Strafrecht overig

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging; hij wordt vrijgesproken van poging tot…

Rechtbank Rotterdam, 11 februari 2026

Zaakgegevens

Op 11 februari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Dordrecht
Datum uitspraak
11 februari 2026
Datum publicatie
12 juni 2026
Zaaknummer
10-128762-22
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:6765
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging; hij wordt vrijgesproken van poging tot doodslag. De rechtbank legt aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op gelijk aan het voorarrest. De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-128762-22

Datum uitspraak: 11 februari 2026

Datum zitting: 28 januari 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats],

ingeschreven op het adres [adres 1], [postcode] in [plaatsnaam].

Advocaat van de verdachte: mr. A.M.G. Wolffs,

officier van justitie: mr. X.C. van Balen,

benadeelde partij: [benadeelde partij],

gemachtigde van de benadeelde partij: mr. T.R. Buikema.

Kern van het vonnis

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging; hij wordt vrijgesproken van poging tot doodslag. De rechtbank legt aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op gelijk aan het voorarrest. De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen.

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij [slachtoffer] heeft geslagen en geschopt. De verdachte heeft een wezenlijke bijdrage geleverd aan het geweld tegen het slachtoffer. De volledige tenlastelegging (beschuldiging) houdt in dat:

primair

hij in of omstreeks de periode van 29 april 2022 tot en met 30 april 2022

te Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
[slachtoffer]
opzettelijk
van het leven te beroven,
- die [slachtoffer] een zogenaamde karatetrap heeft/hebben gegeven,

althans op/tegen zijn borst, althans op/tegen het bovenlichaam,

heeft/hebben getrapt en/of geschopt en/of
- die [slachtoffer] meermaals, althans eenmaal, op/tegen het lichaam

heeft/hebben geslagen en/of gestompt, waardoor die [slachtoffer] ten val is

gekomen en/of
- die [slachtoffer] meermaals, althans eenmaal, op/tegen het lichaam

heeft/hebben getrapt en/of geschopt en/of
- die [slachtoffer], meermaals, althans eenmaal, op/tegen het hoofd en/of

de nek, heeft/hebben getrapt en/of geschopt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 29 april 2022 tot en met 30 april 2022 te
Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard, althans in Nederland
openlijk, te weten, op/aan de Oostdijk, in elk geval op of aan de

openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten tegen [slachtoffer]
door
- die [slachtoffer] een zogenaamde karatetrap te geven, althans op/tegen

zijn borst, althans op/tegen het bovenlichaam, te trappen en/of te

schoppen en/of

- die [slachtoffer] meermaals, althans eenmaal, op/tegen het lichaam te

slaan en/of te stompen, waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen en/of
- die [slachtoffer] meermaals, althans eenmaal, op/tegen het lichaam te

trappen en/of te schoppen en/of
- die [slachtoffer], meermaals, althans eenmaal, op/tegen het hoofd en/of

de nek, te trappen en/of te schoppen.

2 Bewijs / vrijspraak

2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt vrijgesproken van het primair ten laste gelegde medeplegen van poging tot doodslag en wordt veroordeeld voor de subsidiair ten laste gelegde openlijke geweldpleging.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft volledige vrijspraak bepleit.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Vrijspraak primair ten laste gelegde

De beschuldiging van het primair ten laste gelegde medeplegen van poging tot doodslag is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen.

2.3.2.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte samen met de medeverdachte openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer]. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.4.

De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van aangever

Op 29 april 2022, omstreeks 23.30 uur, bevond ik, [slachtoffer], mij buiten mijn woning gelegen aan [adres 2]. Daar is een worsteling ontstaan. (…) Op dat moment voelde ik van alle kanten klappen. Toen was de andere jongen er kennelijk ook bijgekomen om mij te slaan en te schoppen. (…) Door de klappen viel ik op de grond. (…) Terwijl ik op de grond lag merkte ik dat ik ook geschopt werd.

2. Verklaring van aangeefster

Eén van de jongens stond over mijn man gebogen. Mijn man hield deze jongen, die op hem in probeerde te slaan, van zich af. De andere jongen gaf hem van achteren een paar schoppen in het gezicht.

3. Verhoor van medeverdachte
[verdachte] is de persoon die boven op de man zit en ik ben degene die de man schopt. (…). Die drie schoppen heb ik gedaan. [verdachte] heeft ook geslagen of geschopt. (…) Ik schopte de man met volle kracht. (…) Alleen zijn hoofd.

4. Verklaring van de [getuige 1]
(…) Het eerste wat ik zag, was dat een jongen op mijn vader afrende en vervolgens een karatetrap deed.

5. Verklaring van de [getuige 2]

Ik zag dat deze jongen met zijn rechterbeen een hoge trap uitdeelde tegen het gezicht van [slachtoffer], die daardoor op de grond viel.

6. Proces-verbaal van de politie

Ik zag dat er vier personen op de beelden aanwezig waren. Ik zag dat de beelden zich afspeelden op de openbare weg. (…) Ik zag dat persoon 1 op zijn rug op de grond lag. Ik zag dat persoon 2 op zijn handen en voeten boven persoon 1 stond. (…) Ik zag dat persoon 2 met zijn linker vuist naar het gezicht sloeg van persoon 1. (…).

2.3.3.

Bewijsmotivering

Voor een bewezenverklaring van openlijk in vereniging geweld plegen moet een eigen gedraging van de verdachte komen vast te staan, die een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het gepleegde geweld.

In de nacht van 29 op 30 april 2022 hebben er in Oud-Beijerland op de openbare weg geweldshandelingen plaatsgevonden. Uit de hierboven genoemde verklaringen blijkt dat de verdachte en de medeverdachte hierbij betrokken waren.

De verdachte heeft het slachtoffer met een karatetrap tegen de grond gewerkt. Op de beelden, die zijn gefilmd door een omstander, is te zien hoe de verdachte daarna boven het slachtoffer ging staan en hem meermaals sloeg. Meerdere getuigen hebben verklaard dat het slachtoffer door de verdachte in het gezicht is geslagen voordat hij door de medeverdachte tegen het hoofd werd geschopt. Terwijl dit gebeurde nam de medeverdachte positie in naast het hoofd van het slachtoffer. De medeverdachte zwaaide zijn been naar achteren en heeft hierna drie keer met geschoeide voet en met volle kracht tegen het hoofd van het slachtoffer geschopt. Het slachtoffer bevond zich op dat moment in een positie waarin hij zich niet kon verweren tegen het schoppen. Hij lag namelijk op zijn rug en verweerde zich tegen de klappen van verdachte.

Door zo te handelen heeft de verdachte een voldoende significante en wezenlijke bijdrage geleverd aan het geweld dat heeft plaatsgevonden. De rechtbank acht de ten laste gelegde openlijke geweldpleging dan ook wettig en overtuigend bewezen.

2.3.4.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

subsidiair
hij in de periode van 29 april 2022 tot en met 30 april 2022 te
Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard, althans in Nederland
openlijk, te weten, op de Oostdijk, aan de

openbare weg in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer]
door
- die [slachtoffer] een zogenaamde karatetrap te geven, en

- die [slachtoffer] tegen het lichaam te

slaan en/of te stompen, waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen en
- die [slachtoffer] tegen het lichaam te

trappen en/of te schoppen en
- die [slachtoffer], meermaals, tegen het hoofd en/of

de nek, te trappen en/of te schoppen.

3 Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

3.2.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4 Straf

4.1.

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het subsidiaire feit wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om een taakstraf op te leggen die gelijkstaat aan het voorarrest.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich, nadat hij en de medeverdachte door het slachtoffer werden aangesproken op wildplassen, schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Hij heeft het slachtoffer samen met de medeverdachte na een zeer geringe aanleiding geslagen en geschopt. Dit alles vond plaats op de openbare weg.

De verdachte heeft met zijn handelen een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het geweldsincident moet voor het slachtoffer en zijn familie buitengewoon bedreigend zijn geweest en heeft bij het slachtoffer, naast pijn en letsel gevoelens van angst en onveiligheid opgeroepen. Ook een omstander is getuige geweest van het geweld dat heeft plaatsgevonden. Dergelijk geweld zorgt voor ernstige gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij. Dit weegt extra zwaar, omdat er slechts een futiele aanleiding was. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.

4.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 15 december 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.

Rapport van de reclassering

In het rapport van Reclassering Nederland van 9 januari 2026 staat het volgende. De kans op herhaling van gedrag zoals ten laste gelegd, wordt op dit moment laag ingeschat. De risico's die ten tijde van het vorige advies werden gezien, worden op dit moment niet meer gezien. Op dit moment wordt geen noodzaak meer gezien tot het inzetten van eventuele verdere interventies. Geadviseerd wordt om onderhavige kwestie af te doen zonder bijzondere voorwaarden.

4.3.3.

Redelijke termijn

De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 23 mei 2022, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van ruim drie jaar en acht maanden verstreken. Omdat geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. Daarom heeft dit gevolgen voor de op te leggen straf in het voordeel van de verdachte.

4.3.4.

Oplegging straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit en het strafblad van de verdachte is, in tegenstelling tot wat de verdediging heeft bepleit, een gevangenisstraf noodzakelijk. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.

Gelet op al het voorgaande zal de rechtbank het onvoorwaardelijk op te leggen deel van de gevangenisstraf beperken tot de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis.

5 Vordering van de benadeelde partij

5.1.

Vordering [benadeelde partij]

heeft als benadeelde partij voor feit 1 € 215,52 als vergoeding voor materiële schade en € 1.600,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.

5.2.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van [benadeelde partij] kan volledig worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

5.3.

Standpunt van de verdediging

De benadeelde partij moet primair niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, omdat vrijspraak is bepleit voor de primair en subsidiair ten laste gelegde feiten. Subsidiair refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

5.4.

Oordeel van de rechtbank

5.4.1.

Materiële schade

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het subsidiair gepleegde strafbare feit. De verdediging heeft de hoogte van vordering niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vordering wordt daarom toegewezen. Dit betekent dat de verdachte € 215,52 als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

5.4.2.

Immateriële schade

[benadeelde partij] heeft als gevolg van het strafbare subsidiaire feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen in de zin van artikel 6:106 sub b van het Burgerlijk Wetboek.

Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 1.600,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. In tegenstelling tot hetgeen door de verdediging is bepleit, ziet de rechtbank geen aanleiding om het schadebedrag te matigen. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 1.600,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

5.4.3.

Hoofdelijke veroordeling

De verdachte heeft het strafbare feit waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend, samen met een mededader gepleegd. Zij zijn daarom hoofdelijk aansprakelijk voor deze schade. Als de mededader de schade (voor een deel) heeft betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.

5.4.4.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De [benadeelde partij] heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 30 april 2022.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de [benadeelde partij] heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,00.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan voor de toegewezen vordering van [benadeelde partij] gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 18 (achttien) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6 Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is op de artikelen 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen.

7 Beslissingen

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het primaire feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiaire feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 108 (honderdacht) dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, aan de [benadeelde partij] (ter zake van het subsidiaire feit), te betalen een bedrag van € 1.815,52 , bestaande uit € 215,52 als vergoeding van materiële schade en € 1.600,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 30 april 2022 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er door de mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,00 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor het subsidiaire feit de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij] aan de staat € 1.815,52 te betalen, en de wettelijke rente hierover vanaf 30 april 2022 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 18 (achttien) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

8 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P. Joele, voorzitter,

en mrs. D.M. Douwes en J. Langeveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.P. de Jong, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 11 februari 2026.

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het procesdossier met nummer [nummer]. Pagina 12 e.v. Pagina 15 e.v. Pagina 67 e.v. Pagina 19 e.v. Pagina 21 e.v. Pagina 40 e.v.