Verbintenissenrecht
Geldlening, niet betwist, rolbeslissing
Rechtbank Rotterdam, 10 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:8818 · Rechtbank Rotterdam · 10 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2026-8818
Zaakgegevens
Op 10 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 10 juli 2026
- Datum publicatie
- 20 juli 2026
- Zaaknummer
- 12270843 CV EXPL 26-15069
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:8818
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geldlening, niet betwist, rolbeslissing
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12270843 CV EXPL 26-15069
datum uitspraak: 10 juli 2026
Rolbeslissing van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser] , die handelt onder de naam [handelsnaam 1] ,
woonplaats: [woonplaats 1] ,
eiser,
gemachtigde: mr. C.A.M.H. Vink,
tegen
[gedaagde] , die handelt onder de naam [handelsnaam 2], in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [onderbewindgestelde],
woonplaats: [woonplaats 2] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. De onderbewindgestelde wordt ‘ [onderbewindgestelde] ’ genoemd.
In deze zaak heeft [gedaagde] met een e-mail van 17 juni 2026 schriftelijk op de dagvaarding van [eiser] gereageerd, waarna aan partijen is medegedeeld dat de kantonrechter de zaak met partijen op een zitting wil bespreken. Daarbij is aan partijen medegedeeld dat zij er rekening mee moeten houden dat het minimaal zes maanden kan duren voordat er een datum voor de zitting bepaald kan worden.
[eiser] heeft vervolgens per e-mail van 25 juni 2026 aan de griffie gevraagd waarom er, ondanks dat [gedaagde] de vordering niet heeft betwist, toch een mondelinge behandeling moet plaatsvinden.
Gelet op e-mail van [eiser] en om vertraging van de procedure zo veel mogelijk te voorkomen zal er, anders dan eerder aan partijen is medegedeeld, vooralsnog geen mondelinge behandeling in deze zaak plaatsvinden.
In plaats daarvan stelt de kantonrechter [eiser] in de gelegenheid schriftelijk op de e-mail van [gedaagde] van 17 juni 2026 te reageren. Daarbij wordt van [eiser] in elk geval verwacht dat hij reageert op de stelling van [gedaagde] dat de dagvaarding geen enkel nut heeft omdat het dossier van [onderbewindgestelde] op dit moment bij [overheidsinstantie] ligt.
De kantonrechter verwijst de zaak daarom naar de rolzitting van donderdag 6 augustus 2026 om 11.30 uur voor de hiervoor bedoelde reactie van [eiser] .
Als [eiser] schriftelijk reageert, dan moet die reactie uiterlijk de dag voor de genoemde rolzitting in tweevoud zijn ontvangen op de rechtbank. In dat geval is het niet nodig dat [eiser] naar de rolzitting komt.
Nadat [eiser] schriftelijk heeft gereageerd krijgt [gedaagde] nog de gelegenheid daarop te reageren.
Deze beslissing is gegeven door kantonrechter mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
44487