Strafrecht overig

Regiezietting megazaak OREM. Beslissingen op de onderzoekswensen. Extract proces-verbaal.

Zaakgegevens

Op 22 augustus 2019 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
22 augustus 2019
Datum publicatie
22 augustus 2019
Zaaknummer
10/960183-18, 10/960197-18, 10/960184-18, 10/96012
Procedure
Proces-verbaal
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2019:6707
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Regiezietting megazaak OREM. Beslissingen op de onderzoekswensen. Extract proces-verbaal.

Uitspraak

Inhoudsopgave

BESLISSINGEN INZAKE OREM, 22 augustus 2019

Parketnummers: 10/960183-18, 10/960197-18, 10/960184-18, 10/960122-18, 10/960240-18,

10/960172-18

In de zaak tegen de verdachte [verdachte 3]

De infiltranten [infiltrant 1], [infiltrant 2] en de begeleiders [begeleider 1], [begeleider 2] en [begeleider 3]

De rechtbank is van oordeel dat, nu het einddossier gereed is, de verhoren van de infiltranten bij de rechter-commissaris plaats moeten vinden. Met het oog op de voortgang in de procedure zal de rechtbank de zaak – in die van alle verdachten – in zoverre halfopen verwijzen naar de rechter-commissaris, om te beslissen, over het horen van de begeleiders nadat de infiltranten zijn gehoord, indien en voor zover voldoende verdedigingsbelang voor bestaat.

De medeverdachte [verdachte 4]

[verdachte 4] wordt gehoord, bij de rechter-commissaris. Het staat de officier van justitie uiteraard vrij om hem voordien als verdachte door de politie te laten horen. De wijze waarop [verdachte 4] zal worden gehoord, is aan de rechter-commissaris over te laten, want dat behoort tot zijn bevoegdheden.

Het hoofd van de AIVD en de overige AIVD’ers

Op 3 april jl. heeft de rechtbank hieromtrent een beslissing genomen. Er zijn thans geen nieuwe, relevante feiten verstrekt die deze beslissing anders maken. Het verzoek tot het horen van het hoofd van de AIVD en/of overige medewerkers van de AIVD wordt reeds hierom afgewezen.

Naar het oordeel van de rechtbank zou de Landelijk officier van justitie terrorismebestrijding kunnen worden gehoord c.q. kunnen worden verzocht om informatie met betrekking tot zijn taakuitoefening in het kader van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017. Nu echter de officier van justitie heeft aangeboden de begeleidende correspondentie van de Landelijk officier van justitie terrorismebestrijding, horende bij de ambtsberichten, over te leggen, bestaat er vooralsnog geen belang om deze officier van justitie te horen. Voor het separaat horen van de officier van justitie mr. Den Hartigh is geen belang komen vast te staan.

Ambtsberichten

Nu er geen ambtsbericht over [verdachte 3] is verschenen, bestaat er geen belang om daarnaar onderzoek te verrichten. Het ontbreken van een ambtsbericht is immers geen gegeven in de zin van de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering.

Rechercheur [nummer]

Voor het horen van de verbalisant [nummer] is niet gebleken dat er op dit moment verdedigingsbelang bestaat. Wel heeft de officier van justitie toegezegd dat indien de verdediging onduidelijkheden aanreikt, hij zal verzoeken daaromtrent door de verbalisant een aanvullend proces-verbaal op te laten maken. Mocht nadien blijken dat er nog onduidelijkheden bestaan, kan de vraag omtrent het horen van de verbalisant opnieuw worden voorgelegd.

Overzicht tapnummers

De tapgesprekken bevinden zich in het dossier. De verdediging beschikt daar dus over. Er bestaat geen belang om van de officier van justitie te verlangen dat hij ten behoeve van deze individuele verdachten separaat overzichten laat aanmaken.

[getuige 1] en [getuige 2]

De officier van justitie is akkoord met het horen van deze getuigen. De zaak zal voor het horen van deze getuigen worden verwezen naar de rechter-commissaris.

Bijlage 4 bij het proces-verbaal op pagina ZD1-1544 (ZD-1558) en de processen verbaal LERCA18007-2127 (ZD1-1534), LERCA18007-2352, LERCA18007-2288 (ZD1-1545), LERCA18007-2160, LERCA18007-2171 en LERCA18007-2263 (ZD1-1546)

Van deze stukken heeft de officier van justitie toegezegd dat hij deze zal verstrekken.

Geweldsrapportage en onderzoek

De officier van justitie heeft aangegeven dat hij niet beschikt over de geweldsrapportage en dat deze (ook) geen deel uitmaakt van het dossier. Die redengeving komt aannemelijk voor nu klachten daarover in de eerste instantie aan de politieleiding lijken te moeten worden voorgelegd. Het staat de verdediging vrij dat te doen en daarvoor de geëigende paden te bewandelen.

Verhoor [verdachte 3] 2 oktober 2018 (PD4-50)

De officier van justitie heeft gezegd dat de verdediging daar kennis van kan nemen.

Inzet infiltrant tegen [verdachte 3]

Op deze vraag heeft de officier van justitie gemotiveerd antwoord gegeven.

Inzage harde schijf en laptop en de vragen die daaromtrent zijn gesteld

Daarover zal een aanvullend proces-verbaal worden opgemaakt, aldus de toezegging van de officier van justitie. Op dit moment lijkt dat voldoende te zijn.

Diverse opnamen

Daarvan heeft de officier van justitie aangegeven dat inzage akkoord is.

Opname Pieter Baan Centrum

De reden die de verdachte heeft gegeven niet mee te willen werken aan NIFP-onderzoek komt de rechtbank onvoldoende zwaar voor om af te zien van plaatsing in het Pieter Baan Centrum.

In de zaken tegen alle verdachten

De medeverdachten

Voldoende is vast komen te staan dat er verdedigingsbelang bestaat bij het horen van de medeverdachten, inclusief [verdachte 7], in alle onderhavige zaken.

Het is aan de rechter-commissaris over te laten om te beslissen over de wijze waarop de medeverdachten worden gehoord en of hij al dan niet gebruik wil maken van bijstand van de politie.

In de zaak tegen de verdachte [verdachte 4]

Correspondentie tussen de FBI en de Nederlandse politie

De officier van justitie heeft aangegeven het bij de correspondentie behorende voorblad over te leggen. Daarmee lijkt op dit moment de eerste vraag te zijn beantwoord.

Facebookaccount [A], informatie over [B] en [C] en informatie over bouissellih@gmail.com

De onderzoekswensen hebben eenvoudigweg onvoldoende handen en voeten gekregen. De rechtbank heeft genoteerd dat de officier van justitie bereid is het restant van de Facebookcorrespondentie ter inzage te geven. Wellicht dat dat meer aanknopingspunten gaat bieden om het belang bij deze onderzoekswensen te onderstrepen en dat zou ook kunnen nadat [verdachte 4] verder is gehoord aan de hand van zijn telefoongegevens, zoals hij dat heeft aangeboden bij de politie. Vooralsnog kan de rechtbank hier, gelet op het voorgaande, geen door de verdediging, gewenste beslissing op nemen.

De begeleiders [begeleider 1], [begeleider 2] en [begeleider 3]

Omtrent dit verzoek wordt beslist zoals dat ten aanzien van de verdachte [verdachte 3] is gedaan.

In de zaak tegen de verdachte [verdachte 5]

Voor zover de verdediging afsplitsing van de zaak van die van de medeverdachten heeft willen betogen, wijst de rechtbank dit af nu het belang van het onderzoek zich daartegen verzet.

De infiltranten

Als redengeving voor het horen van de infiltranten op de zitting is met name aangegeven dat de verdachte deze moet kunnen ondervragen. Bij een verhoor door de rechter-commissaris kan de verdachte dit verzoek aan hem richten. Indien hij zijn belang voldoende naar voren kan brengen, zal hij hen mogelijk vragen kunnen stellen en zo nodig zijn advocaat kunnen instrueren. In de overige redengeving ziet de rechtbank op dit moment onvoldoende aanleiding om van het gebruikelijke pad af te wijken om getuigen en dus ook deze bij de rechter-commissaris te horen. Het staat de verdediging vrij na de verhoren bij de rechter-commissaris, indien er volgens de verdediging specifieke belangen bestaan om op bijzondere punten in het verhoor de infiltranten te doen verklaren ten overstaan van de zittingscombinatie, dit te verzoeken aan de rechtbank. Dit zal dan wel gemotiveerd moeten worden verzocht. De rechtbank is van oordeel dat hiermee in voldoende mate wordt toegekomen aan de waarborgen van een effectief ondervragingsrecht, waar de raadsman op heeft gewezen.

De begeleiders

De rechtbank ziet geen aanleiding terug te komen op haar eerdere beslissingen omtrent de volgorde van verhoren en zal in deze zaak niet anders beslissen dan in de overige zaken.

[verdachte 4]

[verdachte 4] zal ook hier worden gehoord op de wijze zoals eerder overwogen bij de medeverdachten en de medeverdachten zelve zullen ook worden gehoord gelijk als verzocht.

Dossier Merzouga

De raadsman heeft inzage c.q. toevoeging verzocht onder verwijzing naar gegevens over zijn cliënt die kennelijk uit het dossier Merzouga komen.

Gelet op de redengeving die thans wordt gegeven, namelijk dat de verdediging wil onderzoeken of zich ontlastende informatie bevindt in het dossier Merzouga, dient de verdediging daarvan inzage te verkrijgen. Indien er gegevens zijn in het dossier waarvan de verdediging toevoeging wil aan het dossier, zal dit gemotiveerd aan de rechtbank moeten worden verzocht.

Verzoek aan het openbaar ministerie tot het horen/uitluisteren van OVC-opnamen en tapgesprekken en bekijken van digitale bestanden

Daar is de officier van justitie akkoord mee indien en voor zover verzoeken daartoe op juiste wijze worden gespecificeerd.

Opname Pieter Baan Centrum

De rechtbank ziet geen aanleiding om het bevel opname Pieter Baan Centrum in te trekken om de enkele reden dat de verdachte niet zal gaan meewerken. Het aangedragen alternatief, namelijk dat gedurende een aantal weken zich dagelijks de psycholoog en de psychiater bij de TA vervoegen teneinde te beproeven of de verdachte enige medewerking wil verlenen – wat hij tot dusverre ook ten aanzien van een ambulante rapportage heeft geweigerd – is niet als reëel alternatief te omschrijven.

De voorlopige hechtenis

In de zaak tegen de verdachte [verdachte 3]

Onder verwijzing van hetgeen is besproken op deze en eerdere zittingen zijn er ook thans voldoende ernstige bezwaren en gronden. Het persoonlijk belang is, gelet op het strafvorderlijk belang, onvoldoende voor schorsing. De verzoeken worden afgewezen.

In de zaak tegen de verdachte [verdachte 5]

Onder verwijzing van hetgeen is besproken op deze en eerdere zittingen zijn er ook thans voldoende ernstige bezwaren en gronden. Het persoonlijk belang is, gelet op het strafvorderlijk belang, onvoldoende voor schorsing. Ook deze verzoeken worden afgewezen.

Voortgang onderzoek

De officier van justitie heeft meegedeeld dat het Pieter Baan Centrum heeft aangegeven zodanige tijd nodig te hebben voor het onderzoek van alle verdachten, dat inhoudelijke behandeling niet eerder dan juni volgend jaar kan plaatsvinden.

Naar het oordeel van de rechtbank dienen de onderzoeken op kortere termijn plaats te vinden dan thans is begroot, opdat de voortgang van de zaak kan worden gewaarborgd. De rechtbank is voornemens de zaak inhoudelijk in het voorjaar van 2020 te gaan behandelen. De rechtbank verzoekt de officier van justitie het Pieter Baan Centrum daarvan in kennis te stellen, opdat het Pieter Baan Centrum zo mogelijk haar onderzoek daaraan kan aanpassen. De rechtbank verzoekt de rechter-commissaris, die toezicht houdt op de uitvoering van dit onderzoek, het Pieter Baan Centrum in gelijke zin te berichten.

De zaken tegen de verdachten [verdachte 1], [verdachte 2], [verdachte 3], [verdachte 4], [verdachte 5] en [verdachte 6] worden teruggewezen naar de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank:

  • ter effectuering van de respectievelijke bevelen tot opname in het Pieter Baan Centrum;

  • teneinde de infiltranten [infiltrant 1] en [infiltrant 2] als getuigen te horen en vervolgens om – indien de rechter-commissaris dat, gelet op het verdedigingsbelang, noodzakelijk acht – het horen van de begeleiders [begeleider 1], [begeleider 2] en [begeleider 3] als getuigen;

  • het horen van de (mede)verdachten [verdachte 1], [verdachte 2], [verdachte 3], [verdachte 4], [verdachte 5] en [verdachte 6] – alsook de verdachte [verdachte 7] – als getuigen in de onderscheidelijke zaken onder bovenvermelde parketnummers.

Het onderzoek in de zaken onder bovenvermelde parketnummers wordt geschorst tot de terechtzitting op 7 november 2019 te 10.00 uur.

Het onderzoek wordt geschorst voor een termijn die langer is dan één maand, om de klemmende redenen dat de hiervoor genoemde onderzoekshandelingen naar verwachting niet binnen één maand gereed zullen zijn en het zittingsrooster van de rechtbank voortzetting van het onderzoek op de terechtzitting binnen één maand niet toelaat.

Tegen de nadere terechtzitting dienen de verdachten, met verstrekking van een afschrift van de desbetreffende oproeping aan de respectievelijke raadslieden, te worden opgeroepen.Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Op concept uitgesproken, kan hier en daar nog een wijziging van ondergeschikte aard plaatsvinden.