Strafrecht overig
Afwijzing van het verzoek tot beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige…
ECLI:NL:RBROT:2019:5523 · Rechtbank Rotterdam · 28 mei 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/beschikking/ecli-nl-rbrot-2019-5523
Zaakgegevens
Op 28 mei 2019 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 28 mei 2019
- Datum publicatie
- 11 juli 2019
- Zaaknummer
- 10/660040-17
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2019:5523
Samenvatting
Afwijzing van het verzoek tot beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/660040-17
Datum uitspraak: 28 mei 2019
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer, naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in artikel 509aa van het Wetboek van Strafvordering in de zaak tegen de veroordeelde:
[naam veroordeelde] (veroordeelde),
geboren te [geboorteplaats veroordeelde] op [geboortedatum veroordeelde] ,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Veenhuizen, locatie Norgerhaven,
raadsman mr. M. de Reus, advocaat te Rotterdam.
PROCEDURE
Bij vonnis van deze rechtbankvan 19 juli 2017, is aan de veroordeelde opgelegd de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) voor de duur van twee jaar.
Op 27 maart 2019 is op de griffie van de rechtbank ingekomen een namens de veroordeelde gedaan verzoek als bedoeld in artikel 38s, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel.
Verder heeft de rechtbank een toetsingsverslag ontvangen van 15 mei 2019 opgemaakt door mevrouw [naam casemanager] (hierna: [naam casemanager] ), casemanager bij de penitentiaire inrichting Veenhuizen.
De behandeling van de zaak door de raadkamer heeft in het openbaar plaatsgevonden op 28 mei 2019. De officier van justitie mr. H. van Galen, de veroordeelde en zijn raadsman zijn gehoord. Tevens is [naam casemanager] als deskundige gehoord .
BEOORDELING
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot voortzetting van de ISD-maatregel.
De veroordeelde en de raadsman hebben beëindiging van de ISD-maatregel bepleit.
Daartoe is aangevoerd dat er in het kader van een andere strafzaak reeds bijzondere voorwaarden zijn opgelegd, waaronder plaatsing in een kliniek en behandeling. Het voortzetten van de ISD-maatregel heeft geen toegevoegde waarde meer.
Uit het toetsingsverslag van 15 mei 2019 komt het volgende naar voren.
De behandeling van de veroordeelde bevindt zich nog niet in een afrondende fase en daarom is de inrichting van mening dat de maatregel voortgezet dient te worden om uitvoering aan het doel van de maatregel te kunnen geven. Uiteindelijk zal er na de behandeling geschikte huisvesting, een dagbesteding en passende nazorg geregeld moeten worden.
[naam casemanager] heeft op de terechtzitting dit rapport toegelicht en verklaard dat de maatregel moet worden voortgezet gelet op de problematiek en delict geschiedenis van de veroordeelde. Een lange behandeling is van belang om een gedragsverandering bij de veroordeelde teweeg te brengen. De veroordeelde is wel op de goede weg en hij heeft bij zijn behandeling bij FPK Transfore een positieve ontwikkeling laten zien.
De veroordeelde heeft in openbare raadkamer onder meer verklaard dat hij wil dat de ISD-maatregel wordt beëindigd. Hij acht de bijzondere voorwaarden die na de maatregel van kracht zijn voldoende en prettiger om zijn leven vorm te geven, zo is het bijvoorbeeld ook gemakkelijker om verlof te regelen.
De rechtbank volgt het advies van de deskundige. Hoewel de veroordeelde van goede wil is, zijn de positieve ontwikkelingen recent. De rechtbank acht het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico kan door verdere behandeling worden teruggedrongen om een succesvolle terugkeer in de maatschappij mogelijk te maken. Er is dan ook geen grond om tot beëindiging van de maatregel over te gaan.
BESLISSING
De rechtbank:
wijst het verzoek tot beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders af;
Deze beschikking is gegeven door
mr. J.L.M. Boek, voorzitter,
en mrs. J.B. van den Beld en B. Krijnen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.A. Koreneef, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2019.
De oudste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.