Vreemdelingenrecht
Verzoek voorlopige voorziening hangende bezwaar, geen spoedeisend belang, afwijzing De enkele omstandigheid…
Rechtbank 's-Gravenhage, 20 oktober 2009
ECLI:NL:RBSGR:2009:BK2231 · Rechtbank 's-Gravenhage · 20 oktober 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-s-gravenhage/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbsgr-2009-bk2231
Zaakgegevens
Op 20 oktober 2009 heeft de Rechtbank 's-Gravenhage in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank 's-GravenhageRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 oktober 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- AWB 09/19115
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBSGR:2009:BK2231
Samenvatting
Verzoek voorlopige voorziening hangende bezwaar, geen spoedeisend belang, afwijzing
De enkele omstandigheid dat een besluit voor uitvoering vatbaar is, levert geen spoedeisend belang op als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank volgt hierbij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (o.a. de uitspraak van 6 juni 2008, LJN BD3910).
Uitspraak
RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE
Sector Bestuursrecht
Zittinghoudende te Amsterdam
zaaknummer: AWB 09/19115
V-nr: *
uitspraak van de voorzieningenrechter
in het geding tussen:
verzoekster [naam], geboren [datum] in 1954, van Ghanese nationaliteit,
gemachtigde: mr. M.J.M. Peeters, advocaat te Amsterdam,
en:
de staatssecretaris van Justitie, verweerder.
1. Procesverloop
Verweerder heeft de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. Dit besluit is genomen op 25 mei 2009. Verzoekster heeft op 27 mei 2009 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend. De werking van dit besluit wordt niet opgeschort door de indiening van een bezwaarschrift.
Bij verzoekschrift van 26 mei 2009 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek is op 18 juni 2009 aangevuld.
Bij brieven van 1 september 2009 is aan partijen verzocht om binnen vier weken nadere inlichtingen te verstrekken. Bij brief van 3 september 2009 heeft verzoekster hierop een reactie ingediend. Bij brief van 7 september 2009 heeft verweerder een reactie ingediend.
2. Overwegingen
1. Verzocht is het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen en te bepalen dat verzoekster de behandeling van het bezwaarschrift in Nederland af mag wachten.
2. Aan de orde is de vraag of er aanleiding bestaat de gevraagde voorlopige voorziening te treffen. Een dergelijke voorziening kan op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (bijvoorbeeld de uitspraak van 6 juni 2008, LJN BD3910) levert de enkele omstandigheid dat het besluit van 25 mei 2009 voor uitvoering vatbaar is, geen spoedeisend belang op als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb. Verzoekster is in de gelegenheid gesteld aannemelijk te maken dat er een spoedeisend belang bestaat bij het verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoekster is hier niet in geslaagd, aangezien uit hetgeen verzoekster heeft aangevoerd niet kan worden afgeleid dat binnen korte termijn uitzetting zal plaatsvinden dan wel dat om andere redenen sprake is van een spoedeisend belang.
4. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen. Gelet op het voorgaande is er aanleiding om met toepassing van artikel 8:83, derde lid in samenhang met artikel 8:84 van de Awb uitspraak te doen zonder zitting.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzieningenrechter
wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan op 20 oktober 2009 door mr. C.W. Rang, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van D. Bokma, griffier, en bekendgemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.
de griffier de voorzieningenrechter
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Afschrift verzonden op:
Coll: MM
D: B