Verbintenissenrecht
Rechtbank Rotterdam · Eerste aanleg - enkelvoudig · Verbintenissenrecht
Rechtbank Rotterdam, 26 juni 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:9051 · Rechtbank Rotterdam · 26 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2026-9051
Zaakgegevens
Op 26 juni 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 26 juni 2026
- Datum publicatie
- 24 juli 2026
- Zaaknummer
- 11617440 CV EXPL 25-7979
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:9051
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Herstelvonnis.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11617440 CV EXPL 25-7979
datum uitspraak: 26 juni 2026
Herstelvonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser] ,
woonplaats: [woonplaats 1]
eiser in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
gemachtigde: mr. M. Hoogenboom,
tegen
1. [gedaagde 1] ,
woonplaats: [woonplaats 2] ; en
2. [gedaagde 2],
woonplaats: [woonplaats 2] ; en
3. de vennootschap onder firma [V.O.F. X] .,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ; en
4. [gedaagde 4] ,
woonplaats: [woonplaats 3] ,
gedaagden in de hoofdzaak,
eisers in het incident,
gemachtigde gedaagde sub 1 tot en met 3: mr. A. Woertman.
gemachtigde gedaagde sub 4: mr. S.S.G. ter Haar.
Eiser wordt hierna ‘ [eiser] ’ genoemd. Gedaagden sub 1 en 2 zijn de vennoten van gedaagde sub 3. Zij worden tezamen ‘ [V.O.F. X] ’ (voor de leesbaarheid in enkelvoud) genoemd. Gedaagde sub 4 wordt ‘ [gedaagde 4] ’ genoemd. Gedaagden sub 1 tot en met 4 worden gezamenlijk aangeduid als ‘gedaagden’.
1 Het verzoek en de reactie
Op 10 april 2026 is vonnis gewezen. [V.O.F. X] heeft in een e-mail van 22 april 2026 gevraagd om het vonnis van 10 april 2026 aan te passen. Zij voert aan dat abusievelijk Noord-Holland is vermeld waar dit Noord-Nederland moet zijn.
[eiser] en [gedaagde 4] zijn gevraagd om op dit verzoek te reageren, maar zij hebben dat niet gedaan.
2 De beoordeling
De kantonrechter zal het vonnis verbeteren, omdat sprake is van een duidelijke fout die makkelijk hersteld kan worden (artikel 31 Rv).
3 De beslissing
De kantonrechter:
bepaalt dat in het vonnis van 10 april 2026 in 2.1, 2.2 en 3.2 waar staat:
“Noord-Holland”
dit wordt veranderd in
“Noord-Nederland”;
geeft de griffier de opdracht om op het originele vonnis van 10 april 2026 te vermelden dat het vonnis met dit herstelvonnis is aangepast;
geeft partijen de opdracht om het vonnis van 10 april 2026 aan de rechtbank terug te sturen.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
62574