een vonnis uit 2015, omdat dat geen…
Rechtbank Rotterdam, 26 juni 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:7414 · Rechtbank Rotterdam · 26 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2026-7414
Zaakgegevens
Op 26 juni 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 26 juni 2026
- Datum publicatie
- 25 juni 2026
- Zaaknummer
- 11795213 CV EXPL 25-15425
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:7414
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet niet-ontvankelijk. Eiser in verzet kan geen verzet instellen tegen een vonnis uit 2015, omdat dat geen verstekvonnis is. Hij is namelijk destijds wel in de procedure verschenen, omdat hij om uitstel vóór antwoord heeft gereageerd. Het maakt niet uit dat hij daarna vervolgens niet op tijd heeft gereageerd met een antwoord. Het verzet wordt dan ook niet inhoudelijk behandeld.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11795213 CV EXPL 25-15425
datum uitspraak: 26 juni 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser] ,
woonplaats: [woonplaats],
eiser in verzet,
die zelf procedeert,
tegen
[gedaagde], in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
Direct Pay Services B.V.,
vestigingsplaats: Barendrecht,
gedaagde in verzet,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna ‘[eiser]’, ‘de curator’ en ‘Direct Pay’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
-
het vonnis van de kantonrechter van 6 maart 2015 met zaaknummer 3753297;
-
de verzetdagvaarding van 8 juli 2025, met bijlagen.
2 De beoordeling
Op 6 maart 2015 is een vonnis gewezen tussen Direct Pay en [eiser], waarbij [eiser] onder andere is veroordeeld tot betaling van € 751,91. Hij is het hiermee niet eens en heeft met de dagvaarding van 8 juli 2025 verzet ingesteld tegen dat vonnis.
In artikel 143 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat dat verzet kan worden gedaan door een gedaagde die bij verstek is veroordeeld. Uit het vonnis blijkt echter dat [eiser] niet bij verstek is veroordeeld. Daarin staat namelijk dat op zijn verzoek uitstel is verleend om te reageren op de dagvaarding van Direct Pay, maar dat hij dat niet binnen de gegeven termijn heeft gedaan. Dit betekent dat hij formeel wel in de procedure is verschenen en dat dus ook geen verstek tegen hem is verleend. Er is vervolgens een vonnis op tegenspraak gewezen.
Gelet op dat wat hiervoor staat is de conclusie dat [eiser] geen verzet kan instellen tegen het vonnis van 6 maart 2015. Hij wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering. Deze wordt dus niet inhoudelijk besproken.
Omdat [eiser] ongelijk krijg wordt hij veroordeeld in de proceskosten. Deze worden aan de kant van de curator begroot op nul euro, omdat niet is gesteld of gebleken dat hij in deze procedure kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
3 De beslissing
De kantonrechter:
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering;
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van deze procedure, die aan de kant van de curator worden begroot op € 0,-.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
53954