Civiel recht overig
Deurwaarders-kort geding. Het enkele vastleggen van eenzijdige verklaring in notariele akte bewerkstelligt…
Rechtbank 's-Gravenhage, 21 februari 2008
ECLI:NL:RBSGR:2008:1420 · Rechtbank 's-Gravenhage · 21 februari 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-s-gravenhage/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbsgr-2008-1420
Zaakgegevens
Op 21 februari 2008 heeft de Rechtbank 's-Gravenhage in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank 's-GravenhageRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 21 februari 2008
- Datum publicatie
- 25 april 2013
- Zaaknummer
- 298000
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBSGR:2008:1420
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Deurwaarders-kort geding. Het enkele vastleggen van eenzijdige verklaring in notariele akte bewerkstelligt geen schuldvordering.
Uitspraak
RECHTBANK 's-GRAVENHAGE
sector civiel recht - voorzieningenrechter
Vonnis in kort geding van 21 februari 2008,
gewezen in de zaak met rolnummer KG 07/1314 van:
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
in persoon verschenen,
tegen:
de Staat der Nederlanden,
zetelende te ’s-Gravenhage,
waarvoor verschenen is de heer [gemachtigde] (Ministerie van Justitie),
in welke zaak gerechtsdeurwaarder [deurwaarder] te Den Haag zich bij proces-verbaal van 31 oktober 2007 tot de voorzieningenrechter heeft gewend op grond van artikel 438 lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Partijen zullen hierna worden aangeduid als [eiser] , de Staat en de deurwaarder.
1 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 6 februari 2008 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
[eiser] heeft bij aangetekende brief van 10 oktober 2007 onder meer een grosse van een notariële akte (hierna ook: de notariële akte) aan de deurwaarder doen toekomen, met het verzoek deze te betekenen aan de schuldenaar (de Staat) en executoriale maatregelen te nemen. De notariële akte, verleden ten overstaan van notaris [notaris] , notaris te Budel (gemeente Cranendonck) op 21 juni 2007, bevat een eenzijdige verklaring van [eiser] , onder meer inhoudende dat de Staat hem schuldig is een bedrag van € 20.040.000,--.
2 Het geschil en de beoordeling daarvan
De deurwaarder heeft zich tot de voorzieningenrechter gewend omdat ten aanzien van de executie van de notariële akte bezwaren zijn gerezen: de akte heeft weliswaar de kenmerken van een voor executie vatbare titel, maar de inhoud ervan is onsamenhangend en de notariële akte is bovendien buiten medeweten van de Staat tot stand gekomen. Volgens de deurwaarder kan de notariële akte daarom niet geëxecuteerd worden.
De voorzieningenrechter is van oordeel deze bezwaren gegrond zijn. Anders dan [eiser] kennelijk meent betekent het enkele feit dat de eenzijdige verklaring van [eiser] is vastgelegd in een notariële akte nog niet dat er sprake is van een schuld van de Staat aan [eiser] . De notariële akte levert slechts dwingend bewijs op van het feit dat [eiser] ten overstaan van de notaris de in de notariële akte opgenomen verklaring heeft afgelegd. Noch de omstandigheid dat de Staat voorafgaand aan het verlijden van de notariële akte hierover zou zijn geïnformeerd – daargelaten of dit (rechtsgeldig) is gebeurd –, noch het feit dat de Staat de vordering niet (op enige wijze) heeft betwist, kan aan het voorgaande afdoen. Aan hetgeen verder nog door [eiser] is aangevoerd wordt voorbijgegaan nu dit geen wijziging in het hiervoor overwogene meebrengt.
De conclusie is dat de notariële akte niet voor executie jegens de Staat vatbaar is. Het zal de deurwaarder daarom worden verboden om deze te executeren.
De voorzieningenrechter merkt nog op dat op het verzoek van [eiser] tot waarmerking van de notariële akte als Europese executoriale titel afzonderlijk behandeld zal worden.
[eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten van de Staat. Voor het overige is er geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
3 De beslissing
De voorzieningenrechter:
verbiedt de deurwaarder de onder 1 bedoelde notariële akte ten uitvoer te leggen;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding tussen hem en de Staat, tot dusverre aan de zijde van de Staat begroot op € 254,-- aan griffierecht.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en uitgesproken ter openbare zitting van 21 februari 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.
SV