Verbintenissenrecht
Tegeneis ingetrokken, proceskostenveroordeling.
Rechtbank Rotterdam, 17 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:9706 · Rechtbank Rotterdam · 17 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2026-9706
Zaakgegevens
Op 17 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 17 juli 2026
- Datum publicatie
- 6 augustus 2026
- Zaaknummer
- 11384200 CV EXPL 24-27254
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:9706
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tegeneis ingetrokken, proceskostenveroordeling.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11384200 CV EXPL 24-27254
datum uitspraak: 17 juli 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
1. [bedrijf A] .,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
2. [persoon A] ,
die voorheen handelde onder de naam [handelsnaam A] ,
woonplaats: [woonplaats 1] ,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
gemachtigde: mr. J. Wagenmakers,
tegen
[persoon B] , die handelt onder de naam [handelsnaam B] ,
woonplaats: [woonplaats 2] ,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
gemachtigde: mr. J.A. de Waard.
De partijen worden hierna ‘ [bedrijf A] ’, ‘ [persoon A] ’ en ‘ [persoon B] ’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
-
het tussenvonnis van 6 juni 2025 en de daarin genoemde stukken;
-
de brief van de gemachtigde van [persoon B] van 30 juli 2025;
-
de brief van de gemachtigde van [persoon B] van 22 juni 2026.
2 De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
[persoon A] en [persoon B] hebben met elkaar samengewerkt. [bedrijf A] en [persoon A] zijn deze zaak gestart, omdat zij betaling eisten van het restant van de lening die aan [persoon B] is verstrekt. [persoon A] heeft vervolgens een tegeneis ingesteld die ertoe strekt dat [bedrijf A] € 20.531,25 aan onbetaalde facturen aan haar moet betalen.
Wat is er gebeurd?
In het tussenvonnis van 6 juni 2025 heeft de kantonrechter [persoon B] veroordeeld tot terugbetaling van het restant van de lening. Ten aanzien van de tegeneis van [persoon B] over de facturen die volgens haar niet zijn betaald, heeft [persoon B] een bewijsopdracht gekregen. [persoon B] wilde daaraan invulling geven door het horen van getuigen. Bij brief van 22 juni 2026 heeft de gemachtigde van [persoon B] laten weten dat zij haar tegeneis intrekt en dat het geplande getuigenverhoor op 9 juli 2026 daarom niet door hoefde te gaan.
[persoon B] moet de proceskosten in reconventie betalen
Omdat de tegeneis is ingetrokken, hoeft de kantonrechter alleen nog maar een beslissing te nemen over de proceskosten. Deze kosten komen in reconventie voor rekening van [persoon B] , omdat [bedrijf A] vanwege de ingestelde tegeneis onnodig kosten heeft moeten maken en [persoon B] bij de intrekking niet heeft gesteld dat de partijen hierover onderling afspraken hebben gemaakt. De kantonrechter begroot de kosten die [persoon B] aan [bedrijf A] en [persoon A] moet betalen op € 577,- in totaal (½ × 2 punten × € 577,-). Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.