Civiel recht overig

Verkort vonnis RMS-Staat. Vordering afgewezen.

Rechtbank 's-Gravenhage, 6 oktober 2010

Zaakgegevens

Op 6 oktober 2010 heeft de Rechtbank 's-Gravenhage in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
6 oktober 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
377038 / KG ZA 10-1220
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBSGR:2010:BN9467
E-mail

Samenvatting

Verkort vonnis RMS-Staat. Vordering afgewezen.

Procesgang

  1. Rechtbank 's-Gravenhage · 6 oktober 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:RBSGR:2010:BN9467

  2. Rechtbank 's-Gravenhage · 6 oktober 2010

    ECLI:NL:RBSGR:2010:BO0384
  3. Gerechtshof 's-Gravenhage · 22 november 2011

    ECLI:NL:GHSGR:2011:BU5105

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 377038 / KG ZA 10-1220

Verkort vonnis in kort geding van 6 oktober 2010

in de zaak van

1. DE REGERING IN BALLINGSCHAP VAN DE REPUBLIEK DER ZUID-MOLUKKEN (RMS),

gevestigd te Amsterdam,

2. mr. [eiser sub 2],

wonende te [plaats],

3. [eiser sub 3], ADVOCAAT TEAM ADVOKASI MALUKU

(TAMASU),

gevestigd te Jakarta/Ambon,

4. [eiser sub 4],

wonende te [plaats],

5. PERINTIS AKTI KILAT/FOUNDATION FOR KEEPING MOLUCCAN

CIVIL AND POLITICAL RIGHTS,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

6. [eiser sub 6],

wonende te [plaats],

7. [eiser sub 7]

wonende te [plaats],

advocaat mr. E. Tahitu te Amsterdam,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Algemene Zaken en Ministerie van Buitenlandse Zaken),

zetelend te 's-Gravenhage,

gedaagde,

advocaat mr. W.I. Wisman te 's-Gravenhage.

Partijen worden hierna - voor zover nodig - aangeduid als enerzijds "RMS", "[eiser sub 2]", "[eiser sub 3]", "[eiser sub 4]", "PAK", "[eiser sub 6]" en "[eiser sub 7]" (gezamenlijk ook wel als "RMS cs") en anderzijds "de Staat".

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 5 oktober 2010 wordt spoedshalve een verkort vonnis gewezen. Een uitgewerkt vonnis volgt in de loop van week 41 van 2010. Er wordt als volgt beslist:

De voorzieningenrechter:

- wijst het gevorderde af;

- veroordeelt RMS cs hoofdelijk, in die zin dat bij betaling door de één de anderen zullen zijn gekweten, in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van de Staat begroot op € 1.079,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 263,-- aan griffierecht;

- verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2010.

jvl