Strafprocesrecht

Wraking van rechter-commissaris in strafzaken, die onderzoek doet in een strafzaak, die door het gerechtshof…

Zaakgegevens

Op 7 maart 2014 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
7 maart 2014
Datum publicatie
5 juni 2014
Zaaknummer
445361 / HA RK 14-140
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2014:4557
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Wraking van rechter-commissaris in strafzaken, die onderzoek doet in een strafzaak, die door het gerechtshof is verwezen naar de rechter-commissaris. Wrakingskamer van rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar het gerechtshof.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Uitspraak: 7 maart 2014

Zaaknummer: 445361

Rekestnummer: HA RK 14-410

Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:

[naam verzoekster] ,

wonende te [adres],

verzoekster,

advocaat mr. M.A.C. de Vilder-van Overmeire,

strekkende tot wraking van mr. J.J.J. Schols, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Rotterdam, afdeling publiekrecht, team kabinet rechter-commissaris (hierna: de rechter-commissaris).

1 Het procesverloop en de processtukken

Ter terechtzitting van het gerechtshof Den Haag op 5 juni 2013 is het onderzoek in de tegen verzoekster als verdachte in hoger beroep aanhangige strafzaak voor onbepaalde tijd geschorst en is de zaak verwezen naar de rechter-commissaris teneinde een tweetal getuigen te horen. Genoemde strafzaak heeft bij het gerechtshof als kenmerk 22-001244-12.

Op 15 november 2013 heeft de rechter-commissaris aan de bevoegde autoriteiten van de Republiek Suriname een rechtshulpverzoek gedaan tot – kort samengevat – het verlenen van medewerking aan het horen van de in Suriname verblijvende getuigen.

Bij brief van 19 februari 2014 heeft de raadsvrouw van verzoeker de rechter-commissaris gewraakt.

De wrakingskamer heeft kennis genomen van de processen-verbaal van bevindingen van de rechter-commissaris van 23 februari 2014 en van 27 februari 2014 met betrekking tot het onderzoek na verwijzing door het gerechtshof te ’s-Gravenhage.

Verzoekster, haar advocaat, de rechter-commissaris, alsmede de advocaat-generaal bij het gerechtshof Den Haag zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.

De rechter-commissaris is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter-commissaris heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt.

Ter zitting van 7 maart 2014, alwaar de gedane wraking is behandeld, zijn verschenen:

De advocaat van verzoekster, alsmede advocaat-generaal mr. Strack in zijn hoedanigheid van plaatsvervangend-officier van justitie.

De advocaat en de advocaat-generaal hebben ieder hun standpunt toegelicht; de advocaat aan de hand van pleitaantekeningen.

2 De bevoegdheid

Een verzoek tot wraking als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering dient naar het oordeel van de rechtbank in beginsel te worden ingediend bij het gerecht waaraan de rechter, van wie de wraking is verzocht, verbonden is.

Een redelijke wetsuitleg brengt echter mee dat in een geval als het onderhavige het verzoek tot wraking van de rechter-commissaris wordt behandeld door een meervoudige kamer van het gerechtshof, daaronder begrepen de kamer die is belast met de behandeling van de strafzaak (vide HR 14 december 2010, LJN: BO2966).

De rechtbank acht zich om deze redenen niet bevoegd van het verzoek kennis te nemen en zal de behandeling van het wrakingsverzoek in de stand waarin deze zich bevindt verwijzen naar het gerechtshof Den Haag.

3 De beslissing

De rechtbank:

verklaart zich onbevoegd van het verzoek tot wraking van rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken mr. J.J.J. Schols kennis te nemen;

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar het gerechtshof Den Haag;

draagt de griffier op het wrakingsverzoek en deze beschikking aanstonds toe te zenden aan de griffier van het gerechtshof Den Haag.

Deze beslissing is gegeven op 7 maart 2014 door mr. P.H. Veling, voorzitter, mr. W.J.J. Wetzels en mr. M. Fiege, rechters.

Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.

Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door de oudste rechter en de griffier ondertekend.

Verzonden op:

aan:

- verzoekster en haar advocaat

- mr. J.J.J. Schols

- advocaat-generaal mr. Strack